Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#406 Moet ik me schuldig voelen omdat ik mijn best niet heb gedaan ‘in de wereld’?

In V#3 werd gezegd dat als iemand gelooft dat hij nog steeds in deze wereld is, hij zijn best moet doen in de rol die hij daarin speelt. Dit heeft me behoorlijk dwars gezeten. Al sinds de universiteit word ik lastig gevallen door een stem die me dicteert wat ik in om het even welke situatie moet doen. Zodra ik de stem opmerkte, deed ik het tegengestelde van wat me werd gezegd en volgde mijn buikgevoel. Ik deed zeker niet ‘mijn best’ en handelde onbekommerd. Anderen bezorgden mij hierover een schuldgevoel. Mettertijd werd de schuld verschrikkelijk telkens wanneer ik niet wilde luisteren naar de ‘rede’ van de stem. Ik begon met deze stem naar mijn verleden te kijken en ik word tot op heden nog steeds voortdurend gekweld door mijn handelingen die in mijn denkgeest opkomen. Een cursus in wonderen is voor mij zo’n bevrijding van deze kwelling en tirannie. Zegt de Cursus niet in alles onbekommerd te zijn behalve in vergeving en liefde? Je uiterste best doen brengt volgens mij alleen maar oordeel met zich mee. Ook al heb ik in mijn gedachten en in die van anderen, niet mijn uiterste best gedaan, ik ben in veiligheid gebracht en ik heb veel succes gehad. Help me alsjeblieft dit te begrijpen omdat de Cursus mijn toevluchtsoord is en ik niet begrijp wat je bedoelt. Denken dat de Cursus niet bedoelt wat ik denk dat hij bedoelt beangstigt me.

Antwoord: Wees er in de eerste plaats zeker van dat de uitspraak in V#3 waar jij naar verwijst niet bedoeld is als vermaning om je verleden en huidige prestaties te beoordelen en om te oordelen of je de rol die je op je hebt genomen al dan niet adequaat uitvoert. Want de Cursus houdt zich nooit bezig met specifieke vormen die ons leven en onze handelingen in de wereld aannemen. En hij houdt zich ook niet bezig met het inventariseren van fouten uit het verleden als middel om onze schuld te versterken. Zijn focus ligt op het corrigeren van maar één fout die we in het heden maken: onze voortdurende keuze voor het ego. En alles wat je beschrijft over je stem van de ‘rede’ en jouw reacties erop zijn niets meer dan een poging van je ego om je van binnen in conflict te houden met jezelf en je in het heden van je vrede te beroven.

Dit gezegd hebbende, laten we verduidelijken wat die uitspraak in V#3 over je best doen betekent. Er wordt in die vraag op gewezen dat de vormen of rollen in ons leven – hoewel die oorspronkelijk zijn gekozen om de afscheiding, verschillen, speciaalheid en schuld werkelijk te maken – de klaslokalen worden waarin we onze lessen in vergeving leren, wanneer we eenmaal de Heilige Geest als onze Leraar hebben aanvaard. Met andere woorden: onze rol als student, werknemer, echtgenoot, ouder, enzovoort, is de vorm waarop we onze onbewuste schuld geprojecteerd hebben. Die vorm wordt nu het middel – als we aandacht besteden aan onze gedachten en reacties erop – om opnieuw in contact te komen met die schuld die in onze denkgeest begraven ligt.

Nu is het niet zo dat er een of ander ego-ideaal of standaard is waar we naar zouden moeten streven, en waaraan we ons zouden moeten meten om te zien of we onze rol vervullen; dat is een val van het ego met al zijn valstrikken van grootheidswaan. Het gaat hier alleen om het zeer praktische belang trouw te zijn aan het klaslokaal dat we voor onszelf hebben gekozen zodat we sneller vooruit kunnen gaan op onze reis terug naar huis, naar de Rol die God ons als Zijn enige Zoon heeft toebedeeld. Als we nu of in het verleden onze verantwoordelijkheden in de wereld niet genomen hebben, dan is dat geen zonde en moet niet gebruikt worden als middel om onze schuld te versterken; dat dient geen enkel behulpzaam doel.

Wat wel behulpzaam is, is eerlijk tegen onszelf zijn – in opstand komen tegen de zogenaamde verantwoordelijkheden van onze rol is evenzeer een truc van het ego als slaafs proberen je eraan aan te passen. Gebrek aan aandacht of bezorgdheid over deze verantwoordelijkheden op het niveau van de vorm is bijna altijd een uiting van ons autoriteitsprobleem met de autoriteiten van deze wereld die, in onze denkgeest, de ultieme Autoriteit van God voorstellen, van Wie we geprobeerd hebben onze onafhankelijkheid en autonomie te stelen. En weerstand tegen het aanvaarden van onze verantwoordelijkheid voor onze rol staat voor onze weerstand om de verborgen schuld bloot te leggen, zodat die losgelaten kan worden. Jezus vraagt alleen maar om eerlijk te zijn, maar hij zal ons nooit veroordelen als we nog niet bereid zijn om dieper te kijken.

Wat het citaat uit de Cursus betreft waar je naar verwijst, over het onbekommerd zijn, laten we er eens naar kijken in de context van de hele alinea:

Je vraagt je wellicht af hoe jij in vrede kunt zijn wanneer er – zolang je in de tijd verblijft – nog zoveel gedaan dient te worden vóór de weg naar de vrede open ligt. Misschien lijkt dit jou onmogelijk. Maar stel jezelf de vraag of het mogelijk is dat God voor jou een verlossingsplan zou hebben dat niet werkt. Als je eenmaal Zijn plan aanvaardt als de enige functie die jij vervullen wilt, zal er niets zijn dat de Heilige Geest niet voor jou zal regelen, zonder inspanning jouwerzijds. Hij zal jou voorgaan en je pad effenen, en geen stenen op je weg laten liggen waarover jij struikelen kunt, noch obstakels die je weg versperren. Niets dat je nodig hebt zal jou worden onthouden. Er is niet één ogenschijnlijke moeilijkheid die niet zal wegsmelten voor je die bereikt. Jij hoeft over niets na te denken, en je mag over alles onbekommerd zijn, behalve over het enige doel dat jij vervullen wilt. Zoals dat jou werd gegeven, zo zal ook de vervulling zijn. Gods garantie zal tegen alle blokkades standhouden, want ze berust op zekerheid en niet op toevalligheid. Ze berust op jou. En wat kan zekerder zijn dan een Zoon van God? (T20.IV.8; cursivering van de volledige zin toegevoegd).

Je zult wellicht opmerken dat deze passage begint met erop wijzen dat er in de tijd veel gedaan moet worden. In het bijzonder wordt er verwezen naar alle speciale relaties die we dienen te vergeven, met inbegrip van alle rollen die we in ons leven opnemen. De sleutel tot de uitspraak “jij hoeft over niets na te denken, en je mag over alles onbekommerd zijn” staat eerder in de paragraaf: “Als je eenmaal Zijn plan aanvaardt als de enige functie die jij vervullen wilt”. Met andere woorden: we ondervinden geen weerstand tegen iets dat we in de wereld schijnbaar moeten doen, omdat we weten dat ons enige doel vergeving is. En we leren al die ogenschijnlijke uitdagingen die ons leven ons biedt welkom te heten en we zien in dat elk ervan ons een stap dichter bij huis brengt, als we door de ogen van vergeving kijken. En dus hoeven we geen zorg of bekommernis te hebben over de vorm van ons leven, omdat we weten dat we het enige werk doen, dat er werkelijk toe doet.