Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#516 Over reïncarnatie, regressie en spirituele gidsen

Jarenlang heb ik een studie gemaakt van reïncarnatie, vorige levens, hypnotische regressie, zielsverwanten, communicatie met spirituele gidsen, engelbewakers, overleden dierbaren, enz.. Ik heb geleerd hoe goddelijke vrienden ons helpen elk leven te plannen – door onze familie, ons land, onze beproevingen en tegenslagen, enz. uit te kiezen, zodat we ons karma in evenwicht kunnen brengen en spiritueel kunnen groeien door onze problemen hier te overwinnen. Nu zegt Een cursus in wonderen dat het ego ons leven heeft opgebouwd, niet om spirituele groei te ervaren, maar om slachtoffer te blijven en anderen tot slachtoffer te blijven maken. Als al deze gidsen en helpers miscreaties van ons ego zijn, kunnen ze dan een heilig doel dienen? Zijn herinneringen aan een vorig leven in het brein opgeslagen of bevinden ze zich in de ego-denkgeest? Ik heb ook een studie gemaakt van de kracht van ons denken om al de wereldse dingen die we zouden willen hebben aan te trekken. Is dit het brein of alleen maar onze ego-denkgeest die miscreëert door iets te willen? Ik heb door mijn godsdienst geleerd via Jezus tot God om hulp te bidden, en ik heb heel veel antwoorden gekregen, waarvoor ik hen dankbaar ben. Nu zegt de Cursus dat ze niet geluisterd hebben. Hoe werden al die gebeden dan verhoord – was het weer de ego-denkgeest, of het brein?

Ik zie nu in hoe dit alles me heeft afgeleid. Een deel van wat voor mij met zekerheid de ‘waarheid volgens het evangelie’ (in overeenstemming met het ego) was, heeft me er zeker van weerhouden elders te kijken. Maar door dit alles verschenen er veel waarheden die me op de Cursus hebben voorbereid. Hoe moet ik dit alles bezien?

Antwoord: Misschien helpt het je het meest als je je gewoon herinnert dat alles, Een cursus in wonderen inbegrepen, in het kader van het ego komt (VvT.In.3:1). En het enige criterium om aan iets in de wereld van vorm waarde te hechten (met inbegrip van alles wat je in je vraag hebt opgesomd), is je af te vragen of het behulpzaam is geweest bij het leren vergeven van onszelf en van onze broeders en zusters. En wat behulpzaam is, hangt af van hoe ver we gevorderd zijn in het proces van ons te herinneren wie we zijn (H25).

Het is alleen het ego dat wil oordelen of de manier waarop we onze tijd in het verleden hebben doorgebracht behulpzaam was of niet. Als wat we hebben gedaan ons heeft voorbereid op het aanvaarden op een dieper niveau van de waarheid van wie we zijn, dan volstaat dat zeker. En als het ons heeft getroost door de wetenschap dat we bemind worden en dat schuld geen enkel nuttig doel dient, is het een afspiegeling geweest van die ene Liefde die ons allen verbindt, in een vorm die onze angstige denkgeest kon aanvaarden.

Als we in een bepaalde vorm vast blijven zitten, is het waarschijnlijk dat we in de val zullen lopen om die vorm te gebruiken om speciaalheid en afscheiding te versterken. Maar alles is nuttig wat ons ertoe brengt in te zien dat er meer voor ons is dan de beperkte werkelijkheid van ons povere leven in deze wereld van conflict en pijn. En alles wat of iedereen die ons helpt om te leren dat we het verdienen om aan onze beperkingen te ontsnappen, ook al zijn ze schijnbaar van ons gescheiden – of het nu engelen of gidsen, of opgestegen meesters zijn of wat dan ook – heeft een heilig doel gediend.

Ongeacht de vorm van het leven dat wij hebben opgebouwd, het dient altijd twee mogelijke doelen, afhankelijk van de leraar die we gekozen hebben om van te leren. In tegenstelling tot het ego, zal de Heilige Geest ons er nooit toe brengen om iets te doen dat ons opzettelijk pijn zal bezorgen. Hij zal in plaats daarvan onze keuze steunen om van onze ervaringen te leren dat er een alternatief is voor pijn en lijden. En dus kan de leiding van de Heilige Geest, of die nu plaats lijkt te hebben voorafgaande aan of gedurende een specifiek leven, ons ertoe brengen deel te nemen aan bepaalde relaties – niet om opnieuw het slachtoffer te zijn, maar om ze te genezen door te leren dat slachtofferschap onmogelijk is.

Het is de denkgeest – en nooit het brein dat alleen maar het programma van de denkgeest volgt – die bepaalt wat onze ervaringen zullen zijn. En de denkgeest, en niet het brein, bevat alle herinneringen waartoe hij toegang kan krijgen van levens uit het verleden, het heden of de toekomst. In de ‘werkelijkheid’ van de gespleten denkgeest, zijn ze allemaal gelijktijdig.
Er zullen ongetwijfeld nog meer vragen blijven opkomen in ons denken, dat zich afvraagt hoe deze illusoire wereld en het zelf werken, die we hebben gemaakt en die we nog altijd lijken te beminnen. En toch zullen onze vragen uiteindelijk stoppen en zal onze behoefte aan welke vorm ook, de Cursus zelf inbegrepen, uiteindelijk afnemen. En dan zullen we bereid zijn om Jezus zachtmoedige suggestie te aanvaarden:

“Doe eenvoudig dit: wees stil en leg alle gedachten terzijde over wat jij bent en wat God is, alle ideeën die je hebt geleerd ten aanzien van de wereld, alle beelden die je hebt van jezelf. Maak je denkgeest leeg van alles waarvan hij denkt dat het waar of onwaar, goed of slecht is, van iedere gedachte die hij waardevol acht en van alle ideeën waarvoor hij zich schaamt. Houd vast aan niets. Breng geen enkele gedachte met je mee die het verleden je heeft geleerd, en geen enkele overtuiging die je vroeger ooit aan wat ook hebt ontleend. Vergeet deze wereld, vergeet deze cursus, en kom met volkomen lege handen tot jouw God” (WdI.189.7).