Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#547 Zijn er andere wegen om naar God terug te keren?

 

Voordat ik Een cursus in wonderen leerde kennen, bestudeerde ik het Idee van de Kosmos van de Rozenkruisers, en ik kan sommige van de illusies die we schiepen plaatsen. Wij schiepen Christus en de aartsengelen niet. En ik geloof dat er andere wegen zijn om naar God terug te keren. Zijn zij die niet geloven in Christus, Moeder Maria, de heiligen enzovoort op het goede spoor?

Antwoord: Aangezien de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden (T6.II.10:7) en je “thuis bent in God en droomt van ballingschap” (T10.I.2:1), is het ware antwoord op jouw vraag: dat er geen spoor is, omdat er geen plaats is om naartoe te gaan: “De reis naar God is slechts het herontwaken van de kennis van wáár jij bent voor altijd, en wát jij bent voor eeuwig. Het is een reis zonder afstand naar een doel dat nooit veranderd is” (T8.VI.9:6-7).

Maar omdat we geloven dat onze ervaring in de droom echt is, denken we een pad nodig te hebben om naar God terug te keren. We worden op dit pad gezet wanneer in de denkgeest de keuze voor God en tegen het ego gemaakt wordt. Deze keuze is ‘het juiste spoor’. De specifieke vorm waarin deze keus in de droom van afscheiding wordt ervaren of tot uitdrukking wordt gebracht is niet van belang. Voor sommige mensen is geloof in Christus, Maria en de heiligen de vorm die de keuze voor God aanneemt. Voor anderen neemt het misschien helemaal geen religieuze vorm aan. In het Handboek (H1.3) verwijst de Cursus naar deze keuze als het beantwoorden van de Roep van de universele cursus. Het ‘antwoord’, of het ‘juiste spoor’ dat ons op de weg naar God zet is het zien dat de belangen van iemand anders dezelfde zijn als de eigen belangen (H1.1). Zodra dit gebeurt staat de uitkomst vast, want, zoals ons wordt gezegd in het Tekstboek: “Er is geen weg of die leidt tot Hem [God]” (T31.IV.11:7).

Een belangrijk principe in het onderricht van de Cursus is het onderscheid tussen vorm en inhoud. De hierboven aangehaalde passages geven duidelijk aan dat de Cursus leert dat vorm significant kan variëren, en onbelangrijk is. De inhoud in de denkgeest bepaalt het doel dat, zoals eerder gezegd, altijd een keus is óf voor God, óf voor het ego. Net als de keus voor God in vele vormen ervaren en tot uitdrukking gebracht kan worden, waarbij sommige vormen niet religieus van aard zijn, kan de keus voor het ego ook gebruik maken van religieuze vormen om zijn doel (afscheiding) te bereiken. Dat verklaart waarom er zoveel individuen en groepen zijn die in Gods naam aanvallen en vernietigen, of hun geloof in Christus gebruiken om zichzelf afgescheiden te houden van anderen die hun geloof niet delen. Nogmaals: het is de keus voor God in de denkgeest die van belang is, niet de vorm. Zoals Jezus ons in het Handboek zegt: “Toch is dit alles maar een kwestie van tijd. Aan het eind zal iedereen antwoord geven…” (H1.2:8-9).