Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#599 Heeft wetenschappelijk onderzoek enige zin als de wereld niet werkelijk is?

Door het lezen van Een cursus in wonderen, alsook de vele antwoorden in de Vraag-en-Antwoord Service, heb ik duidelijk het idee gekregen dat deze werel, die we lijken te ervaren, niet werkelijk is. Ik bestudeer nu les 166 van het Werkboek, en daar wordt inderdaad gezegd: “Deze wereld is niet de Wil van God en dus is ze niet werkelijk.” De voorafgaande les leert ons ook dat wat de wereld werkelijk lijkt te maken onze ontkenning van de waarheid is, de waarheid dat we nu al met God in de Hemel zijn. Ik vind deze gedachten heel troostrijk, vooral wanneer de wereld me teleur lijkt te stellen. Maar ik krijg het gevoel dat als deze wereld niet werkelijk is, dan heeft wetenschappelijk onderzoek geen zin. Is dat zo? Dit brengt me in de war, want ik waardeer al de wetenschappelijke ontdekkingen over de natuur, vooral die welke ons leven hebben verbeterd. Ontmoedigt Een cursus in wonderen ons de natuur te onderzoeken? Ik stel me een toekomstige wereld voor waarin, als iedereen het onderricht van de Cursus heeft aangenomen, wetenschappers onderzoek naar genezing van gezondheidsproblemen opgeven, we stoppen met het onderzoek van de ruimte, het het sparen van de regenwouden enzovoort, omdat geen van deze zaken werkelijk en daarom ons geloof erin of aandacht ervoor niet waard zijn. Hoe moet ik, als student van Een cursus in wonderen, denken over wetenschappelijk onderzoek naar onze zogenaamde natuurlijke wereld?

Antwoord: Het is een vergissing om iets op te geven waar we door aangetrokken worden of waar we in geïnteresseerd zijn, eenvoudig omdat de Cursus zegt dat het niet werkelijk is. Jazeker, uiteindelijk zullen we allemaal tot dat besef komen, maar onderweg ernaar toe wordt ons gevraagd de symbolen van de wereld te gebruiken (WdI.184.9:2) als belangrijke elementen van onze leerschool. Dat omvat ook de symbolen van wetenschappelijk onderzoek. De meeste denkgeesten zijn er eenvoudig nog niet aan toe de waarheid van de Cursus op het niveau waarop zijn genezende boodschap wordt aangeboden te horen en te leren. Daarom worden de symbolen van de wereld een belangrijk middel om de inhoud van de Cursus te communiceren in termen die de wereld kan horen en aanvaarden.

In Jezus’eigen woorden: “Het zou inderdaad vreemd zijn als je gevraagd werd aan alle symbolen van de wereld voorbij te gaan en ze voor altijd te vergeten, en jou toch werd gevraagd een onderwijzende functie op je te nemen. Het is voor jou nodig de symbolen van de wereld een tijdje te gebruiken. Maar laat je er niet tevens door misleiden. Ze staan helemaal nergens voor, en tijdens je oefeningen is het deze gedachte die jou ervan zal bevrijden. Ze worden slechts middelen waardoor je kunt communiceren op een manier die de wereld begrijpen kan, maar waarvan jij inziet dat het niet de eenheid is waar ware communicatie kan worden gevonden” (WdI.184.9).

Dus het is niet de bedoeling de symbolen van de wereld te ontkennen, maar ze een ander doel te geven. Het ego heeft de wereld en al haar symbolen gemaakt om ons in het denksysteem van schaarste, ziekte en slachtofferschap verstrikt te houden. Al ons menselijk streven is gebaseerd op de aanname dat onze problemen zich buiten ons in de wereld bevinden, en we moeten onze talenten, inspanningen en hulpbronnen richten op het overkomen van die problemen. Maar Jezus vraagt ons te erkennen dat de problemen, die we buiten in de wereld zien en die zo kritiek lijken, alleen maar symbolen zijn van het ene probleem in onze denkgeest: het geloof in afscheiding en zonde (WdI.79).

Herkennen wat het werkelijke probleem is en waar het zich bevindt betekent niet dat we al onze activiteiten en inspanningen met betrekking tot de oplossing van problemen in de wereld gewoon opgeven. Maar nu benaderen we die zaken op een andere manier, een benadering niet langer gemotiveerd door woede, angst, schuld of verdriet. Met de juist-gerichte denkgeest investeren we niet langer in alle blokkades die ons weerhouden van het ontdekken van oplossingen op het niveau van de vorm. Want feit is dat de schijnbare problemen van de wereld – inclusief ziekte, droogte, honger en milieuverontreiniging – alleen bestaan omdat ons ego dat zo wil, zodat we onze focus houden op de wereld waarvan we ons slachtoffer voelen, en nooit naar het werkelijke probleem binnenin kijken.

Dus, als student van de Cursus, mogen we doorgaan met zoeken naar oplossingen in de wereld en daarbij onder andere wetenschappelijk onderzoek gebruiken – zoals Helen Schucman en Bill Thetford, die de instrumenten waren waardoor de Cursus in de wereld kwam, bleven doen tot aan hun pensionering (zie Een leven geen geluk door Kenneth Wapnick). Maar dat betekent niet dat we geloven dat het echte probleem in de wereld ligt. Er zijn anderen die nog wél in de werkelijkheid van de wereld en haar problemen geloven en voor hen is de meest vriendelijke benadering proberen hen te bereiken op het vlak waarop zij denken hulp nodig te hebben. Jezus beschrijft dit proces in het begin van het Tekstboek: “De waarde van de Verzoening ligt niet in de manier waarop ze tot uitdrukking wordt gebracht. In feite zal ze, als ze waarachtig wordt benut, onvermijdelijk worden uitgedrukt op de manier die de ontvanger het meest zal helpen. Dit betekent dat een wonder, wil het zijn maximale effect sorteren, moet worden uitgedrukt in een taal die de ontvanger zonder angst kan verstaan. Dit betekent niet noodzakelijkerwijs dat dit het hoogste niveau van communicatie is waartoe hij in staat is. Het betekent echter wel dat dit het hoogste niveau van communicatie is waartoe hij nu in staat is. De hele opzet van het wonder is het communicatieniveau te verhogen, niet het te verlagen door de angst te vergroten” (T2.IV.5).

En zo kan het lijken dat onze woorden en daden geloof in de wereld uitdrukken, maar onze gedachten en onderliggende houding weerspiegelen een ander niveau van begrip, dat geen afgescheiden wereld en geen afgescheiden belangen ziet. En dit bewustzijn wordt moeiteloos naar alle denkgeesten gecommuniceerd, aangezien denkgeesten verenigd zijn in een werkelijkheid die alle zogenaamde wetten van de wereld overstijgt.