Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#501 Hoe kun je iemand vergeven na jarenlang misbruik?

Hoe kun je met de ogen van Jezus vergeving correct waarnemen, na jarenlang onder verbaal en lichamelijk misbruik te hebben geleden?

Antwoord: Ten eerste is het zo dat ware vergeving nooit inhoudt dat ontkend wordt dat er iets verschrikkelijks is gebeurd. Ze richt zich volledig op jouw gedachten en voor welke leraar je kiest om je te helpen: het ego of Jezus. Voor het ego kan je situatie alleen maar gezien worden door de ogen van de afscheiding: een onschuldig slachtoffer en een zondige dader. En het ego kan vergeving ondersteunen, maar dan zou het nog steeds in de context zijn van een onschuldig slachtoffer dat een zondige dader vergeeft. Dit is de gangbare benadering van de wereld en van de meeste religies in de wereld – dat de zonde daadwerkelijk plaatsvindt maar vergeven wordt. Jezus noemt dit verkeerde vergeving of “vergeving-ter-vernietiging”, want ondanks de schijn van vroomheid, ondersteunt ze het denksysteem van de afscheiding, en kan daarom nooit tot blijvende, ware vrede leiden.

Door Jezus’ ogen gezien, wordt vergeving gekenmerkt door een afwezigheid van oordeel of veroordeling. Nogmaals, hierdoor wordt aanval of pijn niet ontkend; en het betekent niet dat strafrechtelijke vervolging niet kan worden nagestreefd. De basis van deze benadering is dat we leren dat de vrede van God in onze denkgeest aanwezig is omdat we Zijn Kind zijn. Omdat het Gods vrede is, heeft totaal niets de macht die weg te nemen. We kunnen ervoor kiezen ons ervan af te wenden, maar we kunnen ze niet vernietigen. Niets kan dat. Iemand of iets anders de schuld geven van ons gebrek aan vrede, is dan ook je inlaten met een vorm van zelfbedrog. Beschuldigingen uiten is een ontkenning van de waarheid over de vrede in onze denkgeest. De andere dimensie hiervan is dat we in onze onjuist-gerichte denkgeest altijd een ondraaglijke schuldenlast dragen omdat we ervoor gekozen hebben ons van God af te scheiden. Door de pijn van deze schuld, en omdat we een extreme straf verwachten voor onze zonde, ontkennen we die in onszelf en projecteren die op iemand buiten ons, die dan beschouwd wordt als iemand die een veroordeling verdient. In onze onjuist-gerichte denkgeest gebruiken we dan ook situaties in de wereld om dit doel te bereiken en onze schuld kwijt te raken. Jezus leert ons dat die strategie niet werkt, want de schuld blijft gewoon in onze denkgeest en wordt versterkt door de misleiding. (T13.II.1:1-2; X.3:1,3,5,7)

Jezus wil dat we ons tot hem wenden als we voelen dat we tot slachtoffer zijn gemaakt, zodat hij ons kan helpen diezelfde situatie te gebruiken om af te leren wat het ego ons heeft aangeleerd. Zonder de objectieve gebeurtenissen die plaatsvonden te ontkennen, helpt Jezus ons onze projectie te herkennen en die vervolgens weg te nemen, zodat we de oorspronkelijke vergissing kunnen zien die we hebben begaan: we hebben onszelf schuldig verklaard omdat we liefde vernietigd hebben. Hij helpt ons te beseffen dat dit onmogelijk is; en als we dat zouden kunnen aanvaarden, zouden we vrij zijn van schuld en bijgevolg in vrede zijn, terwijl we tegelijk erkennen dat dit de waarheid is over iedereen. In die staat van denken kunnen we onszelf of iemand anders nooit veroordelen, ongeacht wat er gedragsmatig is gedaan. De feiten zijn nog steeds feiten. Maar onze reactie of interpretatie is compleet veranderd. Daarom legt Jezus uit dat we met ware vergeving vergeven wat ons niet werd aangedaan.

Vanuit deze plaats van liefde en vrede in onze denkgeest, doen en zeggen we dan wat het meest liefdevol is voor alle betrokkenen. Hoe dat er in een bepaalde situatie uit zou zien kan van tevoren niet worden bepaald. Het kan betekenen dat je geen verder contact meer hebt met de aanvaller en de aanklacht voortzet, of met die persoon praat, of met die persoon in therapie gaat, of om het even welke andere dingen. Maar het zou niet langer een perspectief van slachtoffer en dader zijn. Door de zachtaardige ogen van Jezus zien we dat een aanvaller ook een Zoon van God is en net als wij dezelfde onjuist- en juist-gerichte denkgeest deelt en het vermogen om daartussen te kiezen. Hij helpt ons in te zien dat er onder alle kwaadaardigheid een enorme angst en een roep om liefde verborgen zit. Het kan echter niet genoeg benadrukt worden dat dit niet betekent dat de objectieve feiten van de aanval, of de pijn die men voelt, ontkend moeten worden.

Tenslotte helpt Jezus ons te leren dat wanneer we oordelen dat anderen veroordeling verdienen, we onszelf hetzelfde aandoen. Hij leert ons altijd dat we in werkelijkheid allemaal één zijn, en daarom kunnen we vanwege dit eenzijn niemand anders veroordelen zonder tegelijkertijd onszelf te veroordelen. “Vergeef en wees vergeven. Zoals je geeft, zul je ontvangen” (WdI.122.6:3-4). Dit maakt het belangrijkste principe van het ego ongedaan, namelijk dat het altijd óf het een óf het ander is: mijn onschuld wordt ten koste van jou gekocht. Maar Jezus onderschat niet de moeite die we hebben om dit te aanvaarden, of het belang ervan om ons doel van innerlijke vrede te bereiken. Hij stelt dat dit idee “dat volkomen vreemd is aan het ego en het denken van de wereld, van doorslaggevend belang [is] voor de omkering van je denken die deze cursus teweeg zal brengen. Als je deze uitspraak geloofde, zou jij geen moeite hebben met totale vergeving en zekerheid van doel en richting. Je zou het middel begrijpen waardoor verlossing tot jou komt en niet aarzelen dat nu te gebruiken” (WdI.126.1).

Het is zeker noodzakelijk de metafysica van het non-dualisme van Een cursus in wonderen te begrijpen om je te verhouden tot deze ideeën en verkeerde interpretaties te voorkomen; dus een verdere studie kan nuttig zijn. Er zijn ook enkele andere vragen in deze vraag-en-antwoordservice waarin dit domein van de leringen van de Cursus besproken is, namelijk V#174, V#200 en V#481.