Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#531 “Wat je van de ene wegneemt, zal de andere verborgen houden”

Kunt u in het kort commentaar geven over de betekenis van een versregel uit het prozagedicht The Gifts of God (De geschenken van God). De regel komt voor in de eerste paragraaf, ‘The dream of fear’ (‘de angstdroom’). De vierde alinea van deze paragraaf spreekt over hoe de wereld en God in alle opzichten verschillend zijn. ‘Bedriegt God of doet de wereld dat? Want het staat vast dat iemand moet liegen. Op geen enkel punt komen hun gedachten overeen, of zijn hun geschenken naar aard of doel verenigd. Wat je van de ene wegneemt, zal de andere verborgen houden. Er is hier geen hoop op een compromis.’ Ik heb moeilijkheden om de betekenis te begrijpen van de zin: ‘Wat je van de ene wegneemt, zal de andere verborgen houden’.

Antwoord: Deze zin betekent eenvoudig dat de gevolgen van een keuze tussen God of het ego niet ervaren kan worden in aanwezigheid van de andere. Het ego zal de geschenken van vrede en liefde die God ons biedt voor ons bewustzijn versluieren of verborgen houden. Maar op dezelfde manier zal een keuze voor God dat wat het ego ons biedt – zonde, schuld en angst – vervangen door Zijn geschenken van liefde en vrede, en het ego samen met zijn geschenken terug naar het niets verbannen. We kunnen er op elk moment maar een tegelijk in ons bewustzijn vasthouden en wij maken die keuze. God en het ego zijn onverenigbaar en de keuze is tussen de een of de ander. Bijna aan het einde van de volgende alinea in het gedicht wordt dit idee opnieuw uitgedrukt: ‘Denk niet dat angst kan binnentreden waar Zijn geschenken verblijven. Maar denk ook niet dat geschenken kunnen worden ontvangen waar angst is binnengetreden….Dromen zijn er niet in stukjes. Elk bevat de gehele angst, het tegendeel van liefde, de hel die de Godsherinnering verborgen houdt… en de hel is totaal.’ Dit zelfde idee wordt eveneens weerspiegeld in de uitspraak van Jezus in Een cursus in wonderen: “Je kunt de Hemel niet ten dele opgeven. Je kunt niet een klein beetje in de hel zijn” (H13.7:3-4).