Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#562 Waarom doen verdedigingen ‘wat ze geacht worden te verdedigen’?

In hoofdstuk 17 van Een cursus in wonderen, paragraaf IV “De twee schilderijen”, wordt in het Tekstboek uitgelegd hoe verdedigingen werken. Er staat: “Het is van wezenlijk belang te beseffen dat alle verdedigingen juist doen wat ze geacht worden te verdedigen. De onderliggende basis voor hun doeltreffendheid is dat ze aanbieden wat ze verdedigen. Wat ze verdedigen werd erin geplaatst ter veilige bewaring, en wanneer ze werkzaam zijn brengen ze het bij jou. Iedere verdediging opereert door het geven van geschenken, en het geschenk is altijd een miniatuur van het denksysteem dat door die verdediging wordt beschermd, gevat in een gouden lijst. De lijst is bijzonder kunstig bewerkt, overal met edelstenen bezet, zorgvuldig gebeeldhouwd en glad gepolijst. De bedoeling ervan is op zichzelf waardevol te zijn, en zo jouw aandacht af te leiden van wat het omlijst. Maar de lijst kun je niet hebben zonder het schilderij. Verdedigingen werken zo dat je denkt dat dit wel kan.” (T17.IV.7) Wil je zo vriendelijk zijn hierop nader in te gaan? Als mijn verdediging, bijvoorbeeld, eten uit angst is, hoe verhoudt zich dat dan hiermee?

Antwoord: We kiezen verdedigingen in een poging onze angst te hanteren en onszelf beter en veiliger te doen voelen. Toch is de verdediging er alleen vanwege de onderliggende angst die we proberen de baas te blijven. Dus wordt de verdediging, ongeacht de vorm ervan, een voortdurende herinnering – bewust of onbewust – van de onderliggende angst. Dit is inherent aan het dualistische denksysteem van het ego, dat altijd werkt onder de veronderstelling van tegenpolen, zoals veilig en onveilig. We twijfelen nooit aan het onderliggende uitgangspunt dat we bedreigd worden, maar aanvaarden gevaar als waar en proberen dan onszelf ertegen te beschermen (WdI.135.1-3).

Wanneer je gaat eten uit angst bijvoorbeeld, wordt voedsel in je denkgeest gelijkgesteld aan troost, of aan het vullen van het gapende gat waardoor je je leeg en kwetsbaar voelt. Maar als je voedsel dit doel geeft dan versterk je alleen maar je geloof in ongemak, leegte en kwetsbaarheid. Voedsel geeft je iets wat lekker is en bevredigend (de lijst). Daardoor lijk je je beter te voelen en misschien leidt het je af van het knagende gevoel van binnen, tenminste tijdelijk. Maar het doel dat je het geeft om je te redden maakt het tot het symbool van juist dat wat je tracht te vermijden of ontduiken – de onderliggende schuld en angst. En zo, als symbool van wat eronder ligt, herinnert het je aan datgene waarvan je bedoelde dat het je zou bevrijden, en geeft het je precies dezelfde ‘geschenken’, alleen verborgen.

Echter, als je eenmaal het doel onderkent dat jij aan voedsel geeft, namelijk je te troosten bij je angst, zoals alle speciale geschenken van het ego doen, kun je nu onze grote Trooster uitnodigen zich met je te verbinden en voedsel een ander doel te geven. De correctie die de Heilige Geest biedt is niet ophouden met eten, maar eerder om voedsel te gebruiken als middel om je te herinneren aan de onderliggende angst die je door eten probeert verborgen en op afstand te houden. Je kunt met de Heilige Geest de angst in je bewustzijn brengen en de bron van die angst in twijfel trekken. Want angst is niet meer dan een projectie van onze eigen schuld, weergegeven door een gapend gat in ons eigenste bestaan, vergezeld van een verwoestend gevoel van leegte, omdat we geloven dat we het enige hebben vernietigd waardoor we ons werkelijk volledig, vervuld en veilig kunnen voelen – liefde. Met het Symbool van Liefde naast ons, kunnen we het uitgangspunt van onze leegte gaan betwijfelen, in plaats van te blijven proberen die te vullen – en haar daarbij werkelijk te maken – met al onze “surrogaten voor liefde” (WdI.117.1:3), zoals voedsel.