Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#408 Wat moet ik doen als ik de Cursus ‘af’ heb?

Ik ben bijna klaar met het Werkboek en heb het Tekstboek van Een cursus in wonderen bijna helemaal gelezen. Hoewel ik sinds ik ermee begonnen ben een enorm verschil merk wat betreft de mate van mijn vrede en waarnemingen, besef ik dat het lezen van het hele Tekstboek en het Handboek voor leraren en het doen van alle lessen van het Werkboek niet het einde is van werken met de Cursus. Maar ik weet niet hoe ik nu verder moet. Moet ik opnieuw met het Tekstboek beginnen? Moet ik gewoon mediteren en naar de Heilige Geest luisteren? Wat moet ik doen om de Verzoening volledig te verwezenlijken?

Antwoord: Het nawoord van het Werkboek is het met je eens: “Deze cursus is een begin, niet een einde” (WdII.Nw.1:1). De Verzoening aanvaarden is een proces dat training van de denkgeest vereist, wat het doel van het Werkboek is (W.In.1:4), en net als bij elk trainingsprogramma, zullen geduld en volharding er voor zorgen dat je vooruitgang boekt. Wanneer de principes van vergeving eenmaal begrepen zijn, zullen ze doeltreffend zijn als je ze op elke situatie, gebeurtenis en relatie in je leven toepast. Zolang er nog iets is dat enige vorm van onvrede of verstoring veroorzaakt, hoe onbelangrijk die ook lijkt te zijn, is vergeving nodig. Wat dus na een eerste lezing van de Cursus volgt, is een levenlang oefenen, oefenen, en nog eens oefenen.

Aangezien we intens gehecht zijn aan onze identiteit als lichaam en dus ook aan het denksysteem van het ego, is er inderdaad tijd en inspanning voor nodig om onze denkgeest te trainen om met de Heilige Geest te denken. We worden er in de Cursus herhaaldelijk aan herinnerd dat we aanzienlijke weerstand hebben om te leren wat hij onderwijst. In dit verband kunnen we de boodschap in Les 44 veralgemenen naar het oefenen van alles wat de Cursus onderwijst: “…je zult misschien merken dat je op hevige weerstand stuit. De reden daarvan is heel eenvoudig. Wanneer je op deze manier oefent, laat je alles wat jij nu gelooft plus alle gedachten die jij bedacht hebt achter je. In eigenlijke zin is dit de bevrijding uit de hel. Toch is het, gezien door de ogen van het ego, een verlies van identiteit en een afdaling in de hel” (WdI.44.5:2-6). Wij moeten bij het oefenen dan ook zorgvuldig en met veel aandacht en waakzaamheid in onze denkgeest luisteren naar elke gedachte en elk oordeel, en eveneens bereidwillig zijn ze door de Heilige Geest te laten transformeren, waardoor ze ongedaan worden gemaakt. Hoewel hiervoor geen gestructureerde oefening vastgesteld is, kunnen we, wanneer we het Werkboek helemaal gedaan hebben, elk van de instructies eruit gebruiken als hulp bij het oefenen. Het is zeker een goede zaak alles te doen dat helpt om ‘afgestemd’ te blijven op je gedachten: stille tijd, meditatie, het herlezen van delen uit de Cursus. Het is behulpzaam een aantal delen van het Tekstboek opnieuw te lezen, want de subtielere betekenis ervan wordt duidelijker wanneer er lagen van onze schuld weggenomen worden tijdens het dagelijks oefenen in vergeving. Wanneer je vertrouwd raakt met de Werkboeklessen, zullen ze gedurende de dag in je denkgeest opkomen. Of ze effectief zullen zijn, hangt echter uitsluitend af van jouw bereidheid ze toe te passen op elke situatie of relatie waarin jij je bevindt. Dit specifiek toepassen op elke relatie en gebeurtenis in het dagelijkse leven is het ware werk van een Cursus-student. En nogmaals, dit vergt oefening, en ook geduld en volharding. Een herhaling van de instructies in de inleiding tot het Werkboek kan behulpzaam zijn: “…sta jezelf niet toe uitzonderingen te maken in de toepassing van de ideeën die het werkboek bevat, en – wat je reacties op de ideeën ook mogen zijn – gebruik ze. Meer wordt er niet gevraagd” (W.In.9:4-5).