Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#465 Waarom stelt Jezus ons voor iets voor onze broeder te doen, als de wereld niet werkelijk is?

Ik heb altijd begrepen dat Jezus ons in Een cursus in wonderen nooit vraagt iets in de wereld te doen, behalve als het erom gaat hoe we de werkboeklessen moeten doen. Maar nu ontdek ik opnieuw in hoofdstuk 12: “Onderken wat niet van belang is, en als je broeder jou iets ‘ongehoords’ vraagt, doe het dan omdat het niet van belang is” (T12.III.4:1). Ik heb ook je antwoord op V#060 gelezen. Daarin wordt niet beantwoord waarom hij ons zegt ‘iets in de wereld te doen’. Als er geen wereld is, waarom moet ik dan iets doen wat mijn broeder wil dat ik doe?

Antwoord: De context van deze uitspraak verschijnt in de twee voorafgaande alinea’s, en het is essentieel om te beseffen dat Jezus niet spreekt over vorm of gedrag, maar over de inhoud in onze denkgeest. Zijn uitleg is: dat de andere persoon “aandringt zou voor jou een teken moeten zijn dat hij gelooft dat de verlossing daarin ligt. Als jij met evenveel aandrang weigert en prompt met een gevoel van verzet reageert, geloof jij dat jouw verlossing er juist in ligt dat niet te doen. Jij maakt dan dezelfde fout als hij, en maakt de vergissing tot werkelijkheid voor jullie allebei” (T12.III.2:2-4). Jezus wijst ons op de inhoud: de vergissing te geloven dat wat we al of niet doen in de wereld belangrijk is, en op een of andere manier in verband staat met onze verlossing: “Ergens op aandringen betekent investeren, en waarin je investeert, houdt altijd verband met jouw opvatting van verlossing” (2:5). Hoewel hij weet dat de wereld niet werkelijk is, toont hij ons hoe we onze ervaringen in de wereld als een klaslokaal kunnen gebruiken, zodat we kunnen ontdekken wat de specifieke vergissingen zijn die we in ons denken maken, waarom ze zich voordoen, en wat we eraan kunnen doen. Hij onderwijst ons altijd over de inhoud in onze denkgeest, niet over ons gedrag. Als dit onderscheid niet wordt ingezien, zullen zijn leringen altijd verkeerd begrepen worden. Daarom zegt Jezus, in de context van een spijkerharde weigering te doen wat een ander van ons vraagt, dat je verbinden met de ander door te doen wat ‘ongehoord’ lijkt, ons zal helpen de afscheiding ongedaan te maken en leren dat verlossing niets met de wereld te maken heeft. Maar daarbij moeten we natuurlijk wel bedenken “dat dit niet betekent iets dwaas doen wat hem of jou zou kwetsen, want wat de een kwetst zal ook de ander kwetsen” (T16.I.6:5).