Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#578 Als alles illusoir is, wat heeft het dan voor zin om te gaan stemmen?

Ik heb hele sterke gevoelens gehad over één presidentskandidaat in het bijzonder, maar nu besef ik dat dat het ego is dat op hol slaat. Ik heb gevraagd om dit op een andere manier te zien en ik besef nu dat hij bang wordt en om liefde vraagt. Mijn gevoelens zijn vrediger geworden, en soms kan ik deze persoon zegenen, maar ik ben in de war over het idee om te gaan stemmen. Als dit dan toch een illusoire wereld is, waarom zou ik überhaupt moeite doen om te gaan stemmen? Hoe moet ik naar de komende verkiezingen in november kijken?

Antwoord: Aangezien we geloven dat we lichamen zijn die in de wereld leven, houdt het feit dat de wereld een illusie is ons niet tegen om deel te nemen aan de normale activiteiten: slapen, eten, werken, sporten, naar de film gaan of aan de verkiezingen deelnemen. We doen deze dingen omdat we denken dat we hier zijn, en ze maken deel uit van onze ervaring als lichaam. Jezus zegt ons in het begin van het Tekstboek dat we niet moeten ontkennen dat we ervoor gekozen hebben ons met het lichaam te vereenzelvigen (T2.IV.3). Als we dat doen, ontzeggen we ons in feite de leerkansen die noodzakelijk zijn om te genezen volgens het leerplan van de Heilige Geest.

Het politieke strijdtoneel, en in het bijzonder verkiezingen, bieden ons een zeer interessante gelegenheid om naar een uitgebreide reeks oordelen te kijken, zodat ze ter correctie aan de Heilige Geest gegeven kunnen worden. Heel weinig mensen ontsnappen aan de lading die op gevoelens rond de verkiezingen ligt. Deze gevoelens variëren van een sterke vastberadenheid om er niet mee bezig te zijn, tot sterke oordelen ten gunste van of in het nadeel van kandidaten of groepen. Men kan om velerlei redenen al dan niet gaan stemmen, maar de metafysica van Een cursus in wonderen geeft geen richtlijnen voor dit gedrag. De Cursus leert ons alleen door middel van het vergevingsproces ons denken te veranderen, niet ons gedrag. Dit betekent dat we het denksysteem van het ego dat ten grondslag ligt aan onze overtuigingen en oordelen herkennen, niet ontkennen, zodat het door de Heilige Geest getransformeerd kan worden.

De Cursus leert dat de wereld het domein van het ego is, dat ze werd gekozen als een substituut voor de Hemel. Wij hebben de politieke structuren ervan vastgelegd als basis van een georganiseerde maatschappij, die regelt hoe wij in de wereld leven. Het is dan ook begrijpelijk dat de politiek een heel krachtig symbool is van het denksysteem van het ego, en dat politici belangrijke autoriteitsfiguren zijn. Zowel de politiek als de politici zijn dan ook vruchtbare terreinen voor een heel belangrijke hoeksteen van het ego: het autoriteitsprobleem.

Wanneer we ervoor kiezen te geloven dat de afscheiding werkelijk is, maken we deze keuze omdat we onszelf willen scheppen; ‘om onze eigen persoon te zijn’. Door dat te doen, geloven we dat we ons de macht van God toegeëigend hebben. “De autoriteitskwestie is in wezen een kwestie van auteurschap. Wanneer je een autoriteitsprobleem hebt, komt dat altijd doordat je gelooft dat jij de auteur van jezelf bent, en doordat je jouw waanidee op anderen projecteert. Je beziet de situatie er dan als een waarin anderen jou letterlijk bevechten om je auteurschap. Dit is de fundamentele vergissing van al diegenen die geloven dat ze zich de macht van God hebben toegeëigend” (T3.VI.8:1-4). We beslissen voor onszelf wie we zijn (afgescheiden lichamen) in plaats van te aanvaarden wie God ons zegt dat we zijn (Zijn ene onschuldige Zoon). De schuld voor het begaan van deze ‘zonde’ wordt op autoriteitsfiguren geprojecteerd, die we beschuldigen van allerlei ‘zonden’: dat ze liegen, ons in de steek laten, ons verraden, onze behoeften verwaarlozen, ons bestelen.

Dit zijn allemaal herkenbare beschuldigingen die naar politici en regeringen en nog andere belangrijke autoriteitsfiguren geslingerd worden. In elke beschuldiging vinden we het slachtofferschap thema terug, evenals alle gevoelens die we met autoriteit associëren. Dit is de geprojecteerde versie van ons autoriteitsprobleem met God. Dit is ‘de wortel van alle kwaad’ (T3.VI.7), omdat het zijn oorsprong vindt in de oorspronkelijke beslissing ons van God af te scheiden en ons met het ego te vereenzelvigen. Het is dus ons conflict met God over het auteurschap van onze identiteit, dat schuilgaat achter alle gedachten en gevoelens die geassocieerd worden met verkiezingen, politici en politiek in het algemeen. Geen wonder dat politieke debatten en discussies zo verhit zijn. Alle partijen (sorry voor de woordspeling) hebben ‘gelijk’. Het ego zegt ons dat het juist is dat we een lichaam zijn, dat we in de wereld leven, liberaal of conservatief zijn, op miljoenen manieren verschillend zijn, en dat we de keuze hebben om al of niet te gaan stemmen. De Heilige Geest zegt ons dat we ongelijk hebben over wie we zijn, en dat het enige wat juist is voor ons, is leren ons met Zijn definitie van onze Identiteit te vereenzelvigen.

Terwijl we de komende paar maanden de verkiezingsactiviteiten ondergaan, kunnen we naar alle gevoelens en oordelen kijken over zowel de kandidaten als de kiezers. Daarin kunnen we onze eigen gekoesterde keuze voor afscheiding herkennen. Dit is de manier om anders te kijken, en de eerste stap in het vergeven van onszelf omdat we verkeerd geoordeeld hebben. Hoezeer we misschien ook gelijk hebben dat een bepaalde kandidaat geschikter is om verkozen te worden, als we de ‘andere kerel’ als de zondaar zien die verantwoordelijk is voor onze ellende, vergissen we ons. Dit is belangrijk voor ons en dit kunnen we leren van de verkiezingen in november, evenals van allerlei andere dingen.