Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#410 Leiden lichamelijke oefeningen zoals yoga af van de waarheid?

Denk je dat oefeningen die de aandacht op het lichaam richten (zoals yoga en andere meer traditionele vormen van lichaamswerk) me verder weg leiden van de waarheid? Het lijkt alsof deze dingen me helpen om me beter te voelen, of houd ik mezelf alleen maar voor de gek? Is het alleen maar het ego dat zich beter voelt?

Antwoord: Er is niets mis mee als je iets met het lichaam doet waardoor jij je beter voelt, of het nu yoga is, of een wandeling of andere lichaamsoefeningen, of naar de film gaan, een biertje drinken, of seks hebben, enzovoorts. De Cursus zal je nooit vragen iets op te geven dat je lijkt te helpen. Al wat Jezus van ons vraagt is in te zien dat, als de Cursus ons pad is, de enige oefening die ons werkelijk beter doet voelen vergeving is, omdat dit de enige oefening is die tot de wortel gaat van het gevoel dat we ongelukkig zijn: onze overtuiging dat we gescheiden zijn van de liefde, van God en van elkaar.

Zolang we in ons lichaam leven, hebben we er allemaal mee te maken, en het kan liefdevol zijn om er zodanig voor te zorgen dat we de gezondheid en het welzijn ervan in stand houden. Maar het komt altijd op de vraag neer: wat is ons doel? Als we onze aandacht op ons lichaam richten om onze speciaalheid te versterken, dan kunnen we pijn en lijden verwachten. Een ontnuchterende passage aan het einde van het Tekstboek maakt dit duidelijk:

Stel jezelf deze vraag: kun jij de denkgeest beschermen? Het lichaam wel, enigszins; niet tegen de tijd, wel voor een tijd. En veel wat jij meent te behouden en te behoeden, kwets jij. Waarvoor zou je het willen behouden? Want in die keuze ligt zowel zijn wel als zijn wee. Behoud het voor de sier, als lokaas om een andere vis te vangen, om je speciaalheid stijlvoller te huisvesten of om een omlijsting van lieflijkheid te weven rond je haat, en je veroordeelt het tot verval en dood (T24.VII.4:1-6).

De reden hiervoor heeft niets met straf te maken, zoals het ego ons wil doen geloven, maar is eenvoudig het onvermijdelijke gevolg van onze vereenzelviging met het denksysteem dat het geloof in verlies en beperking ten gevolge van de afscheiding versterkt, zoals hierna wordt uitgelegd:

Telkens wanneer jij een doel probeert te bereiken waarin de verbetering van het lichaam als hoofdbegunstigde wordt aangemerkt, probeer jij jouw dood te bewerkstelligen. Want jij gelooft dat je gebrek kunt lijden, en gebrek is de dood (T29.VII.4:1-2; zie ook T19.IV.B.12).

Het probleem ligt niet bij de verzorging van het lichaam zoals wij denken dat we dat moeten doen. Het zou dwaas zijn om bijvoorbeeld te stoppen met eten en drinken, alleen omdat het toevallig de ingebeelde noden zijn van een denkgeest die gelooft dat hij afgescheiden en in een lichaam gehuisvest is. Het probleem ontstaat wanneer we onze aandacht op het lichaam richten om dat in stand te houden teneinde een aanval uit te kunnen voeren – omwille van een speciale liefde of een speciale haat – dat wil zeggen: als middel om aan onze eigen behoeften te voldoen ten koste van iemand anders, door onze belangen als afzonderlijk van die van iemand anders te zien. Een eerlijk beginpunt zou zijn in te zien dat dit voor de meesten van ons de meeste tijd ook werkelijk ons aandachtspunt is.

Maar de correctie is niet het ophouden met de fysieke activiteit waar we mee bezig zijn, maar in plaats daarvan om hulp vragen om te kijken naar de mentale activiteit waarvan we geloven dat die ons zegt dat we gelukkig kunnen worden door anderen te gebruiken. Als we eerlijk kijken, zullen we de leugen zien die achter dit argument schuilgaat en die zal daardoor voor ons in aantrekkingskracht afnemen. En met een andere Gedachte achter onze daden – een die wijst op de ware voordelen die voortkomen uit het inzicht dat wij onze belangen met al onze broeders delen – zal ons lichaam een middel worden om die boodschap met anderen te delen, niet door middel van specifieke woorden of daden, maar door onze houding van liefde en vrede.