Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#480 Is fysieke interactie met anderen nodig?

Als er op het niveau van vorm of het lichaam niets écht gebeurt, maar veeleer op het niveau van de denkgeest, waarom is het dan überhaupt nodig om met andere lichamen om te gaan? Kunnen mensen niet gewoon andere denkgeesten vergeven terwijl zij lekker thuis zitten? Kan iemand kluizenaar zijn en toch wonderen verrichten?

Antwoord: Dat hangt ervan af of het doel van thuisblijven of kluizenaar zijn door het ego of door de Heilige Geest wordt geïnspireerd. De kern in onze studie en beoefening van Een cursus in wonderen is te leren dat we nooit omgaan met lichamen; dat lijkt alleen maar zo omdat wij (als denkgeest) willen dat dát de waarheid is. Het lichaam is een projectie van de denkgeest. Het is een idee in de denkgeest dat nooit de bron ervan in de denkgeest verlaat. Net zoals de wereld “getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5).

Niettemin zou de Heilige Geest zeker iemand ertoe kunnen brengen kluizenaar te worden; maar als je spreekt over ‘lekker thuis blijven en kluizenaar zijn’ dan gaat het, als de intentie op het ego is gebaseerd, heel erg over de vorm. Het klinkt alsof het een manier van omgaan met je eigen lichaam is om het gedoe en de complicaties in de omgang met andere lichamen te vermijden. En dat klinkt als een truc van het ego, een manier om de vorm voor werkelijk te houden, terwijl het lijkt alsof je dat niet doet. Het gevaar is hier dat het gemakkelijk kan leiden tot ontkenning van je ervaring. Daarvoor waarschuwt Jezus ons: “Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld. Zijn vermogens kunnen worden overschat en dat gebeurt ook vaak. Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning” (T2.IV.3:8-11). De methode die Jezus gebruikt om ons te helpen aan het lichaam en het niveau van vorm voorbij te gaan, is ons eerst ervan bewust te worden hoe serieus we het lichaam nemen – hoe door en door ons leven gebaseerd is op het bevredigen van psychologische en lichamelijke behoeften – en vervolgens hulp te vragen om te leren hoe het lichaam minder serieus te nemen. Dit wordt gedaan binnen de context van onze omgang met zowel ons eigen lichaam als dat van anderen. Zonder de omgang met anderen, wat allerlei reacties in ons oproept, zou het haast onmogelijk zijn ons gewaar te worden van de keuzes die we in onze denkgeest maken. Die keuzes zijn de basis van wonderen.