Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#576 Hoe kon Jezus de illusie binnengaan als hij wist dat ze niet werkelijk was?

Eens kijken of ik dit goed begrijp: deze hele wereld en alles erin is een gedachte die we allemaal hebben, een deel van een nietig, dwaas idee dat een nietig ogenblik de denkgeest van de slapende Zoon binnensloop. Mijn identiteit als de persoon die ik denk dat ik ben, is in feite niets meer dan een fragment in de droom van Christus – en ieder in de droom is eveneens een fragment in de droom en we dromen allemaal. Of liever: Een van ons droomt dat hij velen is, maar in waarheid is hij dat niet – die slechts voor een ogenblik droomt, maar nog altijd droomt. Mijn grote vraag is dus: hoe kwam Jezus de droom binnen en wist hij dat het maar een droom was? Als het zo is dat het ‘juist gerichte’ deel van de Christus-Denkgeest hem gezonden heeft – en ik geloof dat dit in waarheid betekent dat de Eenheid van het Zoonschap hem gezonden heeft – hoe kon hij daar dan komen zonder door de illusie beïnvloed te worden? Ik bedoel hoe is hij gekomen terwijl hij wist dat dit niet werkelijk was? Ik begrijp dat iemand dat misschien kan bedenken, maar het lijkt erop dat hij het wist toen hij kwam – hoe is dat mogelijk?

Antwoord: Eerst even iets ophelderen. Een cursus in wonderen verwijst niet naar Christus alsof Hij in slaap zou zijn gevallen en zou dromen. Christus is de uitbreiding van de Denkgeest van God die Zijn ware Identiteit nooit vergeten is. De Cursus gebruikt de Zoon van God om zowel naar de Christus te verwijzen als naar het illusoire gedeelte – de gespleten denkgeest – dat in slaap gevallen lijkt te zijn en droomt dat het afgescheiden van God is. Maar in werkelijkheid is de droom nooit gebeurd en blijft Christus onaangetast (WdII.6:1-3).

Wat je ‘grote vraag’ betreft: het is nuttig om je te herinneren dat het verhaal van Gods Zoon die in slaap viel en van een wereld droomde die van zijn Vader was afgescheiden, een mythe is, een reeks symbolen om het verhaal te corrigeren dat het ego ons heeft verteld over zonde, schuld en angst en een boze Vader die eropuit is om Zijn Zoon te vernietigen omdat hij Hem heeft aangevallen. De Denkgeest buiten de droom heeft geen invloed op de droom om de slapende Zoon en alle fragmenten waarin hij afgesplitst lijkt te zijn, wakker te maken. En er is buiten de droom geen Jezus die in de droom ‘gezonden’ zou kunnen worden.

Er is een herinnering van eenheid die in de denkgeest van de Zoon blijft nadat hij in slaap gevallen lijkt te zijn. En die herinnering kan symbolisch voorgesteld worden ofwel op een meer abstracte manier door de Heilige Geest, of meer specifiek en concreet door de figuur van Jezus (samen met andere figuren die staan voor het ontwaken). Maar beiden staan symbool voor die herinnering die we in de droom meegenomen hebben, en die in elk afzonderlijk fragment – al onze verschillende individuele identiteiten, aanwezig is.

Net als sommige figuren in je droom, wanneer we ’s nachts slapen en dromen, de schuld en angst van je ego voorstellen, en andere symbool staan voor je juist-gerichte gezonde denken, kunnen de figuren in onze collectieve waakdroom dezelfde functies hebben. En net zoals er buiten onze denkgeest niemand is die figuren naar onze slaapdromen sturen, is het de gespleten denkgeest zelf die symbolen manifesteert in onze waakdromen om de enige twee keuzes voor te stellen die ons ter beschikking staan: blijven slapen en dromen, of in de richting van het ontwaken te gaan.

V#473 over Jezus zou nuttig kunnen zijn, evenals de audiocassettes van Kenneth Wapnick: Jesus: Symbol and Reality (Jezus: symbool en werkelijkheid).