Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#481 Kan ik een grief koesteren tegen iemand die geen grief tegen mij koestert?

Is het mogelijk dat ik een grief koester tegen iemand die geen grieven tegen mij koestert? Het extreme voorbeeld op dit moment is Jezus: ik heb hem blijkbaar nog niet vergeven en hij houdt onvoorwaardelijk van mij; is het dus mogelijk dat ik in deze wereld haat voor iemand voel en de betreffende persoon heeft tegen mij niets bijzonders?

Antwoord: Ja, dat is heel goed mogelijk. Daarom is het belangrijk in gedachten te houden dat relaties alleen gaan over wat er zich in onze denkgeest afspeelt. Het ego kan zonder grieven en haat niet overleven, dus als jij je nog steeds met het ego-denksysteem identificeert, zul je redenen vinden om een grief tegen een ander te rechtvaardigen, zelfs al moet je die verzinnen. En natuurlijk heeft dat niets te maken met de betreffende persoon. Het heeft uitsluitend te maken met jouw overtuiging (meestal onbewust) dat je een schuldige zondaar bent en het verdient om gestraft te worden. Als je je tot het ego wendt in plaats van tot Jezus om je te helpen met die belabberde toestand in je denkgeest, dan word je ertoe gebracht jouw schuld te projecteren om ervan bevrijd te zijn; en dan heb je op een ander snel aanmerkingen. Je bant deze dynamiek van ontkenning en projectie uit je bewustzijn en daardoor besef je niet dat je in iemand anders je eigen schuld ziet. Zoals Een cursus in wonderen stelt: “Alleen wie zichzelf beschuldigt veroordeelt. […] Je haat je broeder nooit om zijn zonden, maar alleen om die van jou. Welke vorm zijn zonden ook lijken aan te nemen, deze verhult slechts het feit dat jij gelooft dat ze de jouwe zijn en daarom een ‘gerechtvaardigde’ aanval verdienen” (T31.III.1:1,5-6).

De aantrekkingskracht van deze dynamiek is de garantie van het ego dat het onze eigen onschuld zal bewijzen. Dat is de hele kern van projectie. Daarom vinden we het bijna onmogelijk om grieven los te laten. Volgens de lessen van het ego geloof ik dat als jij schuldig bent, ik onschuldig moet zijn. Want het egosysteem wordt geregeerd door het principe van de een of de ander. Onze verlossing hangt er dus van af dat we anderen als schuldig zien. De ander mag dan misschien absoluut niets tegen jou hebben, maar als er in jouw denkgeest nog steeds schuld is, zul jij een onweerstaanbare behoefte hebben iets te vinden om te haten in die persoon. Daarom is Jezus een extreem voorbeeld. Hij heeft geen schuld en daarom kan hij niemand haten. Dat betekent dat het geen effect op hem heeft wanneer wij hem niet vergeven. Maar toch blijven we proberen hem schuldig aan iets te zien – onze eigen schuld vereist dit.

Maar zijn rol als onze leraar is ons te helpen kijken naar de zelfbeschuldiging van zonde in onze denkgeest en leren dat die helemaal verzonnen is. Ze is niet op feiten gebaseerd, omdat het onmogelijk is God aan te vallen. Het geloof in zonde getuigt van het tegenovergestelde – dat God is aangevallen en wij ons daarover flink schuldig moeten voelen (de erfzonde, zoals bekend in Bijbelse tradities). Als je aanvaardt wat Jezus je in de Cursus leert, zul je van elk gevoel van zondigheid en daardoor van schuld loskomen. Dan heb je er geen behoefte meer aan anderen te haten en aan te vallen, wat hun gedrag ook moge zijn. Je hebt grieven dan niet langer nodig. “De onschuldigen brengen vrijheid, in dankbaarheid voor hun bevrijding. En wat zij zien houdt hun vrijwaring in stand van gevangenschap en dood. Stel je denkgeest open voor verandering, en er zal geen oeroude straf van jouw broeder of van jou worden geëist. Want er is geen offer dat kan worden gevraagd, en er is geen offer dat kan worden gebracht, zo heeft God gezegd” (T31.III.7).