Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#564: Heeft onze staat van afscheiding een goddelijk doel?

V#341 refereert aan ons recht om uiteen te gaan. “Onder het voorbehoud van het ‘recht’ uiteen te gaan, zullen jullie ermee instemmen elkaar van tijd tot tijd te ontmoeten, en gescheiden te blijven in de tussengelegen perioden van afzondering…”. Mijn vraag is: er moet ongetwijfeld een goddelijk doel zijn voor deze illusie van afscheiding, die per slot van rekening alomtegenwoordig is? Het moet vast en zeker een betekenisvolle vergissing zijn. Is haar doel dat we ons de eenheid, die het tegendeel van afscheiding is, bewust kunnen worden en die kunnen waarderen? Gaat het zo: eenheid … dan illusie van afscheiding … dan bewustzijn van eenheid? Is het doel van illusie dat God zichzelf leert kennen?

Antwoord: Nee, het spijt me, jouw lijn van redeneren is te vinden in de verklaringen voor de afscheiding en de wereld die door andere spirituele leerscholen worden aangeboden, maar niet door Een cursus in wonderen. Die is compromisloos in zijn stelling dat God en Christus, in volledige en absolute Eenheid, volmaakt zijn (bijvoorbeeld T11.IV.7:5; P3.I.1:10), waaraan niets anders of nieuws toegevoegd hoeft te worden of kan worden (T10.In.2:1-4). Dus is het voor God of Zijn Zoon onmogelijk om iets te winnen bij een ervaring van afscheiding, welke in tegenspraak met Zijn Werkelijkheid is en daarom van geen waarde kan zijn. De gedachte van afscheiding en haar schijnbare gevolgen zijn niets dan een ko(s)mische vergissing van oneindig kleine, niet-dimensionale proporties, ondanks onze ervaring van het tegendeel.

De Cursus legt in het begin van het Tekstboek uit dat bewustzijn tot het domein van het ego behoort (T3.IV.2), omdat het een onjuiste dualiteit van waarnemer en waargenomene vaststelt, alsof er twee onderscheiden en onderscheidbare entiteiten zijn. Zodra we spreken van een ervaring van iets anders dan het ene Zelf, functioneren we in het domein van illusies en vergissingen. Er valt vanuit die toestand niets te winnen, behalve als we het ongedaan maken.

Nu zal de correctie van de vergissing – uiteraard – binnen het domein van bewustzijn in dualistische termen tot ons komen, terwijl het van onjuiste naar ware waarneming verschuift (VvT1.7). Maar het zal een weerspiegeling van de volmaakte eenheid van God en Christus zijn. Vergeving, “een soort gelukkige fictie” (VvT.3.2:1), is het proces dat de waarnemingsfouten van het ego-denksysteem ongedaan maakt, gegrondvest als dat is in afscheiding en verschillen, wat leidt tot veroordeling en aanval. Door middel van het toepassen van vergeving, zullen we weer gaan weten: “Er is niets buiten jou. Dat is wat je uiteindelijk dient te leren, omdat dit het inzicht is dat jij het Koninkrijk der Hemelen herkregen hebt. Want alleen dit heeft God geschapen, en Hij is er niet van weggegaan, noch heeft Hij het afgesneden van Hemzelf achtergelaten. Het Koninkrijk der Hemelen is de woonplaats van Gods Zoon, die zijn Vader niet heeft verlaten, noch van Hem afgezonderd woont. De Hemel is geen plaats, en evenmin een toestand. Het is louter een gewaarzijn van volmaakte Eenheid, en het weten dat er niets anders is; niets buiten deze Eenheid, en niets anders daarbinnen.” (T18.VI.1)

Je vindt misschien ook de bespreking in V#109 voor jouw vraag relevant.