Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#459 Is het zinvol om te speculeren over wat God wel of niet weet?

Jezus spreekt tot ons (die geloven dat we in deze wereld zijn) over de Heilige Drieëenheid alsof Vader, Zoon en Heilige Geest afgescheiden zijn. Hij zegt ook dat de Drieëenheid in Waarheid Eén is, wat ons verstand te boven gaat. Binnen de illusie kan ik aanvaarden dat God ‘absoluut niets weet’ over de droom van Zijn Zoon, terwijl de Heilige Geest er duidelijk wél weet van heeft, zodat Hij onze waarnemingen kan corrigeren. Wat de werkelijkheid betreft – die we onmogelijk kunnen begrijpen – geef ik er de voorkeur aan er niet over te speculeren of te veronderstellen wat God ‘weet’ of ‘niet weet’. Dat is voor mij zinnig. Ben ik in verwarring?

Antwoord: Een van de belangrijkste doelen van Een cursus in wonderen is de correctie van wat hij ziet als de vergissingen van de joods-christelijke theologie. De hoeksteen van die traditie is dat God niet alleen weet heeft van de wereld – Hij is haar Schepper – maar er bovendien volledig bij betrokken is. Door dus te stellen dat God geen weet heeft van wat niet Zijn Wezen is – omdat het onmogelijk is dat er iets anders is dan Zijn Wezen – corrigeert Jezus alle op de Bijbel gebaseerde theologieën, en bovendien alle andere, die inhouden dat God bij de wereld betrokken is. De implicaties van deze correctie zijn verreikend, om het mild uit te drukken. Religieuze praktijken die uit zulke theologieën voortvloeien hebben dan duidelijk geen basis meer. Maar het meest vernietigend van alles is de duidelijke implicatie dat onze zogenaamde levens als individuen geen goddelijke oorsprong of bestemming, en het ergste moet nog komen, geen werkelijkheid hebben.

Volgens Een cursus in wonderen is de werkelijkheid non-dualistisch; zij is de zuivere eenheid van Liefde, Gods Wezen dat Zich eeuwig uitbreidt, hoewel niet in enige zin die voor ons in onze afgescheiden staat begrijpelijk is. In een strikt non-dualisme lijkt ‘iets kennen’ een onmogelijkheid te zijn, want er is niet zoiets als kenner of gekende. Er is niet ‘iets’ dat God zou moeten ‘kennen’. De betekenis van de term kennis wordt in de Cursus feitelijk gelijkgesteld met de Hemel, de staat van volmaakte Eenheid. Dat verschilt dus compleet van de gebruikelijke betekenis, die gebaseerd is op een tweedeling tussen subject en object. Hoewel er in de Cursus vele uitspraken zijn met uiterst rijke theoretische implicaties, ligt de nadruk toch altijd op het praktische doel: rechtsomkeer te maken op onze reis naar de hel van de afscheiding, terug in de richting van ons thuis in de Hemel, als Gods ene Zoon. “Dit is geen cursus in filosofische bespiegelingen, en evenmin bekommert hij zich om een precieze terminologie. Het enige waar hij zich mee bezighoudt is de Verzoening, of de correctie van de waarneming. Het middel voor de Verzoening is vergeving” (VvT.In.1:1-3).

In vaak geciteerde passages van Les 169 geeft Jezus ons een idee van de onuitsprekelijkheid van Gods Wezen, en hoe we met onze Bron herenigd kunnen worden:

“Eenheid is eenvoudig het idee: God is. …We zeggen: ‘God is’, en doen er dan het zwijgen toe, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis. Er zijn geen lippen om ze uit te spreken en er is geen deel van de denkgeest onderscheiden genoeg om te voelen dat hij zich nu gewaar is van iets anders dat niet hijzelf is. Hij heeft zich verenigd met zijn Bron. En als zijn Bron Zelf, is hij alleen maar.

We kunnen hierover absoluut niet spreken, schrijven, en niet eens denken. Het komt tot elke denkgeest, wanneer het totale inzicht dat zijn wil de Wil van God is, volkomen is gegeven en volkomen is ontvangen. …Dit gaat de ervaring die we proberen te versnellen te boven” (WdI.169.5:1,4-7; 6:1-2; 7:1).

En dus is het heel terecht dat je niet wilt speculeren over Gods Wezen. Jezus verwijst naar zulke neigingen als ‘zinloze spinsels’ (WdI.139.8:5), en hij heeft veel liever dat we onze tijd doorbrengen met het oefenen in vergeving.