Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#456 Hoe kon Jezus zich bewust zijn van de afgescheidenheid?

Deze vraag bestaat uit drie delen:

i. Als ik Een cursus in wonderen goed begrijp, zullen we uiteindelijk beseffen dat we allen één geest zijn. Zijn we ons op dat moment dan niet meer bewust van of hebben we dan geen herinnering meer aan de ervaringen die wij als persoon hebben gehad? Jezus heeft de waarheid ontdekt toen hij hier op aarde was, en toch lijkt Jezus als persoon in interactie te zijn met degenen onder ons die de droom van de individualiteit nog steeds beleven. Zal de rest van ons, wanneer we ons van de waarheid bewust worden, nog altijd een individueel zelf behouden? Ik besef dat ik de vraag stel als iemand die houdt van zijn ‘zelf’ en de andere zelven waarmee ik in wisselwerking sta, zoals familie en vrienden.

Antwoord: Je zult je van jezelf als persoon bewust zijn zolang jij waarde hecht aan die identiteit. Die wordt nooit door Jezus of de Heilige Geest weggenomen. Onze studie en oefeningen zijn erop gericht te leren dat onze belangen in werkelijkheid dezelfde en niet afzonderlijk zijn; dat leidt ons dan naar de volgende stap: inzien dat we niet alleen dezelfde belangen delen, maar ook hetzelfde zelf. We delen allemaal hetzelfde ego-denksysteem, en we delen allemaal hetzelfde juist gerichte denksysteem van vergeving, evenals de macht om daartussen te kiezen. Zolang een identiteit als individueel zelf ons blijft aantrekken, zullen we behoorlijk hevig weerstand bieden aan wat ons wordt onderwezen. We moeten enige motivatie vinden om boven de individualiteit uit te stijgen en wat Jezus ons onderwijst, is dat als we intens en met eerlijkheid naar ons leven als individueel zelf kijken, we tot de conclusie zouden komen dat we een hoge prijs betalen om dat bestaan in stand te houden. Dat wil niet zeggen dat het slecht of verkeerd is om van je bestaan in deze wereld te genieten. Hij vraagt ons dat we openlijk naar het schilderij kijken en ons niet laten misleiden door de glinstering van de lijst (T17.IV.8-9). “Want het lichaam is een beperking van liefde” (T18.VIII.1:2). Waarde hechten aan het lichamelijke bestaan is waarde hechten aan een beperkte liefde. Jezus wil dat we dat verband leggen, zodat we ons er bewust van kunnen zijn (wanneer we ons eenmaal herinneren dat we een denkgeest zijn die beslissingen neemt), dat we onszelf opzettelijk afsluiten van de totaliteit van de liefde die komt met de herinnering aan onze eenheid als Gods Zoon. Nogmaals, het is niet verkeerd of slecht om van je familie en vrienden te houden; wees je er alleen bewust van dat dit niet alles is dat jij bent of zij zijn. Als het voor jou geen probleem is om in deze wereld te leven en je bent er gelukkig en tevreden mee, dan zou het dwaas zijn om daar iets aan te veranderen. Herinner je dat de Cursus tot twee mensen kwam die niet langer tevreden waren met de manier waarop de zaken verliepen en vastbesloten waren een ‘betere manier’ te vinden.

Jezus staat buiten de droom van de individualiteit en helpt ons met zachtheid om eruit te ontwaken. Hij lijkt als persoon met ons als persoon in relatie te staan, maar als je denkt over het hiervoor vermelde citaat over het lichaam dat een beperking op de liefde is, kun je beginnen te begrijpen dat hij op deze manier verschijnt omdat we ervoor gekozen hebben hem zo te zien. Liefde is abstract – vormloos – maar onze waarneming schikt zich naar onze identiteit. Moesten we de behoefte loslaten om de liefde te beperken, dan zouden we Jezus op een heel andere manier ervaren – en onszelf ook. Het probleem is dat we niet bewust beseffen dat we dit doen en daarom is de Cursus er zoveel mogelijk op gericht ons te helpen inzien dat we een denkgeest hebben en dat praktisch alles wat we doen een verdediging is tegen ons besef hiervan. We willen er niet aan herinnerd worden dat we een denkgeest zijn die beslissingen neemt, omdat we op een bepaald niveau weten waartoe dit inzicht ons zou leiden. We zouden uiteindelijk duidelijk zien wat individualiteit allemaal inhoudt, en het zou geen mooi beeld zijn. Om die gevolgen te vermijden, proberen we Jezus aan ons gelijk te maken, maar dat zal nooit overeenstemmen met wat hij ons ten koste van zoveel tijd in de Cursus onderwijst. Het is nuttiger en zou het innerlijke conflict doen verminderen, als je eenvoudig en eerlijk verklaart dat je graag een zelf tussen andere individuele zelven bent, en dat je op een dag misschien een reden hebt om die keuze te herzien, maar nu niet. Punt uit! Daar ben je en dat is goed zo. Jezus liefde voor jou wordt er allerminst minder om.

ii. Wat zijn onze werkelijke scheppingen? Zijn ze wat overblijft wanneer we uit de droom ontwaken? Scheppen we zelfs tijdens onze droom?

Antwoord: Zie V#103 voor de definitie van scheppingen. In de droom gebeurt er nooit iets werkelijks. Het Zelf dat Zijn Bron nooit verlaten heeft, schept voortdurend, en dat betekent eenvoudig dat liefde zichzelf altijd uitbreidt.

iii. Als er maar één iemand nodig is om uit de droom te ontwaken waardoor iedereen uit de droom ontwaakt, en je de Verzoening niet alleen kunt vinden, en Jezus die bereikte, waarom droomt de rest van ons dan nog?

Antwoord: Vanuit ons perspectief in de droom is er geen enkele manier om dit proces te begrijpen; het kan niet worden opgelost door logisch te redeneren. Ons begripskader is beperkt, omdat we geloven dat we daadwerkelijk hier zijn, en die overtuiging heeft tot doel de waarheid weg te duwen en te vervangen door een ander denksysteem dat volkomen onjuist is. Heel vernederend! Het is voor ons praktisch onmogelijk niet in termen van afgescheiden lichamen in tijd en ruimte te denken, maar Jezus verwijst niet naar lichamen in tijd en ruimte. Dit kunnen we desondanks op z’n minst zeggen: dat er één denkgeest is, en de illusie van veel denkgeesten die allemaal slapen en dromen. Wanneer je in de werkelijke wereld bent, weet je dat er maar één denkgeest is. Dus de enige denkgeest die moet ontwaken is de jouwe.