Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#555 Wat bedoelt de Cursus precies met: “vraag om de dingen die je wilt dat jou overkomen”?

In “Regels voor beslissingen” in het Tekstboek van Een cursus in wonderen staat: “Houd […] jezelf opnieuw voor welk soort dag je wenst, de gevoelens die je zou willen hebben, de dingen die je wilt dat jou overkomen en die je zou willen ervaren” (T30.I:4). Dat klinkt alsof je om specifieke dingen zou moeten vragen (bijv. gevoelens, ervaringen), net zoals de onderkant van de ladder uit de Het lied van het gebed. Bijvoorbeeld: “Ik wil een fijne dag hebben bij mijn zus thuis; help me om aardig te zijn tegen de patiënten op mijn werk”; etc. Als je antwoordt vanaf het hoogste niveau, zouden de gevoelens waar je om zou kunnen vragen liefde, vrede en vreugde zijn, maar om wat voor ervaringen zou je op dit hoogste niveau vragen? Of zou ik nergens om moeten vragen omdat ik het al heb? Ik probeer dit op mijn leven toe te passen en gewoonlijk vraag ik om specifieke dingen omdat ik me meer met Jezus verbonden voel en ik met hem door de dag kan wandelen. Vanaf welk niveau zou ik moeten vragen, kunt je dat verhelderen?

Antwoord: Het is gemakkelijk om deze zin op zichzelf te lezen en uit te leggen zoals jij doet. En er is niets mis met het vragen om bijzonderheden als dat is waar je je op de ladder terug naar huis voelt staan. Als we eerlijk tegenover onszelf zijn, zouden de meesten van ons moeten toegeven dat we de meeste tijd op het niveau zitten waarop we geloven en ervaren dat we specifieke behoeften hebben.

Maar in de context van de hele paragraaf – die de noodzaak benadrukt om geen beslissingen op eigen houtje te nemen – nodigt Jezus ons hier uit om een dag vrij van oordelen te hebben. En dat betekent dat wij niet onze interpretatie moeten geven aan elk van de gebeurtenissen of ervaringen van de dag, denkend dat wij in een positie zijn te beoordelen wat we willen en nodig hebben. En wetend dat we natuurlijk meer dan waarschijnlijk in de val zullen lopen van het oordelen over wat lijkt te gebeuren, voorziet Jezus ons van de stappen om ons te herinneren wat we werkelijk willen (vrede) en om weer van gedachten te veranderen over Wie we onze dag willen laten interpreteren.

Wanneer ik een specifieke behoefte onderken in de zin dat ik wil dat gebeurtenissen plaatsvinden waarvan ik geloof dat die me gelukkig zullen maken, eigen ik me de rol van de Heilige Geest toe en solliciteer ik op teleurstelling en mislukking, wat natuurlijk precies is wat mijn ego wil dat ik doe. Want dan kan ik mijn ongeluk en verlies van vrede toeschrijven aan externe mensen en gebeurtenissen, in plaats van aan een beslissing die ik in mijn denkgeest nam om op mezelf te staan en te kiezen – in ander woorden, een beslissing voor afscheiding. Hoewel iets specifieks de vorm kan zijn waarin ik me op dat moment gemakkelijk voel in het beperken en aanvaarden van oneindige liefde, is het specifieke daarom altijd een tweesnijdend ‘geschenk’ dat me met de illusie vereenzelvigd houdt en haar werkelijkheid in mijn eigen denkgeest versterkt.

Nogmaals, dit wil niet zeggen dat we niet om specifieke dingen zouden moeten vragen, maar Jezus wil dat we ons ervan bewust zijn, dat hij ons zo veel meer biedt dan de beperkte gaven die we op dit moment willen aanvaarden. Als we niet tenminste dat beseffen, zullen we niet in staat zijn naar de hogere vraagniveaus te groeien die ons de ladder terug naar huis op leiden.