Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#523 Zijn we beiden genezen als ik jou kan overtuigen dat je zonder zonde bent?

i: Als ik zeker ben dat ik zonder zonde ben en jou kan overtuigen of aan jou kan overbrengen dat jij zonder zonde bent, en dat ik je op geen enkele andere manier anders dan volmaakt zie, dan is het zeker dat de denkgeest genezen wordt en vergeving het resultaat zal zijn. We zijn beiden genezen. Is dit waar?

ii: “Ik ben zoals God mij geschapen heeft” is een feit. Dat betekent dat ik een Gevolg ben van Gods schepping. Het zelf dat beweert dat ik dat ben kan niet dan ook niet werkelijk zijn. Als een gevolg een oorzaak kan maken, dan zou het mogelijk kunnen zijn. Maar wat een effect is, kan geen oorzaak voortbrengen als de oorzaak niet werkelijk is, en als de oorzaak al lang voorbij is. Ik geloof dan wel dat ik besta en ik van mezelf bewust ben, maar hoe kan het ‘zelfbewustzijn’ het Zelf maken? Een voorbeeld: aan de ene kant is er het zelf en aan de andere kant het gewaarzijn van het zelf (bewustzijn). Het zelf, de oorzaak, brengt het gevolg voort, het gewaarzijn van het zelf. MAAR, het zelf is in waarheid een Gevolg van Gods schepping en omdat het een gevolg is, kan het geen oorzaak worden.

Mijn bewustzijn is dan ook een gevolg en geen oorzaak. Dat tot oorzaak maken is een cirkelredenering. Als mijn ego zelfbewust is, kan het niet werkelijk zijn. Dat is onmogelijk. Wat een gevolg is, kan geen oorzaak worden en daarom moet mijn zelfbewustzijn wel een illusie zijn en niet werkelijk. Klopt dat?

Antwoord: Wat je eerste punt betreft – dat vergeving en genezing het resultaat zal zijn als jij me ervan overtuigt dat we zondeloos en volmaakt zijn – is het standpunt van Een cursus in wonderen feitelijk tegenovergesteld. Onze zondeloosheid en volmaaktheid staan vast, boven elke overtuiging, maar we geloven het niet. Vergeving laat ons toe alle hindernissen te verwijderen die in de weg staan van deze overtuiging – door ons te herinneren dat onze zondeloosheid en volmaaktheid het resultaat is. Als we elkaar ervan moesten overtuigen dat we zonder zonde zijn, uitgaande van het standpunt – wat we trouwens doen – dat we afgescheiden zijn en dat er iemand buiten onszelf is die we moeten overtuigen, zouden we de leiding van de Verzoening op ons nemen. Het resultaat zou heel zeker niet gunstiger zijn dan de schijnbare gevolgen van het nietig dwaas idee van het ego.

Wat je tweede punt betreft: als ik goed begrijp wat je zegt, dat een gevolg nooit de oorzaak kan zijn, is ook dit niet in overeenstemming met de Cursus. Jezus bevestigt in feite dat God als onze Bron en Oorzaak al Zijn macht met Zijn Zoon heeft gedeeld en hem hetzelfde scheppingsvermogen heeft gegeven (d.w.z. oorzaak te zijn) als dat van Hemzelf – God onthoudt Zijn Zoon niets. En zo veroorzaakt de Zoon, als Gevolg van God die zijn Oorzaak is, op zijn beurt zijn eigen effecten of creaties door middel van de uitbreiding van de liefde die God naar hem had uitgebreid toen hij geschapen werd (T8.III.3; T8.VI.6; T28.II.1; WdII.326.1). Het enige verschil is dat de Zoon niet de eerste Oorzaak kan zijn. En God is in eerste instantie de Bron van alles waartegen het ego bezwaar maakt (T11.In.1,2).

Jouw conclusie – dat niets werkelijk is in het domein van het bewustzijn en het zelf dat we geloven dat we zijn – is waar, maar niet omwille van de redenen die jij naar voren brengt. De oorzaak van het bewustzijn is het ego, maar het ego – de afscheidingsgedachte – is niet werkelijk, en dus kan iets dat voort lijkt te komen uit een oorzaak die niet werkelijk is – het oorzaakloze – evenmin werkelijk zijn (T28.II.3:1-5).

Een laatste punt kan ook nog nuttig en verhelderend zijn. Telkens wanneer de Cursus naar het zelf verwijst, verwijst het naar de illusie. Het ware Zelf dat wij zijn (altijd met een hoofdletter in de Cursus), is de Christus, die een continuüm vormt met Zijn Bron en niets weet van bewustzijn of individualiteit. Het zelf (altijd met een kleine letter in de Cursus) verwijst naar de fictieve persoon, de bewuste identiteit die schijnbaar tegelijk met de afscheidingsgedachte is ontstaan. Het is illusoir, en hoewel het voortkomt uit een onjuiste gerichtheid-van-denken (het ego), kan het worden getraind om een niveau van waarneming te bereiken dat juist gericht is en resulteert in wat de Cursus de werkelijke wereld noemt – een afspiegeling van de Eenheid-van-denken van de Hemel (VvT1.5-7). Maar het bezit geen werkelijkheid en staat niet in relatie tot ons ware Zelf in de Hemel.