Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#474 Hoe kijk je ‘naar binnen’?

Onder verwijzing naar V#258, hoe kijk je precies ‘naar binnen’? Kun je een specifiek voorbeeld geven van het proces van ’naar binnen kijken’ aan de hand van het voorbeeld in die vraag? Praten we met Jezus? Wat dóen we? Hoe ‘laten we het licht van ware vergeving op onze schuld schijnen’?

Antwoord: Misschien wordt het proces van naar binnen kijken duidelijker, wanneer je bedenkt waarvoor het een correctie is en waartegen het wordt afgezet. Het ego wil ons altijd naar buiten laten kijken, zodat we al onze problemen in verband brengen met externe zaken zoals ons eigen lichaam en onze eigen persoonlijkheid in relatie tot andere lichamen en gebeurtenissen, in verleden, heden of toekomst. En zo is ‘vergeving’ dan altijd gericht op wat iemand anders ons wel of niet heeft aangedaan. Volgens het ego komt zelfs onze eigen schuld voort uit dingen die wij of anderen gedaan of nagelaten hebben (ook het begrip erfzonde uit het Christendom, die wij allemaal, naar men aanneemt, geërfd hebben als gevolg van de zondige ongehoorzaamheid van onze eerste ouders, Adam en Eva). Al dit naar buiten kijken is de verdediging van het ego om ons onbewust te houden van het feit dat we een denkgeest hebben om naar binnen te kijken. Dus is het niet verwonderlijk dat je vraagt om duidelijker te maken wat naar binnen kijken betekent.

Hoewel ze niet het werkelijke probleem vormen, zijn onze schijnbare reacties op externe zaken, zoals onze woede om wat iemand anders ons heeft aangedaan, behulpzame eerste stappen bij het proces van naar binnen kijken. Want dit zijn de signalen die ons waarschuwen dat er vanbinnen iets zit waar we naar kunnen kijken als we bereid zijn het ego als onze leraar los te laten en de Heilige Geest als onze Gids te aanvaarden. Naar binnen kijken betekent dat we al onze projecties van de verantwoordelijkheid voor hoe wij ons voelen terugnemen. We zien die verantwoordelijkheid dus niet langer buiten onszelf, noch bij de ander noch bij ons eigen lichaam. En vervolgens kijken we naar onze bereidheid om te aanvaarden dat alles wat wij voelen voortkomt uit schuld over een beslissing verborgen in onze denkgeest. Een beslissing om ons zelf meer te waarderen dan iets of iemand anders, ongeacht wat dat ons kost. We willen ons gewaar worden van deze specifieke gedachte of een of andere variatie daarop.

Het kan helpen om met Jezus te praten of te denken dat hij of de Heilige Geest of een andere niet-oordelende aanwezigheid naast ons staat, en met ons meekijkt als we ons egoïstische zelf proberen bloot te leggen. We kunnen beschrijven hoe we ons voelen en wat we denken dat daar is, terwijl we de schuld erkennen die geassocieerd moet worden met zulk egocentrisch denken. Of we kunnen eenvoudigweg zeggen: ‘help’. De woorden zijn niet belangrijk. Het gaat erom dat we niet op ons eentje trachten naar binnen te kijken, want dan maken we onszelf beslist bang, of erger. ‘Het licht van ware vergeving op onze schuld laten schijnen’ is alleen maar een poëtischer manier van zeggen dat we onszelf niet langer veroordelen voor de beslissing onze eigen behoeften op de eerste plaats te zetten. Merk op dat dit niets zegt over het stopzetten van deze gedachten of het ontkennen dat we nog steeds voelen dat we zulke behoeften hebben. Het gaat er alleen om ze te leren erkennen, evenals de gevoelens die ermee gepaard gaan, zonder onszelf te veroordelen omdat we ze vasthouden.

Dit is ons aandeel in het proces van naar binnen kijken, omdat we toelaten dat wat we blootleggen bevrijd en genezen wordt. En wat ons wacht, maar wat niet onze verantwoordelijkheid is om teweeg te brengen, is de vrede en de liefde die zich eveneens vanbinnen bevinden, maar verborgen onder de lagen schuld die wij daarop gelegd hebben om de liefde verborgen te houden. Dus: het probleem, de oplossing en het doel van het proces liggen allemaal in onze eigen denkgeest. Maar er is geen hoop op enige oplossing totdat we leren daar te kijken in plaats van buiten onszelf. En dit ontstaat na verloop van tijd door zowel bereidwilligheid als oefening. Want het verlangen om de wereld te beschuldigen en de weerstand om naar binnen te kijken zijn groot – in feite zijn ze hetzelfde obstakel. Maar als we vanbinnen een andere Leraar kiezen, zal de wereld die we vanbuiten zien veranderd worden van een plaats van haat en aanval in een plaats van vergeving en liefde. (T12.VII.5,12)