Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#473 (ii) Is de Jezus van de Cursus dezelfde als de Jezus van de Bijbel?

Ik heb moeite met het antwoord op V#265 waarin je aanraadt: ‘[…] de stem die Helen hoorde en identificeerde als die van Jezus, niet te verwarren met de Jezus van het traditionele Christendom […]’. Maar als deze stem in de eerste persoon naar zichzelf verwijst en zegt: "[...dat ik naar het oordeel van de wereld werd vervolgd [...]" (T6.I.5:3) en "[...werd ik verraden, verlaten, geslagen, uiteengereten en ten slotte gedood" (T6.I.9:2), (en nog veel meer van dergelijke verwijzingen), dan verwijst zij zeker naar zichzelf als (de stem van) Jezus van het traditionele Christendom. Hoe kunnen deze verwijzingen anders geïnterpreteerd worden, zelfs als, zoals les 240 stelt: "Niet één ding in deze wereld waar is" (WdII.240.1:3)?

Antwoord: Voortbouwend op het antwoord van V#473(i): de Jezus van het traditionele Christendom wordt uitgebeeld zoals de wereld hem moest zien, gezien de aard van de wereld als aanval op God en als verdediging tegen de waarheid (WdII.3.2:1). De Zoon heeft de (vanzelfsprekend illusoire) beslissing genomen om de zuivere, abstracte eenheid van Liefde te vernietigen, zodat hij een autonoom bestaan kan leiden. De spiraal van dynamiek die daaruit voortkomt kon alleen eindigen in een wereld van gescheiden wezens die studies over God en Christus construeren als bekrachtiging van dit nieuwe denksysteem van afscheiding, dat opoffering, haat en moord voortbrengt. Zoals we weten, kwam Een cursus in wonderen als correctie op deze misleidende reis, die wegvoert van de eenheid en het één zijn van de Hemel.

Helen zag Jezus door de bril van de Bijbel omdat ze zich daartoe voelde aangetrokken – ze las hem graag zonder ooit de theologie of het dogma ervan te aanvaarden. Daarom heeft de vorm van de Cursus in grote mate te maken met haar affiniteit met de Bijbel, evenals met haar affiniteit met de toneelstukken van Shakespeare, de filosofie van Plato en de psychologie van Freud. In deze zin kunnen we zeggen dat Jezus de theologische taal van de wereld spreekt om een punt van aansluiting met ons te hebben, zodat hij ons geleidelijk voorbij die taal naar een ander gezichtspunt kan leiden. Dat zouden wij hoogstwaarschijnlijk afwijzen als we niet eerst voorbereid waren door deze elementaire vorm van communicatie. Ook enige mate van bereidwilligheid van onze kant voor iets dat kwalitatief afwijkt van de traditionele benadering is nodig.

Naarmate een completer beeld van het denksysteem van de Cursus naar voren komt, wordt het duidelijk dat Jezus niet echt een persoon is zoals wij, maar dat hij een representatie of weerspiegeling is in onze denkgeest van de Liefde van de Hemel buiten de droom. Wij, die niet weten dat we dromen, ervaren dit op de enige manier waarop wij liefde kunnen bevatten en haar boodschap kunnen horen: als een figuur binnen de droom, die voldoet aan de beelden uit de Bijbel, zoals we hem gedurende meer dan tweeduizend jaar in onze denkgeest hebben gedefinieerd. Als waarheid en liefde zich geheel buiten de droom bevinden, dan is het essentieel dat wij ernaar streven ons tot dat niveau te verheffen. Dat betekent dat we de Cursus tot ons laten spreken vanuit zijn bron, in plaats van hem te lezen en te horen vanuit ons perspectief binnen de droom. "Denk jij dat je de waarheid naar de fantasie kunt brengen, en vanuit het perspectief van illusies kunt leren wat waarheid betekent? De waarheid heeft in illusie geen betekenis. Zijzelf moet het referentiekader voor haar betekenis zijn. Wanneer je de waarheid naar de illusies probeert te brengen, probeer je illusies werkelijkheid te verlenen en ze te behouden door jouw geloof erin te rechtvaardigen. Maar door illusies aan de waarheid te geven bied je de waarheid de gelegenheid te onderwijzen dat die illusies onwerkelijk zijn, en daarmee jezelf de mogelijkheid daaraan te ontsnappen" (T17.I.5:1-5).

We kunnen de Cursus eenvoudigweg niet lezen zoals we een theologische verhandeling of vergelijkbaar relaas over het leven en de boodschap van Jezus lezen. Als we ons geloof in de werkelijkheid van onze ervaring als mens niet opschorten, zullen we altijd eindigen met een vervormd begrip van de Cursus en de diepzinnige boodschap ervan. Deze boodschap is zo ontzettend bedreigend dat mensen, als verdediging tegen deze verschrikking, de Cursus alleen datgene tegen hen laten zeggen, wat ze prettig vinden om te horen.

Uiteindelijk moeten de Bijbelse verwijzingen in de eerste persoon in de Cursus dan worden begrepen als een noodzaak van onze kant om een angstaanjagende mentale doorbraak te vermijden, die abrupt een einde kan maken aan onze overgang naar een denkstaat die niets gemeen heeft met wat we momenteel als onze werkelijkheid ervaren. "Vrees niet dat je opeens zult worden opgetild en de werkelijkheid in geslingerd" (T16.VI.8:1). Het is niet verkeerd of nutteloos om je tot Jezus te verhouden als een persoon. Hij dringt er juist bij ons op aan dat te doen, en voor de meesten van ons is er geen andere vorm waarin we een liefde kunnen ervaren die niet van deze wereld is. Dus verwijst de Cursus niet alleen naar Jezus, maar ook naar God en naar de Heilige Geest, in vertrouwde Bijbelse termen – Gods Plan, Zijn Handen, Zijn Armen, en Zijn Hart. Maar de Cursus zegt ons duidelijk dat deze taal metaforisch is: "Deze cursus blijft binnen het kader van het ego, waar hij nodig is. Hij houdt zich niet bezig met wat voorbij alle dwaling ligt, omdat hij alleen ontworpen is om de richting daarnaar aan te geven. Daartoe gebruikt hij woorden, die symbolisch zijn en niet kunnen uitdrukken wat achter symbolen schuilgaat. […] De cursus is eenvoudig. Hij heeft één functie en één doel. Alleen daarin blijft hij geheel consistent, want alleen dat kan consistent zijn" (VvT.In.3:1-3,8-10; zie ook T25.I.5-7). Nogmaals, het is slechts het startpunt van onze reis terug naar God, Wiens Wezen geen enkele weet heeft van welk onderscheid of welke beperking dan ook. Naar gelang we langs dit pad voortgaan, dat voor ons als student van Een cursus in wonderen het pad van vergeving is, zal de manier waarop we onszelf en Jezus ervaren geleidelijk veranderen. Naarmate onze angst voor liefde afneemt, zullen we steeds meer van de realiteit van de liefde in onze denkgeest toelaten, en dan herkennen we dat dit voorbij de beelden en verhalen van de Jezus en de God van het traditionele Christendom ligt.

Tot slot: dit belangrijke onderwerp wordt ook behandeld in vraag 52 in De meest gestelde vragen over Een cursus in wonderen, en in ons boek A Course in Miracles and Christianity: A Dialogue.