Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#520 Het is moeilijk op vrede gefocust te blijven wanneer een familielid ziek is

Mijn zus is de laatste twee jaar behandeld voor kanker. Dat houdt de hele familie in zijn greep. Dit is haar illusie van zichzelf, maar wij allemaal zijn daarin met haar meegegaan. Ik heb veel oordelen over hoe de rest van de familie reageert: sommigen willen absoluut niets slechts horen. Ik probeer om te gaan met mijn gevoelens van constant naar Jezus willen gaan, en proberen te begrijpen dat hij mijn leraar is en dat dit het klaslokaal is dat ik gekozen heb. Dat vermindert mijn ongerustheid over haar toestand niet. Ik zeg alleen maar tegen mezelf dat ik niets hoef te doen, want er is echt niets wat ik kan doen. Het is moeilijk om met mijn dagelijkse leven door te gaan zonder voortdurend aan de situatie te denken, hoewel ik er kilometers van verwijderd ben. ’s Morgens word ik vroeg wakker en dan denk ik er meteen aan. Ik voel dat het het ego is dat tegen me zegt: “Dus jij denkt dat je nu vredig en ontspannen kunt zijn en anderen hun leven kunt laten leiden zonder dat het je bezighoudt. Hoe zit het dan met deze nieuwe situatie!” Hoe bestaat het dat het ego werkelijker lijkt dan Jezus, hoewel ik weet dat het niet zo is.

Antwoord: Het proces waarmee het ego voor ons minder werkelijk wordt en Jezus werkelijker strekt zich meestal over vele, vele jaren uit. Er is veel geduld voor nodig, een proces dat hij beschrijft in het Handboek van Een cursus in wonderen in de paragraaf: “Het ontwikkelen van vertrouwen” (H4.1). Wanneer we pas beginnen met het vragen om hulp zijn we ons er helemaal niet zo van bewust wat daarbij komt kijken – met name de diepte van onze angst om het ego totaal los te laten en de liefde van Jezus de enige werkelijkheid in onze denkgeest te laten zijn. Het lijkt alsof we dat echt boven alles willen. Maar er móet wel iets in de weg staan, ander zou het ego eenvoudigweg verdwijnen. Dus naarmate we verder gaan komen we geleidelijk in contact met de blokkades en gaan we zien hoe we vermoedelijk heimelijk om een compromis vragen: we willen de liefde van Jezus, maar we willen ook een gelukkig, probleemloos leven in de wereld, waar zaken als kanker niet optreden of snel genezen worden. Daarom zegt Jezus zo vaak in de eerste werkboeklessen dat we onze denkgeest moeten onderzoeken op gedachten die we bedekt of weggestopt hebben zodat we er niet bij kunnen. We zeggen allemaal dat we een relatie met Jezus willen ontwikkelen, maar we hebben heimelijk voor die relatie onze eigen voorwaarden gesteld, in plaats van met lege handen naar hem toe te komen en met een altaar gezuiverd van alle verwachtingen en eisen.

Jezus wil dat je jouw oordelen over je familie naar Hem brengt, evenals al je ongerustheid en gevoelens van hulpeloosheid over je zus. Zodat je samen rustig en kalm naar dat alles kunt kijken, vanuit een gezichtspunt dat boven de complexiteit en wanhoop van de wereld ligt. Van de ogenschijnlijke werkelijkheid van het ego verschuif je naar de liefde van Jezus, door simpelweg naar het ego te leren kijken zonder het te beoordelen, er bang voor te zijn of het te smoren in juist gerichte gedachten. Het ego wordt minder werkelijk naarmate je steeds meer oefent om binnen jezelf in vrede te zijn (zonder je gevoelens te ontkennen) ongeacht de afloop van de situatie van je zus. Dit is een erg moeilijke les om te leren en niemand vindt die gemakkelijk. Maar Jezus verzekert ons dat we niet kunnen falen hem te leren en dat zijn liefde totaal niet aangetast wordt door wat het ego ook maar op onze weg brengt. De ogenschijnlijke macht van het ego is zelfs niet sterk genoeg om een speld te stoppen in zijn val (T18.IX.6:4). Hoor hem tegen jou en je zus zeggen: “Heb slechts vertrouwen in dit ene en dat zal voldoende zijn: God wil dat jij in de Hemel bent, en niets kan jou daarvan afhouden, of die weghouden van jou. Je wildste waanbeelden, je bizarre fantasieën, je zwartste nachtmerries betekenen allemaal niets. Ze zullen niet zegevieren over de vrede die God voor jou wil” (T13.XI.7:1-3).

Wat zo buitengewoon behulpzaam is in deze passage, naast zijn troostende geruststelling, is dat Jezus zegt dat hij op de hoogte is van onze gedachten, onze ontmoediging, onze krankzinnigheid en onze weerstand, maar dat niets daarvan er voor hem toe doet. De les is dat we erop leren vertrouwen dat al onze waanzinnige egoaanvallen alleen maar pogingen zijn de onderliggende liefde te verbergen, onze werkelijke identiteit. Hoe meer we op deze manier het ego benaderen, hoe meer we Jezus vertellen dat we weten dat zijn liefde werkelijker is dan het ego.