Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#496 Heeft Jezus gevoel voor humor?

Antwoord: Ja en nee. Als iemand die de Verzoening voor zichzelf aanvaard heeft en als symbool voor het deel van de denkgeest dat zich dat de waarheid van wie we zijn herinnert, heeft Jezus geen gevoel voor humor nodig, en heeft dat ook niet. Hij weerspiegelt slechts de liefde die zich door hem uitbreidt. Echter, aangezien hij onze leraar is, neemt deze liefde de vorm aan die het beste bij onze behoeften past. Een van die vormen is Een cursus in wonderen, die inderdaad passages bevat die als humoristisch beschouwd kunnen worden. Die humor wordt treffend toegepast op de afscheidingsgedachte, die Jezus in diverse passages in de Cursus als belachelijk omschrijft. Eigenlijk wordt de hele fundering van de metafysica van de Cursus in de context van humor geplaatst: “In de eeuwigheid, waar alles één is, sloop een nietig dwaas idee binnen waarom de Zoon van God vergat te lachen. Door dit te vergeten werd de gedachte een serieus idee, in staat tot zowel verwezenlijking als werkelijke gevolgen. Samen kunnen we ze beide weglachen, en begrijpen dat de tijd geen inbreuk kan maken op de eeuwigheid. Het is ridicuul te denken dat de tijd de eeuwigheid kan omringen […].” (T27.VIII.6:2-5)

Zo nodigt Jezus ons uit te lachen om ons absurde geloof in afscheiding. Uiteindelijk zullen we zien dat onze reis naar ogenschijnlijke duisternis en verschrikking in feite niets dan een dwaze vergissing was. Hij geeft ons een enigszins humoristische beschrijving van angst: “Hoe zwak is angst toch, hoe klein en betekenisloos! […] Dit is je ‘vijand’: een angstig muisje dat een aanval op het universum wil doen. Hoeveel kans op slagen heeft het? […] Wie is de sterkste? Is het dat nietige muisje, of al wat God geschapen heeft? Jij en je broeder zijn niet door die muis met elkaar verbonden, maar door de Wil van God. En kan een muis spotten met wie God verbonden heeft?” (T22.V.4:1,3-4,6-9)

Iemand die ziet hoe belachelijk het er voor Gods Zoon uitziet om zich – denkend dat hij de Hemel heeft vernietigd – te vermommen als ongelukkige zondaar in een lichaam, moet inderdaad glimlachen. Aangezien we echter onze krankzinnigheid erg serieus nemen, lacht Jezus niet om ons. Hij biedt een pad dat leidt naar waar we om onszelf kunnen lachen, en ons belachelijke geloof in zonde, schuld en angst kunnen vergeten: “De tijd is gekomen om te lachen om zulke waanzinnige ideeën.” (WdI.190.4:2) Blijkbaar meent Jezus dat wij rijp zijn voor gevoel voor humor.