Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#444 De betekenis van schuld

Een cursus in wonderen gebruikt veel termen uit de psychologie, met inbegrip van de term ‘schuld’. Maar zoals ik de psychoanalyse begrijp, is schuld ondergeschikt aan angst en gebaseerd op de energie van angst. In de Cursus heeft dit begrip een heel andere betekenis. De ontologische schuld in de Cursus is de bron en de wieg van alle agressie en angst. Agressie is gebaseerd op de wil om te vernietigen. Angst is gebaseerd op de wil om te ontsnappen of zich te verbergen. Maar waarop is deze schuld gebaseerd? Waarom veroorzaakt de afscheiding schuld? Heeft de ontologische schuld van de Cursus iets te maken met de schuld uit de psychologie? Zou het niet eerder een ‘minderwaardigheidscomplex’ genoemd kunnen worden, omdat de Zoon zich, als hij zijn vrije wil uitoefent, wel minderwaardig aan God moet voelen, wanneer hij zich eenmaal als afgescheiden van God en afgesneden van de volmaaktheid ziet?

Antwoord: Eén ding moet je eerst in gedachten houden: elke lineaire beschrijving van het proces en de dynamiek van de afscheiding met de bijbehorende gevoelens van schuld, angst, enz. moeten alleen heuristisch bezien worden, dat wil zeggen als een middel om het vergevingsproces, of het ongedaan maken van het ego, beter te begrijpen. Want alles wat het ego betreft gebeurde tegelijkertijd en niet in volgorde – aangezien de tijd niet werkelijk is – en in werkelijkheid is de afscheidingsgedachte er helemaal niet geweest. De enige waarde in dit soort discussies is of het ons helpt bij het leren vergeven.

Ja, de Cursus presenteert een andere ontstaanswijze voor de schuld en de angst van het ego dan de traditionele psychoanalyse. Freud sprak niet over de denkgeest zoals de Cursus dat woord gebruikt, als een abstracte functie die buiten tijd en ruimte werkt. Zijn systeem is geponeerd op het leven als een organisch proces waarin het lichaam met zijn hersenen en zijn relaties werkelijk zijn, ongeacht de fantasieën en waandenkbeelden die ten grondslag kunnen liggen aan de dynamiek van de psyche naarmate die zich in de kindertijd en de jeugdjaren ontwikkelt. In tegenstelling daarmee is alle psychologische schuld volgens de Cursus een bleke geprojecteerde afschaduwing van de onderliggende afscheidingsschuld in de denkgeest. De psychologische schuld is in feite bedoeld om de aandacht gericht te houden op uiterlijkheden – ons eigen lichaam en dat van anderen – zodat we nooit zullen kijken naar de schuld in de denkgeest, die wij bedacht hebben om de zelfverzonnen afscheidingsgedachte te beschermen.

Vanuit het gezichtspunt van de Cursus is de afscheidingsgedachte niet het probleem, maar het feit dat we die serieus hebben genomen (T27.VIII.6:2-3). In bondgenootschap met het ego, was dit een beslissing die een doel had, maar onbewust was. Om vanuit het gezichtspunt van het ego de afscheiding werkelijk te maken en ernstig op te vatten in onze denkgeest, moet deze gelijkgesteld worden met aanval, en dus schuld, wat op zijn beurt weer tot angst leidt. De volgende passage beschrijft hoe het denken van het ego dit teweeg heeft gebracht:

Uit het Tekstboek:

Als het ego het symbool is van de afscheiding, is het ook het symbool van schuld. Schuld is méér dan alleen maar niet van God. Het is het symbool van de aanval op God. Dit is een totaal zinledig concept behalve voor het ego, maar onderschat niet de kracht van het geloof dat het ego erin stelt. Dit is het geloof waaruit alle schuld in feite voortkomt.

Het ego is dat deel van de denkgeest dat in verdeeldheid gelooft. Hoe zou een deel van God zich kunnen losmaken zonder te geloven dat het Hem aanvalt? We hebben hiervoor al besproken dat het autoriteitsprobleem gebaseerd is op het denkbeeld dat je je Gods macht toeëigent. Het ego gelooft dat jij dit inderdaad gedaan hebt, omdat het gelooft dat het identiek is aan jou. Als jij je met het ego vereenzelvigt, moet je jezelf wel als schuldig zien. Telkens wanneer je op je ego reageert, zul je schuld ervaren en straf vrezen. Het ego is heel letterlijk een angstige gedachte. Hoe belachelijk het idee van een aanval op God voor de gezonde denkgeest ook mag zijn, vergeet nooit dat het ego niet gezond is. Het vertegenwoordigt een waansysteem en is daar de spreekbuis van. Luisteren naar de stem van het ego wil zeggen dat je het voor mogelijk houdt God aan te vallen, en gelooft dat een deel van Hem door jou werd weggerukt. Daarop volgt angst voor vergelding van buitenaf, omdat de zwaarte van de schuld zo geweldig is dat hij wel moet worden geprojecteerd (T5.V.2:8-12; 3).

En later in het Werkboek:

Wanneer delen uit het geheel worden losgescheurd en worden gezien als afzonderlijk en als een geheel in zichzelf, worden ze symbolen die staan voor een aanval op het geheel, succesvol in hun uitwerking, en nooit meer als heel te zien. En toch ben jij vergeten dat ze slechts jouw eigen beslissing vertegenwoordigen over wat werkelijk moet zijn, om de plaats in te nemen van wat werkelijk is (WdI.136:3-4).

De afscheidingsgedachte en de bijbehorende schuld kunnen op vele verschillende manieren ervaren worden, met inbegrip van het minderwaardigheidsgevoel dat jij vermeldt. Want de afscheiding is altijd gebaseerd op een geloof in verschillen – hoe kan om het even welke afscheiding anders worden waargenomen? Of we nu onze meerderwaardigheid of onze minderwaardigheid tegenover God bevestigen, het gaat erom dat we verschillend zijn. Hoewel de Cursus het woord minderwaardigheid maar één keer gebruikt (T4.I.7:3), beschrijft hij de gevoelens van ontoereikendheid die eigen zijn aan de afscheidingsgedachte van het ego (bijvoorbeeld T9.VII.5; WdI.47.5; H7.5). Maar welke vorm de schuld in onze denkgeest ook lijkt aan te nemen, we zullen ervan worden bevrijd door te erkennen dat hij niet werkelijk is, een erkenning die we nooit zelfstandig zullen kunnen bereiken. En daarom biedt de Cursus ons hulp in de vorm van Jezus of de Heilige Geest, die de erkenning vertegenwoordigt van onze schuldeloosheid, dat wil zeggen, van onze eenheid als Gods Zoon, volkomen één met Zijn Vader. En die erkenning is de basis voor alle vergeving.

De vrije wil maakt overigens deel uit van het waandenksysteem van het ego en van zijn geliefkoosde collectie ‘geschenken’. Er is in de Hemel geen vrije wil, want vrije wil houdt keuze in, en keuze houdt alternatieven in waartussen je onderscheid kunt maken, en dat is onmogelijk in de Eenheid van geest die, zoals Jezus ons in herinnering brengt, onze werkelijkheid is.