Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#415 Hoe kan ik assertief zijn en toch de principes van de Cursus volgen?

In het verleden vond ik altijd wel een manier om verkeerd gebruik van Een cursus in wonderen te maken om conflicten te vermijden, met als gevolg dat dit voor sommige mensen het bewijs was dat ze macht over mij hadden. Kunt u mij alstublieft het verschil uitleggen tussen jezelf als voetveeg laten gebruiken en wat de Cursus probeert te onderwijzen met betrekking tot het omgaan met situaties waarin het nodig is assertief te zijn, te erkennen dat je elkaars gelijke bent in overeenstemming met Gods wil?

Antwoord: De Cursus verkeerd gebruiken om een conflict te vermijden is een veelgemaakte vergissing bij Cursusstudenten. Dit is een vorm van ontkenning die lijnrecht staat tegenover een heel belangrijk doel van de Cursus: ons leren om aandacht te geven aan de conflicten in ons leven. Onder andere hierin is Een cursus in wonderen een uniek spiritueel pad. Hij zegt ons dat we door naar het conflict te kijken, de verborgen onbewuste overtuigingen leren kennen die we over onszelf en anderen erop na houden, en die allemaal voortkomen uit de overtuiging dat de afscheiding werkelijk is. Onze conflicten zijn meestal doorzeefd met oordelen, gevoelens en gedachten die een weerspiegeling zijn van het conflict in onze denkgeest. Dat conflict wordt veroorzaakt door de keuze voor de leugens van het ego over wie we als lichaam zijn, waardoor we onze ware Identiteit als Gods onschuldige Zoon ontkennen. Zolang we ons niet bewust zijn van dit conflict in onze denkgeest, kan het niet naar de Heilige Geest worden gebracht om genezen te worden. Dit is volgens de Cursus het doel van conflicten in ons leven en het is de enige manier waarop die werkelijk opgelost kunnen worden.

Omdat de Cursus ons de werkelijke bron van het conflict toont – de ongenezen denkgeest – vertelt hij ons niet hoe we ermee moeten omgaan op het niveau van de vorm, waar jij naar vraagt. Er wordt ons gevraagd bereid te zijn om alle gedachten, overtuigingen en gevoelens te erkennen die in welke situatie ook opkomen, en in te zien dat ze een weerspiegeling zijn van de keuze in de denkgeest om ons met het denksysteem van het ego te vereenzelvigen. Vervolgens moeten we bereid zijn om ze in het licht van wat de Cursus onderwijst, in twijfel te trekken. Er wordt ons niet gevraagd iets te doen op het niveau van de vorm. Proberen te handelen op een manier die spiritueel lijkt of in overeenstemming met de metafysische principes van de Cursus (niets zeggen terwijl je verkeerd wordt behandeld), terwijl je je nog met het denksysteem van het ego vereenzelvigt, is niet productief en geeft je het gevoel een voetveeg te zijn. Dat is zeker niet de ervaring waar Jezus ons naartoe wil leiden. Bovendien moet er een dader zijn als jij slachtoffer bent, en zo wordt de afscheiding versterkt.

De Cursus zegt ons dat we niet alleen elkaars ‘gelijke’ zijn, we zijn één. Dit zullen we weten wanneer alle vormen waarin we onszelf als afgescheiden en verschillend van iemand anders zien, vergeven zijn. Tot dan zullen we vergeving blijven oefenen. Het is mogelijk ons te doen gelden en toch trouw te blijven aan de Cursus, omdat het niet veel verschilt van alles wat je doet om op fysiek, emotioneel of psychologisch vlak voor jezelf te zorgen. Jezelf doen gelden zonder aan te vallen is een manier om te erkennen dat jij met respect behandelt moet worden, zoals een ander op dezelfde manier behandeld moet worden. Daarbij wordt de overtuiging versterkt dat we geen gescheiden belangen hebben. Zolang we geloven dat we een lichaam zijn, staan we met anderen in wisselwerking volgens de gebruikelijke gedragsnormen. Dat betekent niet dat we onze gevoelens of vermeende behoeften moeten ontkennen want dat zou ons alleen maar de gelegenheid ontnemen om te leren en te vergeven. De Cursus waarschuwt ons in het begin van het Tekstboek: “Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld…. het [is] haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning” (T2.IV.3:8, 10-11).