Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#453 Uitleg over: “…dat het niet Zijn Wil was dat jij gekruisigd werd”

“Vergeef je Vader dat het niet Zijn Wil was dat jij gekruisigd werd” (T24.III.8:13) is voor mij een van de belangrijkste uitspraken in Een cursus in wonderen. Het bevat de sleutel tot onze bevrijding, maar het toont ook de belangrijkste reden waarom we ons tegen deze bevrijding verzetten. Graag je commentaar hierop.

Antwoord: Goed gezegd! Voorafgaand aan deze gewichtige conclusie zegt Jezus: “Vergeef de grote Schepper van het universum – de Bron van leven, liefde en heiligheid, de volmaakte Vader van een volmaakte Zoon – jouw illusies van je speciaalheid. Dit is de hel die jij als je thuis verkoos. Hij heeft die niet voor jou gekozen. Vraag niet dat Hij hier binnentreedt….Vergeef de Hoogheilige de speciaalheid die Hij niet kon geven, en die jij in plaats daarvan hebt gemaakt” (T24.III.5:1-4, 7). Het ego heeft vanaf het prille begin geprobeerd God te betrekken bij de verschrikkingen en het lijden in de wereld, en in ons persoonlijke leven. Hoe heerlijk zou het zijn, voor het ego, als God uiteindelijk voor alles verantwoordelijk gehouden zou worden; en dat is precies wat de bijbel en de op de bijbel gebaseerde godsdiensten en filosofieën verkondigen.

Hier in Een cursus in wonderen en met name in de passage die jij citeert, corrigeert Jezus die eeuwenoude overtuiging. God heeft niets te maken met de kwaadaardige wereld van speciaalheid en kruisiging. Dat kan Hij niet. Liefde kan slechts liefhebben. Daarom moeten wij God vergeven; Hij maakt geen deel uit van onze waanzin, ook al verlangen wij wanhopig dat dit wel zo is.

Als de kruisiging deel uitmaakt van ons leven, zijn wij dus degenen die ze daar heeft geplaatst en ze daar wil. Dat is een bittere pil voor de meesten van ons, en we zullen er ons met alle macht tegen verzetten, omdat we dan zouden moeten toegeven dat we ons in werkelijk alles hebben vergist, wat we ooit hebben gedacht. Ons leven – onze gedachten en emoties – wordt op z’n kop gezet, en het koude zweet breekt ons uit ten overstaan van zo’n afschuwelijke beschuldiging. Anderen – en uiteindelijk God – verantwoordelijk houden voor onze waarnemingen van de kruisiging beschermt ons op die manier tegen de diep begraven overtuiging dat wij degenen zijn die de oneindige liefde gekruisigd hebben, zodat onze eigen behoefte aan speciaalheid bevredigd kon worden. Jezus brengt deze misleiding aan het licht, en verzekert ons tegelijkertijd dat de enige manier om ons blijvend te bevrijden van alle pijn en dood die ons leven in deze wereld markeren, is met hem te kijken naar dit diepverborgen, donker geheim. Er staat deze vrijheid niets anders in de weg dan onze eigen keuze om liever gelijk te hebben dan gelukkig te zijn. En dat is niet zondig, alleen maar dwaas.