Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#424 Waarom zou Jezus ‘dwaas’ zijn als hij vandaag in de wereld actief zou zijn?

Je zegt dat als Jezus vandaag actief zou zijn in de wereld, hij even dwaas als wij zou zijn. Nu was hij tweeduizend jaar geleden, toen hij heel actief was in deze wereld, zeker niet dwaas. Waarom kunnen we dan niet aannemen dat hij vandaag even actief voor ons is als toen, met het enorme voordeel dat hij dat vandaag overal tegelijk kan zijn. Of is het verkeerd van mij om aan te nemen dat Jezus tweeduizend jaar geleden actief was in de wereld? Was het alleen ons geloof in hem die al die wonderen tot stand bracht, praktisch zonder zijn tussenkomst? Maar hij zegt dat hij de doden heeft doen verrijzen, dus moet hij in zekere mate wel actief geweest zijn op het niveau van de vorm. Met andere woorden: zou hij vandaag even actief zijn voor ons als toen, als we vandaag hetzelfde geloof in hem hebben? Help me alsjeblieft want dit is erg verwarrend, omdat ik voel dat hij vandaag in deze wereld actief is, en dat is tegengesteld aan wat jij zegt.

Antwoord: Je verwarring is begrijpelijk, omdat de Bijbel en Een cursus in wonderen compleet verschillende standpunten hebben over de aard van de wereld en die van Jezus, en jij lijkt die twee te combineren. Vanuit het gezichtspunt van Een cursus in wonderen kan Jezus in deze wereld niet actief geweest zijn, want hij verklaart zelf nadrukkelijk: “Er is geen wereld! Dit is de kerngedachte die de cursus probeert te onderwijzen” (WdI.132.6:2-3). Zijn theorie en de manier waarop hij ons door middel van de lessen traint helpen ons die waarheid te aanvaarden, door de wereld te zien als niets meer dan een projectie van een schuldgedachte in onze denkgeest die als zodanig geen werkelijkheid heeft. Dat is de betekenis van deze principes: “Ideeën verlaten hun bron niet” en “[de wereld is] de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5). Wij verkeren dan ook in waan wanneer we wat dan ook van de wereld of het lichaam serieus nemen. Jezus gebruikt trouwens herhaaldelijk de term waanzinnig met betrekking tot ons, omdat we altijd reageren op iets dat er niet is. Dus als Jezus actief was in een wereld waarvan hij zegt dat die niet bestaat, zou hij zo dwaas zijn als wij.

Zelfs als aanwezigheid in onze denkgeest is hij niet actief. Wij ervaren hem misschien wel als actief – alsof hij dingen doet – maar dat komt alleen door onze beperkingen en onze behoefte om beter met liefde te kunnen omgaan, waarvoor Jezus Helen Schucman met zachtheid corrigeerde. De Cursus leert ons dat Jezus alleen in onze denkgeest aanwezig is als een afspiegeling van de aanwezigheid van de Liefde die wij verworpen hebben toen we beslisten dat we op ons zelf wilden zijn, in plaats van deel uit te maken van de zuivere Eenheid van Gods Wezen. Zijn liefde is in onze denkgeest aanwezig en wij kunnen die opnieuw aanvaarden of blijven verwerpen, maar ze zal er altijd zijn, ongeacht of wij ervoor of ertegen kiezen. Jezus doet dus niets behalve ons onvoorwaardelijk liefhebben. Hoe wij die liefde ervaren, hangt af van onze eigen innerlijke dynamiek. Naarmate onze angst afneemt en we onszelf toestaan ons steeds meer met die liefde te vereenzelvigen, zullen we inzien dat dit niets anders is dan ons eigen Zelf, geen afgescheiden persoon met de naam ‘Jezus’. Liefde is één. Gods Zoon is één. En wonderen hebben alleen betrekking op onze denkgeest – de keuze die we in onze denkgeest maken om onze beslissing om de afscheiding tot onze werkelijkheid te maken, terug te draaien.

Geleerden hebben al een hele tijd de verhalen uit de Bijbel over het leven en de activiteiten van Jezus bestudeerd en één conclusie die alom wordt aanvaard is dat deze verhalen niet letterlijk opgevat moeten worden. Er zijn natuurlijk veel christenen die het tegendeel geloven. Maar zoals één katholieke geleerde zei: ‘Ik zou durven zweren dat Jezus wonderen heeft verricht, maar niet dat hij een van die wonderen heeft verricht die in de evangeliën beschreven worden’. In de Cursus zinspeelt Jezus op sommige van zijn ‘activiteiten’ toen hij op aarde was, maar hij zegt ook:

“De naam Jezus is de naam van iemand die mens was, maar in al zijn broeders het gelaat van Christus zag, en zich God herinnerde. Zo werd hij met Christus vereenzelvigd, een mens niet langer, maar één met God. De mens was een illusie, want hij leek een afgescheiden wezen te zijn, op zichzelf staand, in een lichaam dat zijn zelf leek weg te houden van het Zelf, wat alle illusies doen. Maar wie kan verlossen, tenzij hij illusies ziet en dan vaststelt wat ze zijn? Jezus blijft een Verlosser, omdat hij het onware zag zonder dat als waar te aanvaarden. En Christus had zijn vorm nodig, opdat Hij aan de mensen kon verschijnen en hen van hun eigen illusies kon verlossen” (VvT.5.2).

Nu wil je, zoals de uitdrukking dat zegt, het kind niet weggooien met het badwater. Jezus dringt er zelf bij ons op aan met hem een relatie aan te gaan als met een dierbare en liefdevolle broer die ons wil helpen. En hij kan ons helpen omdat hij wijzer is dan wij en zijn enige motivatie liefde is. Hij spreekt erover aan onze zijde te gaan en onze hand vast te houden terwijl we samen met hem het pad van vergeving gaan. “Aan zijn zijde gaan is even natuurlijk als aan de zijde van een broer gaan die jij vanaf je geboorte kent, want dat is hij voorwaar” (VvT5.5:6). En zolang we denken dat we een individu zijn die in de wereld woont, zouden we ons op deze manier tot hem moeten verhouden. Maar hij wil niet dat wij op dat niveau blijven, omdat we onszelf dan zouden beperken tot maar een heel klein gedeelte van de geschenken die hij ons geeft. Hij wil ons helpen onze vereenzelviging los te laten met een onecht zelf dat ons naar een vreemde wereld heeft geleid vol van lijden, conflicten en haat, naast voorbijgaande momenten van geluk en plezier. Hij wil ons mee naar Huis nemen en de weg daarnaartoe is leren hoe we alles kunnen zien zoals hij het ziet. Hem alleen maar zien als een vriendelijke en zorgzame persoon die ons leven en de wereld wel in orde zal brengen – ook al is dat geen slecht beginpunt voor onze spirituele reis – is een ernstige beperking van de vreugde en vrede die ons erfgoed zijn als Gods Zoon, en die onmetelijk ver voorbij gaan aan alle vreugde en vrede die we in de wereld kunnen ervaren.

Omdat je vraag te maken heeft met het doel zelf van Een cursus in wonderen, raden we een verdere studie aan van wat we hier in het kort uiteengezet hebben. Zie V#93, V#97, V#184, V#241; hoofdstuk 17 van Een leven geen geluk, en hoofdstuk 4 van The Message of A Course in Miracles (De boodschap van Een cursus in wonderen).