Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#462 Over het loslaten van persoonlijke belangen

Een tijdje geleden begreep ik ten volle dat er nooit vrede kan zijn als mijn belangen werkelijk van die van anderen zouden verschillen. Het was niet alleen maar een verstandelijk begrijpen, maar een inzicht dat heel mijn wezen leek te vullen. Het leek toen zo heel erg simpel, en het maakte me erg gelukkig. Maar nu slaat de verwarring weer toe, want op het niveau van de vorm zijn mijn belangen niet dezelfde als die van anderen. Ik heb altijd voor mensen gezorgd en begin me nu zo vermoeid te voelen. Ik verlang naar een rustige plek die van mij alleen is, om te mediteren, kalm, ontspannen en alleen te zijn. Nu heb ik zo’n plek, een extra kamer in huis, maar het is alsof ik overal daklozen zie – vluchtelingen aan wie gezegd wordt het land te verlaten, maar die niet naar hun eigen land terug kunnen gaan; en ik voel me zo slecht. Wat is een liefdevolle actie? Ik heb een extra kamer; zij hebben geen plek. Als ik mijn persoonlijke belangen werkelijk los kon laten, zou ik die kamer aan iemand kunnen geven, maar ik weet niet zeker of ik daarmee om zou kunnen gaan. Ik voel me hierover verscheurd: als ik iets voor mezelf wil, benadeel ik iemand anders. Als ik iemand anders help, is het alsof ik mezelf benadeel. Dat kan niet juist zijn. Er lijkt geen oplossing te zijn waarbij iedereen vrede ervaart.

Antwoord: ‘Dit kan niet juist zijn.’ Vast en zeker! Het ego is in je werk met de Cursus geslopen, en dat doet hij heel vindingrijk met ons allemaal. Telkens wanneer je je gevangen voelt in een opofferingsconflict – het een of het ander, ‘wat ik ook doe, het is nooit goed’ – weet je zeker dat je afgedwaald bent uit het klaslokaal van Jezus, en terecht bent gekomen in dat van het ego. In het klaslokaal van het ego worden alle studenten geprogrammeerd om alleen aandacht te besteden aan de vorm, en alles te vergeten over de inhoud. In het klaslokaal van Jezus is inhoud alles; het is in feite het enige aspect van ons leven dat waarlijk betekenis heeft en van belang is voor ons Verzoeningsproces. Dus zien dat jouw belangen dezelfde zijn als die van ieder ander heeft alleen betrekking op de inhoud van je denkgeest. Een liefdevolle actie vloeit voort uit de inhoud van je ervaring dat iedereen samen met jou hetzelfde onjuist gerichte denksysteem en hetzelfde juist gerichte denksysteem deelt, evenals het vermogen om tussen die twee te kiezen. Wanneer je in een heilig ogenblik alleen met die inhoud vereenzelvigd bent, kun je ertoe geleid worden een dakloze persoon al of niet in huis te nemen. En of je dat wel of niet doet heeft voor jou dan geen belang. Dat is dan geen probleem. Een dakloze in huis te nemen kan een handeling zijn die ingegeven zijn door het juist gerichte of uit het onjuist gerichte denken; het is niet automatisch een heilige of spirituele daad. Daarmee neemt het ego ons altijd te pakken: hij legt exclusief de nadruk op vorm en gedrag.

In Een cursus in wonderen staat niets over gedrag, want Jezus is alleen geïnteresseerd in wat er in onze denkgeest plaatsvindt. Daar zetelen al onze problemen, en ook de oplossingen ervoor. Het vergt heel wat herscholing van onze denkgeest om onze aandacht niet meer op het gedrag te richten maar op de inhoud van onze denkgeest. Dat proces van de omkering van het denken is de lading van de werkboeklessen. Het lijkt niet liefdevol als je hen die in nood zijn afwijst, vooral niet als je de middelen lijkt te hebben om hen te helpen. Maar nogmaals: dat is een bladzijde uit het handboek van het ego, dat zijn studenten programmeert om de aandacht te richten op slachtoffers en daders, in deze wereld van afzonderlijke, noodlijdende individuen.

Het ego staat achter het heilig maken van opoffering, aangezien hierdoor op misleidende wijze zijn doel wordt vervuld om ons in schuld en conflict geworteld te houden. Zo loert onder het dilemma dat je ervaart – of je jezelf of een ander moet helpen – de verraderlijke aantrekkingskracht van schuld. Dat is het ‘werkelijke’ probleem, dat verborgen blijft achter het rookgordijn van uiterlijke (zowel fysieke als psychologische) conflicten. Dus dat deel van jou dat toegewijd blijft aan de instandhouding van het egodenksysteem van schuld, zal er heimelijk behagen in scheppen dat je dilemma’s in je leven hebt. Want ze lijken zo echt, en ze houden je aandacht weg van de werkelijke bron van je leed, namelijk je beslissing je opnieuw van de liefde af te keren. Die beslissing ging vooraf aan het daklozendilemma. Je zou geen angst en leed kunnen ervaren als je dat niet wilde. Als je daarop uitkomt, moet het al vanaf het begin je doel zijn geweest (T5.VII.6; T21.II.2). En daarom is dát hetgeen je aan Jezus of de Heilige Geest zou willen vragen om je mee te helpen – niet om al of niet een dakloze in huis te nemen. In tegenstelling met wat de wereld denkt, is dat niet de belangrijke factor: je doet het of je doet het niet, maar dat is het probleem niet.

De enige factor die van belang is voor Jezus of de Heilige Geest is de schuld waar je in je denkgeest aan vasthoudt. Dat is geen wrede of harteloze benadering wanneer je je het voornaamste principe van de Cursus herinnert: dat de wereld slechts “getuigt van de staat van jouw denkgeest, de uiterlijke weergave van een innerlijke toestand” (T21.In.1:5). De wereld werd gemaakt om ons eindeloze dilemma’s aan te bieden die buiten ons lijken te liggen, zodat we ons nooit zouden herinneren dat het werkelijke dilemma onze angst is dat als we vrij van schuld zijn, liefde alles is wat overblijft; dat er niet langer een zelf zal zijn dat verteerd kan worden door schuld en leed. Vreemd! Maar Jezus heeft dan ook nooit gezegd dat we allen innerlijk zo gezond zijn.