Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#440 Hoe kan ik iemand als Saddam Hoessein ooit vergeven?

Ik bestudeer al jaren Een cursus in wonderen en doe mijn uiterste best om zijn principes toe te passen. Maar hoe vergeef ik in ‘s hemelsnaam iemand zoals Saddam Hoessein? Heb ik mezelf dan niet compleet vergeven als ik niet in staat lijk te zijn leiders zoals hij te vergeven? Er zijn blijkbaar altijd mensen die ik niet persoonlijk ken, maar die tijdens hun regering in staat zijn hun medemens de meest verschrikkelijke dingen aan te doen. Het komt neer op de vraag: hoe vergeef ik totaal en volledig?

Antwoord: Wanneer de denkgeest ervoor kiest te geloven dat de afscheiding werkelijk is, ontstaat er een onverdraaglijke schuld die naar buiten geprojecteerd moet worden. Eerst wordt die geprojecteerd op een zelfgemaakte wrekende god (die tot slachtoffer maakt), die de Zoon (het slachtoffer) zal straffen voor de ingebeelde afscheidingsgedachte. Deze ego-dynamiek van een ‘onschuldig’ slachtoffer dat vervolgd wordt door een kwade, boosaardige dader is in vele verschillende vormen de rode draad door alle relaties met een autoriteit in deze wereld. In de volgende passage wordt deze dynamiek beschreven: “Lijden legt de nadruk op alles wat de wereld heeft gedaan om jou te verwonden. Hier wordt ‘s werelds gestoorde versie van de verlossing duidelijk getoond. Als een droom van straf, waarin de dromer zich niet bewust is van wat de aanval tegen hem heeft veroorzaakt, ziet hij zichzelf als ten onrechte aangevallen, en wel door iets anders dan hemzelf. Hij is het slachtoffer van dit ‘andere’, iets buiten hem, waarvoor hij geen reden heeft er verantwoordelijk voor te worden gehouden. Hij moet wel onschuldig zijn, want hij weet niet wat hij doet, maar wel wat hem wordt aangedaan. Toch is zijn eigen aanval op zichzelf nog altijd duidelijk, want hij is degene die het lijden ondergaat. En hij kan er niet aan ontkomen, want de bron ervan wordt buiten hemzelf gezien” (T27.VII.1).

Verschillende belangrijke principes van het onderricht van de Cursus over vergeving worden hier naar voren gebracht, en zijn bedoeld om toegepast te worden op precies die situaties die jij beschrijft. De Cursus zegt ons dat de bron van heel dit slachtoffergevoel gelegen is in de denkgeest die zichzelf heeft aangevallen door te geloven dat hij gescheiden kan zijn van zijn Bron (God). De keuze om deze afscheidingsgedachte te geloven en de daaropvolgende schuld zijn vergeten, en verschijnen dan in de een of andere vorm van conflict in de wereld met het slachtoffergevoel als rode draad. Er is in de wereld geen oplossing. Er is duidelijk een eindeloze voorraad Hitlers, Hoesseins en andere minder dramatische voorbeelden van slachtoffer-makers. De Cursus zegt ons dat dat komt omdat het probleem in de denkgeest en niet in de wereld zit. De eerste stap in het vergevingsproces is dan ook te erkennen dat die schuld in de denkgeest de oorzaak is van elk conflict, alle pijn en het slachtoffergevoel dat in de wereld wordt ervaren. Dit is een heel moeilijke stap omdat de situaties in de wereld zo overtuigend zijn. Projectie werkt volgens de voorwaarden van het ego: het houdt het lijden in de wereld in gang. Deze schuld ligt in ons allemaal begraven en wordt dus niet opgemerkt en niet genezen. Wanneer er een bijzondere vorm van een ‘kwaadstichter’ verschijnt en we hem of haar veroordelen, krijgen we een nieuwe gelegenheid om deze onbewuste schuld te vergeven. Dit betekent overigens niet dat je de wreedheid van anderen moet goedkeuren, maar het betekent wel dat je die persoon niet hoeft te veroordelen.

Als je totaal en volledig zou kunnen vergeven, had je Een cursus in wonderen niet nodig om je te begeleiden bij de kleine stapjes waarmee je de Heilige Geest alle overtuigingen van het ego-denksysteem laat omvormen. Het volstaat om bereidwillig te zijn je interpretatie van de situaties die jij beschrijft in twijfel te trekken, door je de ware bron van het conflict te herinneren en om een nieuwe interpretatie te vragen: “De Gast die God jou gezonden heeft zal je leren hoe je dit kunt doen, als je het vonkje maar herkent en bereid bent het te laten groeien. Jouw bereidwilligheid hoeft niet volmaakt te zijn, want de Zijne is dat” (T11.II.6:5-6).