Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#455 Met het gezichtspunt van de Cursus naar politieke en culturele verdeeldheid kijken

Mijn land is momenteel op weg zijn Verdrag met de oorspronkelijke bevolking en de Engelsen na te komen en doet een poging zijn ‘wandaden’ recht te zetten. Ze doen dit door land terug te geven, financiële hulp en de verwachting dat alle organisaties het Verdrag op hun werkplek zal respecteren. Dit brengt verdeling in ons land (separatisme). Ik werk in de sector van de sociale hulpverlening en een derde van mijn collega’s zijn Maori. We worden er voortdurend aan herinnerd dat dit ‘hun land’ is en als wij het al moeilijk vinden om ons aan een verandering aan te passen, wat moet het dan al die afgelopen jaren voor hen zijn geweest. Ons agentschap spendeert enorm veel tijd en geld aan het voeden van dit separatisme, net als de rest van het land. Hoe kan men zoiets op kleine en grote schaal in overeenstemming met Een cursus in wonderen zien?

Antwoord: Door middel van de manier waarop je deze situatie bekijkt aan de hand van de inhoud van je denkgeest, kun je voorbij je dilemma komen. Zodra je in de gaten hebt dat je waarneemt in termen van ‘wij en zij’, weet je dat je het denksysteem van het ego hebt gekozen; datzelfde is waar als je waarneemt dat je tot slachtoffer wordt gemaakt. De oplossingen van het ego eindigen altijd met afscheiding en verdeeldheid, zowel in vorm als in inhoud. Zijn versie van rechtvaardigheid is dat iemand moet winnen en iemand moet verliezen.

Als je in je denkgeest boven het slagveld kunt uitstijgen en de situatie kunt waarnemen vanuit een juiste gerichtheid van denken, zullen de verschillen die je in de vorm waarneemt, geen invloed hebben op je innerlijke overtuiging dat we als Gods Zoon (de inhoud) allemaal dezelfde zijn. “Niets zo verblindend als de waarneming van vorm” (T22.III.6:7). Zowel de Maori ‘s als de Engelsen delen dezelfde belangen; ze delen dezelfde onjuiste gerichtheid-van-denken en dezelfde juiste gerichtheid-van-denken, evenals het vermogen tussen deze beide te kiezen. Je kunt jezelf verhinderen hiervan af te dwalen door je zoveel mogelijk op het doel te concentreren; zo leert de Cursus ons de vraag te stellen: ‘Waartoe dient het?’ (T17.VI.2:2). Dit maakt het eenvoudiger om al je interacties in de loop van de dag aan te pakken. Je kunt jezelf regelmatig de vraag stellen wat je wilt dat hiervan komt: of je conflict, verdeeldheid, winnaars en verliezers blijft zien; of dat je voorbij de uiterlijke schijn van verschillen ziet naar wat gemeenschappelijk wordt gedeeld. “Het principe dat rechtvaardigheid inhoudt dat niemand kan verliezen, is cruciaal voor deze cursus. Want wonderen berusten op rechtvaardigheid. Niet zoals die door de ogen van deze wereld wordt gezien, maar zoals God die kent en zoals kennis weerspiegeld wordt in het zicht dat de Heilige Geest schenkt…. En iedereen heeft evenzeer recht op Zijn gave van genezing, bevrijding en vrede (T25.IX.5:4-6; 7:4)”.

Dit vraagt – innerlijk – een behoorlijk grote inspanning omdat we zo gewend zijn om te denken en waar te nemen volgens het principe van de een of de ander, winnaars en verliezers. De ene groep staat bovenaan, de andere onderaan; dan gebeurt het omgekeerde. Maar er is nog steeds een afscheiding. Dit blijft zo tot we om hulp vragen aan de bron in onze denkgeest die boven alle waarneming en afscheiding verheven is, en waar rechtvaardigheid tot de liefde is teruggekeerd (T25.VIII).