Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#405 Wat moet ik nu doen als ik op een ongepaste manier heb gehandeld, terwijl ik dacht dat ik de Cursus in praktijk bracht?

Mijn vraag rijst op omdat ik geleerd heb dat ik ongelijk heb. Ik heb lange tijd gedacht dat ik leiding volgde en werk deed dat volgens mij van betekenis was. Dat standpunt is misschien niet zozeer verkeerd, maar iets waarover ik niet kan oordelen. Toch maak ik me er bezorgd over dat ik mensen misleid heb. Daar voel ik me verantwoordelijk voor. Ik paste Een cursus in wonderen toe, maar de mensen met wie ik omging begrepen dat niet, zelfs niet als ik het hen vertelde. Is er reden om te verklaren dat, als ik ongelijk heb, ik de Cursus misschien niet in praktijk heb gebracht? Het lijkt verband te houden met de vraag wat er gebeurt met het idee dat ik nodig heb wat anderen nodig hebben, of dat ik moet doen wat ieder ander zou doen, als wat er in feite gebeurt is dat ik uiteindelijk iets heel ongewoons doe. Ik heb gehandeld op basis van wat ik dacht dat ik nodig had. Nu zie ik in hoe enorm belangrijk het is volgens de Cursus om te begrijpen wat het betekent niets nodig te hebben, zelfs al moet ik daarvoor nog een lange weg afleggen. Ik vind het heel moeilijk alles goed te doen, zelfs maar voor korte tijd.

Antwoord: Als ik je vraag goed begrijp, zeg je dat je voor je gevoel in het verleden de leiding volgde die je kreeg om in overeenstemming met de principes van de Cursus te handelen, en als resultaat heb je ongewone dingen gedaan, die je tegenover anderen rechtvaardigde als een gevolg van het in praktijk brengen van de Cursus. En nu, omdat je niet meer zeker bent of je goed begrepen hebt wat de Cursus van je vraagt en je je daarin misschien vergist hebt, zou je dat tegenover anderen, die je over de Cursus misleid denkt te hebben, moeten erkennen? Kan het verder niet zo zijn dat als je je geroepen voelt om op een ongewone manier te handelen, dit het resultaat is van jouw waarneming van je behoeften en de leiding die je krijgt?

Het is heel gemakkelijk om in de knoop te raken wanneer we ons zorgen beginnen te maken over ons gedrag, en over wat juist en verkeerd is. De aandacht richten op het gedrag, of de vorm, is een van de slimme trucjes van het ego om ons in conflict te houden, en ons na te laten denken over schijnbaar redelijke vragen. Het is dus behulpzaam als je begrijpt dat de Cursus zich nooit werkelijk bezighoudt met veranderen of sturen van ons gedrag, maar alleen van onze gedachten (T2.VI.2,3). En het enige onderscheid dat de Cursus maakt is waar de oorsprong van een gedachte ligt: ofwel in het denksysteem van het ego, wat het geloof in de afscheiding, verschillen en schuld versterkt, of in dat van de Heilige Geest, wat het gemeenschappelijk doel dat we allemaal delen herkent, namelijk het vinden van een uitweg uit onze verwarring en pijn, ondanks al onze verschillen op het niveau van de vorm.

De vraag is dus niet langer: doe ik alles juist of verkeerd, maar: kijk ik met mijn juist-gerichte of onjuist-gerichte denkgeest naar wat ik ook maar denk of doe? Als ik me schuldig, in conflict en in de war voel, kan ik inzien dat dit mijn ego is. Maar als het me duidelijk is dat het enige dat ik werkelijk moet leren is om zonder oordeel, angst of aanval naar alle keuzes te kijken, zowel die van mij als die van anderen, dan kijk ik met mijn juist-gerichte denkgeest. Als ik daar mijn aandacht op richt, zal de vraag hoe ik me specifiek zou moeten gedragen in belang beginnen af te nemen. Niet dat ik mezelf dan niet meer zal betrappen op het richten van mijn aandacht op mijn gedrag en de gevolgen ervan, in plaats van op mijn gedachten met de gevolgen ervan. Maar ik zal het ego-conflict beginnen te herkennen dat altijd achter die aandacht voor de vorm schuilgaat, en ik zal vaker om hulp vragen om op een andere manier naar de situatie te kijken.

Nergens in de Cursus staat dat je je vergissingen tegenover anderen moet toegeven. Je moet je vergissingen tegenover jezelf en Jezus of de Heilige Geest toegeven, zodat er geen schuld mee gepaard gaat. Als je dat eenmaal doet, kun je er al dan niet toe geleid worden ze tegenover anderen toe te geven. Maar dat laatste hoeft geen punt van aandacht of bezorgdheid voor je te zijn, wanneer je werkelijk om hulp vraagt bij het loslaten van je oordelen.

Nu is het goed mogelijk dat, wanneer jij je deel hebt gedaan om je ego te herkennen en je een stap terug hebt gezet in je vereenzelviging ermee, je er soms toe geleid wordt om iets te doen wat de wereld als ongewoon beziet. Maar dat is dan niet gebaseerd op je eigen behoeftes, zoals jij die hebt vastgesteld, want de Cursus zegt ons dat onze enige behoefte die aan vergeving is. En in het algemeen is het behulpzaam om te weten dat je er de meeste tijd ongeveer uitziet als ieder ander, als je de focus van de Cursus op je gedachten en niet op je gedrag richt, en zijn principes beoefent. Want het enige belangrijke werk dat gedaan moet worden, is in onze eigen denkgeest. Met de woorden van de Cursus: “Er is een manier om in de wereld te leven die niet van deze wereld is, ook al lijkt ze dat wel te zijn. Je verandert niet van uiterlijk, hoewel je vaker glimlacht. Je voorhoofd is sereen, je ogen staan rustig. En degenen die door de wereld gaan zoals jij herkennen hun gelijken. Maar ook degenen die de weg nog niet hebben gezien herkennen jou, en geloven dat jij bent zoals zij, zoals je vroeger was” (WdI.155.1, cursivering toegevoegd ).