Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#543 “Wat jij ervaart wanneer jij je Vader verloochent, geschiedt nog steeds ter bescherming van jou”

Wil je alsjeblieft wat uitvoeriger ingaan op de mogelijke betekenissen en implicaties van de volgende zinnen uit het Tekstboek van Een cursus in wonderen: “Gods wetten gelden alleen om je te beschermen, en ze gelden nooit voor niets. Wat jij ervaart wanneer jij je Vader verloochent, geschiedt nog steeds ter bescherming van jou, want de kracht van jouw wil kan niet worden verminderd zonder ingreep van Godswege daartegen, en elke beperking van jouw macht is niet de Wil van God” (T11.IV.2:3-4).

Antwoord: Wanneer we ons met het denksysteem van het ego vereenzelvigen, ervaren we onszelf als afgescheiden wezens, met belangen die in conflict zijn en met andere concurreren. Dat is niet de waarheid, maar als we inzien dat alles wat we hier ervaren een gevolg is van die keuze voor het ego, dan kunnen we die beslissing elk moment wijzigen en tegen het ego kiezen; daarmee herwinnen we het gewaarzijn van de eenheid van het Zoonschap. Hierover spreekt Jezus in de alinea’s die voorafgaan aan en volgen op degene die jij aanhaalt. Zo zegt hij heel uitdrukkelijk: “Vergeet nooit dat het Zoonschap jouw verlossing is, want het Zoonschap is jouw Zelf” (T11.IV.1:1). En als hij spreekt over onze keuze om bepaalde personen niet waardig te achten de gaven te delen die God aan Zijn Zoon heeft gegeven, leert Jezus ons dat we daarmee onze eigen deelname aan deze gaven verminderen, en dat het Gods wet is dat ze zonder beperking worden gedeeld: “Zou jij een broeder willen afsnijden van het licht dat het jouwe is? Dat zou je niet doen als je besefte dat jij alleen je eigen denkgeest verduisteren kunt. Zoals je hem terugbrengt, zo zul jij terugkeren. Dat is de wet van God ter bescherming van de Heelheid van Zijn Zoon” (T11.IV.3:4-7).

Gods Zoon is Eén – dat is Zijn wet. Dus zelfs als we ons in onze waantoestand als afgescheiden ervaren, geldt Gods wet nog steeds. Niets kan daarover zegevieren. Het is dan ook vergeefse moeite om hardnekkig vol te houden dat we gelijk hebben, net als al onze pogingen dat zijn om af te zien van de verantwoordelijkheid voor onze afgescheiden staat door anderen de schuld te geven van ons lijden en onze problemen. Als het Gods Wil is dat het Zoonschap heel is, dan is dat ook onze wil. Dat is het principe van de Verzoening, die vertegenwoordigd wordt in ons juist gerichte denken. Zo onderwijst Jezus in het volgende hoofdstuk (T12.I) dat onze ontkenning van onze Identiteit als deel van God een roep om hulp is, en dat betekent dat als we iets ontkennen, het moet bestaan. Dat is onze bescherming; de Verzoening is onze bescherming. We kunnen ons nooit werkelijk afscheiden van onze Bron, noch van de eenheid waarin God ons schiep.