Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#593 Waarom voel ik me een mislukkeling wanneer ik de Cursus probeer toe te passen?

Ik heb een vraag over het proces van Een cursus in wonderen. Ik heb periodiek hartritmestoornissen. Niet iets heel ernstigs, maar serieus genoeg om onder behandeling van een cardioloog te zijn en allerlei pillen te moeten slikken. Deze periodes komen en gaan eens in de paar dagen, maar ze lijken geleidelijk erger te worden. Telkens als ik zo’n aritmie krijg, raak ik gefrustreerd en word ik kwaad omdat het alweer gebeurt, ondanks mijn verwoede pogingen, op het niveau van vorm, om het te voorkomen. Maar, onder die woede voel ik soms stiekem vreugde, omdat ik lijd. Zodra deze gedachte opkomt voel ik mezelf terugdeinzen en wil ik er niet naar kijken. Ik blijf proberen een stap terug te doen en aan de hand van Jezus naar mijn gevoelens en reacties te kijken en om hulp te vragen. Ik weet dat Jezus mijn angst voor lijden of sterven niet weg kan nemen, maar ik bid tot Hem mij te helpen met de omstandigheden die tot die angst leiden. Op de momenten dat ik echt doodsbang ben, ben ik geneigd om Zijn hand los te laten en terug te rennen naar mijn oude ego veiligheid. Heb je een idee waarmee je studenten kunt helpen niet weg te lopen van Liefde? Of ken je misschien passages uit de Cursus die behulpzaam zijn? Waarom voel ik me soms een mislukkeling wanneer ik de Cursus probeer toe te passen?

Antwoord: Om te beginnen, denk er alsjeblieft aan mild te zijn voor jezelf. Mislukking is een term van het ego, het staat niet in de vocabulaire van de Heilige Geest of in die van Jezus. Dus je weet hoeveel waarde je aan dat oordeel kunt hechten! Je voelt alleen mislukking als je het ego als je leraar hebt aanvaard. Dat is het enige probleem. Je tot een andere Leraar wenden is dus de oplossing. Jezus brengt ons zachtjes in herinnering dat we simpelweg niet in staat zijn om “het onderscheid te maken tussen vooruitgang en achteruitgang. Sommige van je grootste vorderingen heb jij als mislukking aangemerkt, terwijl je sommige van je diepste inzinkingen als succes hebt bestempeld” (T18.V.1:5-6).

Misschien helpt het als je beseft dat Jezus je niet vraagt om te kiezen tussen hem en je ego. Hij weet dat je nog steeds te bang bent om vertrouwde steun los te laten. Wanneer je bang wordt voor zijn liefde en terug rent naar je ‘oude ego veiligheid’, dan vraagt hij je alleen je te herinneren dat hij nog steeds bij je is en liefdevol naar je glimlacht, zoals een oudere broer die je ervan wil verzekeren dat de boeman waar je zo bang voor bent alleen maar in je denkgeest bestaat en niet echt is.

Dat je jezelf toestond de stiekeme vreugde die je voelt bij je lijden te herkennen bewijst dat je ego niet langer volledig de leiding heeft. Dat je bang bent om lang bij die herkenning stil te staan is geen verrassing, want het kan leiden tot het in twijfel trekken van het egodoel achter al die ongelukkige en pijnlijke situaties die ons lijken te overkomen en waar we ogenschijnlijk geen controle over hebben. Als we dat gaan doen, dan zijn de dagen van het ego geteld. Dus wees alsjeblieft niet hard voor jezelf vanwege je onwil om bij die gedachten te blijven. Vertrouw er simpelweg op dat je dat makkelijk kunt als je er klaar voor bent. De bereidheid komt doordat je mild bent voor jezelf, niet door geforceerde inspanning van jouw kant.