Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#449 Zijn liefde en angst keerzijden van dezelfde munt?

Onlangs kwam ik tot het inzicht dat liefde en angst gebaseerd zijn op dezelfde ‘energie’ (of dezelfde ‘vibratie’). En wat het ego als angst ziet, ziet het juiste denken als liefde. Het is als de twee zijden van een medaille. Is mijn inzicht juist? Zo ja, heeft een staat van angst vanuit een spiritueel standpunt dan meer waarde dan een staat van onverschilligheid? Gaat deze staat van angst dan het ontwaken onmiddellijk vooraf?

Antwoord: Hoewel jouw inzicht je heeft geholpen een stap te zetten weg van de angst van je ego, en in te zien dat er een andere manier is om de dingen te bekijken, is je beschrijving strikt genomen niet in overeenstemming met de manier waarop de Cursus dit benadert. Binnen het kader van Een cursus in wonderen is alleen liefde werkelijk en bestaat angst niet (T.In.), en dus kunnen ze geen gemeenschappelijke oorsprong of basis delen. Mits een lichte wijziging van een van je uitspraken ben je echter wel in overeenstemming met de principes van de Cursus. Wat het ego met angst waarneemt, ziet het juiste denken met liefde. Maar telkens wanneer we over iets spreken dat is waargenomen, hebben we het over het illusoire domein van de dualiteit waarvan liefde, alleen al door haar aard, uitgesloten is.

Wat is dus de basis voor je inzicht vanuit het standpunt van de Cursus? Het kan een weerspiegeling zijn van het inzicht dat zich onder de angst altijd de herinnering van liefde bevindt. Het gevolg daarvan is, dat wat het ego ook heeft gemaakt om de werkelijkheid van schuld en angst in onze denkgeest in stand te houden, we dit door de zachtmoedige waarneming van de Heilige Geest kunnen zien, zodat het een herinnering wordt aan de liefde die erdoor verborgen moest worden (T12.I.9-10). En zo kan het doel van alles altijd getransformeerd worden van dat van het ego naar dat van de Heilige Geest.

Wat je vragen op het einde betreft, geen ego-staat is op zichzelf van meer waarde dan een andere. De Cursus zegt ons dat de sleutel tot het oefenen in vergeving is in staat te zijn ons ego te identificeren in welke vorm ook, of het nu angst of onverschilligheid of een van de andere ontelbare manifestaties is waarin het verschijnt (T15.X.4:2-5; 5:1-3; T23.III.1-2). Alleen dan kunnen we om hulp vragen om de onderliggende schuld te erkennen die deze projecties voedt, zodat hij losgelaten kan worden. Want de reacties van ons ego ontkennen, is onszelf de gelegenheid ontzeggen om genezen te worden. Elk inzicht dat het ego ons denken beheerst, opent een deur naar de mogelijkheid om uit onze nachtmerrie te ontwaken.