Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#482 Hoe kan de Cursus een ‘verplichte’ cursus zijn als er vele verschillende paden naar de waarheid zijn?

Wat bedoelt Een cursus in wonderen met “het is een verplichte Cursus” (T1.In.1:2)? Wordt de Cursus niet geacht slechts één van de ‘wegen’ te zijn om waarheid te hervinden?

Antwoord: De specifieke context voor deze zin wordt verhaald in Een leven geen geluk: Het verhaal van Helen Schucman en het opschrijven van Een cursus in wonderen door Kenneth Wapnick. In een enigszins humoristische dialoog tussen Helen en Jezus uit Helen wat weerstand tegen de Cursus door hem een ‘keuzevak’ te noemen. Nee, antwoordt Jezus, het is “een ondubbelzinnige verplichting” zowel in vorm als inhoud voor Helen (Een leven geen geluk p.235).

De inhoud van wat de Cursus onderwijst is universeel, niet de vorm. De vele ‘wegen’ of paden naar waarheid zijn verschillende vormen. Iedereen zal uiteindelijk de waarheid aanvaarden en terugkeren naar God. Er is niets dan de waarheid, en nergens anders om heen te gaan dan naar ons werkelijke thuis in de Hemel. Hoe we daar komen kan echter verschillen. Het Handboek biedt een behulpzame verheldering: “Er is een cursus voor iedere leraar van God. De vorm van de cursus varieert aanzienlijk. En dat geldt ook voor de specifieke leermiddelen die ermee gemoeid zijn. Maar de inhoud van de cursus verandert nooit. Het centrale thema is altijd: ‘Gods Zoon is schuldeloos en in zijn onschuld ligt zijn verlossing.’ […] Dit is een handboek voor een bijzonder leerplan, bestemd voor leraren die een bijzondere vorm van de universele cursus onderwijzen. Er zijn vele duizenden andere vormen, alle met dezelfde uitkomst.” (H1.3:1-5;4:1-2)

Het kan behulpzaam zijn te onthouden dat die ‘verschillende vormen’ niet per se verwijzen naar religies of spirituele paden. Zoals vermeld in het Handboek is er slechts één vereiste voor iemand om het pad naar de waarheid in te slaan: “[…] ergens, op een of andere manier, heeft hij een doelbewuste keuze gemaakt, waarbij hij zijn belangen niet los zag van die van iemand anders.” (H1.1:2)