Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#493 Kan het liefdevol zijn om een persoon te vragen de groep te verlaten?

Er komt iemand naar onze bijeenkomsten die zich erg vijandig en boos opstelt. Het is duidelijk dat ze psychische problemen heeft. Er is haar al eens gevraagd een Cursusgroep te verlaten en ze is door de politie al eens met geweld uit een AA-bijeenkomst verwijderd. We hebben geprobeerd haar te beschouwen als onze grootste leraar en haar te verwelkomen. Niemand probeert haar uit te dagen en zelden heeft er iemand ruzie met haar. Het maakt de toestand alleen maar intenser. We laten haar aan het woord en bedanken haar en gaan verder met de bijeenkomst. Zelden kan iemand haar gedachtegang volgen. Onlangs was ze heel erg boos en begon tegen de groep te schreeuwen. Het deed me denken aan een woedeaanval van een driejarige kleuter. Ik was niet kwaad, zoals ik ook niet kwaad zou zijn op een driejarig kind. Maar ik zou wel zelf uit de kamer gaan of het kind weghalen. Ik geloof niet dat spiritueel zijn betekent dat ik een voetveeg moet zijn en altijd maar ja moet knikken, omdat de ander nu eenmaal zo is en het in orde is als ik zo word behandeld. Ik geloof stellig dat de Cursus wil dat we handelen vanuit liefde en niet vanuit kwaadheid. Is het dan onredelijk dat we van haar bepaalde gedragsnormen vragen tijdens de bijeenkomsten? Is het in overeenstemming met Een cursus in wonderen om iemand te vragen de groep te verlaten als ze zich niet aan de regels willen houden?

Antwoord: Dit is een situatie die meer wel dan niet voorkomt in groepen, en die al geleid heeft tot vervormingen en verkeerde interpretaties van de leringen van de Cursus. Ja, het is volledig in overeenstemming met de geest en de boodschap van Een cursus in wonderen om iemand te vragen een groep te verlaten. Afhankelijk van hoe je innerlijke geleid wordt, kan het zelfs het enige liefdevolle zijn, voor iedereen die erbij betrokken is. De vergelijking die je maakt met de woedeaanval van een driejarige is goed gekozen. Het is niet goed om dit soort gedrag te tolereren, noch voor de ouder, noch voor het kind; het kind moet weten dat er grenzen zijn en dat de ouder de controle heeft, hoezeer het gedrag ook een uiting van het tegenovergestelde lijkt te zijn. Dit geldt eveneens voor volwassenen. Ergens diep in onze denkgeest zijn we doodsbang dat onze overtuiging klopt dat het ego alles is wat er is – dat er alleen maar chaos is en we nooit naar ons ware Thuis kunnen terugkeren. We verlangen er wanhopig naar om te horen dat we ons daarin vergissen. [Toelichting: Bedoeld wordt dat het storende gedrag een roep om hulp is, voortkomend uit angst. –vert.] We kiezen er misschien niet voor om die richting in te slaan, maar we vinden tenminste wat troost in de wetenschap dat we niet gevangen zitten in een zwart gat van chaos en wanhoop, dat er een uitweg is als we die richting kiezen.

Maar het kernidee is, zoals jij zegt, te leren hoe je kwetsend en agressief gedrag op een drastische en vastberaden, maar toch vriendelijke manier kunt stoppen. Dit vergt enig inzicht in onze eigen neigingen om onze schuld op anderen te projecteren en hen dan te veroordelen zodat wij – de onschuldigen – de winnaars zouden zijn. Als die neiging, samen met alle angst en het gevoel slachtoffer te zijn, opzij gezet kan worden, al is het maar voor een ogenblik, dan is de weg vrij om met liefde te reageren. En dan kunnen we “een stap terug [doen] en Hem de weg [laten] wijzen” (WdI.155).

Uitleg over de manier waarop mededogen in de Cursus wordt onderricht, kun je vinden op de audiotape The compassion of the miracle (‘Het mededogen van het wonder’) en Kenneth’s artikel in The Lighthouse van december 2001, die deze kwestie bespreekt in de context van de aanvallen van 11 september.