Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#502 Kan ik een vechtsport beoefenen zonder enige pijn?

Ik neem deel aan een vechtsport die me in de loop der jaren veel pijn heeft bezorgd. Een cursus in wonderen zegt dat pijn in de denkgeest is en dat het lichaam, dat iets neutraals is, geen enkele pijn kan voelen. Dus projecteert mijn denkgeest de pijn, waar alleen hij zich van bewust is, op mijn lichaam. Maar heb ik niet een keuze? Kan ik niet kiezen om mijn sport te beoefenen en geen pijn te voelen? Is de reden dat ik de pijn voel dat ik mezelf wil straffen?

Antwoord: Wanneer we pijn ervaren in relatie tot iets in de wereld, is dat altijd omdat die persoon, dat ding, die gebeurtenis of activiteit een geprojecteerd symbool is van de schuld en pijn in onze denkgeest. En het is onze denkgeest die de verantwoordelijkheid voor pijn en schuld op een bedrieglijke manier aan die uiterlijke symbolen heeft toegekend. We delen allen dezelfde pijn in de denkgeest, maar het zal voor ieder van ons door andere symbolen worden ervaren. De symbolen zelf zijn nooit de oorzaak van de pijn. Maar ons geloof dat ze dat wél zijn houdt het ego actief en de gedachte van afscheiding werkelijk, want nu zijn we de keuze voor pijn vergeten die we in onze denkgeest gemaakt hebben. Zo blijven we onbewust van de denkgeest, ogenschijnlijk overgeleverd aan gebeurtenissen en uiterlijke krachten – los van onszelf - waar we geen verantwoordelijkheid voor dragen.

In je eigen ervaring met vechtsport, ben je begonnen de rol van de denkgeest te herkennen. Als je een andere ervaring wilt hebben, dan is de eerste stap om erachter te komen wat voor doel je dit gegeven hebt. Waarom is de vechtsport van waarde voor jou? Er is een reeks van mogelijkheden, zoals je machtiger voelen, zekerder, meer gedisciplineerd, veiliger, meer beschermd, je in harmonie met je lichaam voelen enz. Altijd als we iets van waarde vinden in deze wereld, is het om redenen van het ego. Dit maakt het niet slecht, maar als we de drijfveren van het ego niet herkennen, dan zit het ego achter het stuur en we merken het niet eens. En dat betekent dat wat voor beslissingen we ook nemen over dingen van de wereld die ons aantrekken, deze tweesnijdend zullen zijn. Dat wil zeggen, dat ze bron van zowel plezier als pijn zullen zijn (T19.IV.B.12:1). Voor het ego is dit het bewijs dat afscheiding en zonde werkelijk zijn, dat er dingen buiten onszelf zijn die ons kunnen beïnvloeden en ons pijn kunnen doen - want wie zou pijn voor zichzelf kiezen?

Op een bepaald niveau geloven we dat pijn Gods straf is voor ons egoïstisch najagen van onze eigen pleziertjes, en op een dieper, onbewust niveau geloven we dat pijn een onszelf toegebrachte straf is, als offer om onze aanval op God goed te maken. Toch maakt Jezus duidelijk dat pijn “helemaal niets met straf uitstaande [heeft]. Het is slechts het onvermijdelijke gevolg van jezelf gelijkstellen met het lichaam, wat een directe uitnodiging is aan pijn” (T19.IV.B.12:3,4). Met andere woorden: geloven dat we afgescheiden zijn van liefde is een gedachte van beperking en verlies, die door haar eigen aard onvermijdelijk pijn met zich mee brengt. Ons geloof in pijn als straf, van God of van onszelf, is een rookgordijn dat de werkelijke bron van pijn bedekt, namelijk onze keuze voor afscheiding.

De sleutel is dus niet om de externe uitingen van het ego op te geven. Dat bevestigt alleen de eis van het ego om offers te brengen, een andere ogenschijnlijk uiterlijke oorzaak van pijn, waarvan het wil dat we die toeschrijven aan God. De sleutel is om ons meer bewust te worden van de onderliggende betekenis en het doel van deze uitingen, als de symbolen van het ego. Als we ze gebruiken om ons geloof in de afscheiding te ondersteunen, en om onze aanvaarding te versterken van het egodoel van een eigen zelf in plaats van gezamenlijke belangen, dan zullen ze ongetwijfeld met pijn geassocieerd worden. Maar als we bereid worden te kijken naar onze investering in het doel dat het ego met pijn heeft, en ons realiseren dat die investering te maken heeft met onze gedachten en niet met de uiterlijke symbolen, dan zal de onbewuste grip van het ego op onze keuzemakende wil beginnen af te nemen. Want als we ons eenmaal bewust worden van wat we in onze denkgeest kiezen en waarom we dat doen, dan zullen we bereidwilliger worden om de leugens en het bedrog van het ego te doorzien. En dan kunnen we de symbolen van onze wereld, zoals jouw vechtsport, een ander doel geven. Dan kunnen ze de leerschool van de Heilige Geest worden, waardoor we leren onze schuld ongedaan te maken en onze innerlijke pijn los te laten, in plaats van dat ze de gevangenis van het ego zijn, waarin we onze schuld steeds maar versterken en ons vast blijven klampen aan de pijn, maar zonder de bron daarvan te herkennen.