Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#437 Kunnen we geloven dat Jezus ons helpt in de wereld?

Als student van Een cursus in wonderen is er één aspect dat me dwars blijft zitten. In het antwoord op V#235 stel je dat noch God noch Jezus tussenbeide komt om problemen op te lossen in de wereld. Betekent dit dat we helemaal alleen zijn binnen de droom en dat er niemand is tot wie we ons kunnen wenden voor hulp? Ik begrijp dat het einddoel van de Cursus het ongedaan maken van de droom is, maar terwijl we naar dat doel toewerken zitten we ‘vast’ in de droom en moeten we dingen tot stand brengen om verder te kunnen gaan met het werk van de Cursus. Is er echt geen hulp binnen de droom om ons bij te staan? Soms is een kind doodsbang omdat hij denkt dat er een monster onder zijn bed zit. Een volwassene weet dat er niets onder het bed zit, maar hij schuift niet zonder meer datgene waar het kind in gelooft aan de kant, zonder hem te troosten. De volwassene doet al het mogelijke om te zorgen dat het kind zich veilig voelt. Ik vind het gewoon moeilijk te geloven dat wanneer ik binnen de droom iets nodig heb, ook al is het voor Jezus net zo onwerkelijk is als dat monster onder het bed van het kind, ik geen hulp van hem kan krijgen om datgene voor elkaar te krijgen dat nodig is om binnen de droom verder te kunnen.

Antwoord: Helen Schucman had de ervaring dat Jezus haar met heel specifieke dingen in haar leven hielp, ook met dingen die helemaal niet essentieel waren voor haar om ‘verder te kunnen binnen de droom’, zoals jij het noemt. Het is helemaal niet erg om Jezus of de Heilige Geest om hulp te vragen bij specifieke problemen, zoals Jezus uitlegt in de paragraaf “De ladder van het gebed” in Het Lied van het Gebed. Daar helpt hij ons begrijpen waar ‘vragen-uit-nood’ over gaat. Hij zegt feitelijk dat “niemand die onzeker is over zijn Identiteit kan nalaten op deze manier te bidden” (L1.II.2:3). Hij wil alleen niet dat we blijven staan op dit niveau van onze relatie met onszelf, en ook met hem, omdat er zoveel meer is dat ons wacht. Hij wil dat we zijn liefde waarderen boven elke specifieke vorm waarin deze gereflecteerd wordt. Wanneer je vraagt om hulp en troost binnen de droom, zul je niet blijven steken zolang je je onder meer herinnert dat “de wereld werd gemaakt zodat problemen niet ontlopen zouden kunnen worden”(T31.IV.2:6). Het ego is geniepig en zoekt altijd een manier om met ons mee te doen bij onze studie van de Cursus. En dit is een van zijn favoriete trucjes: onder het mom van gebed versterkt hij onze identiteit als echte individuen met echte behoeften in een echte wereld, daarmee de hoop nieuw leven inblazend dat we hier uiteindelijk gelukkig zullen zijn. Het helpt om deze valkuil te vermijden als je in gedachten houdt dat we altijd te maken hebben met symbolen: symbolen voor dynamieken binnen de denkgeest die zich geheel buiten tijd en ruimte bevinden. Dit wordt belicht in hoofdstuk 17 van Kenneths boek Absence from Felicity (in Nl vertaling Een leven geen geluk).

Evengoed is het nog altijd waar dat Jezus en de Heilige Geest niet in de wereld werkzaam zijn. Daarom is begrip van de metafysica van de Cursus van belang, met name van de symbolische aard van alles wat we ervaren binnen de illusie van de afscheiding, zoals duidelijk wordt gemaakt in het hierboven vermelde hoofdstuk van Kenneths boek. Onze ervaring van Jezus, alsmede die van onszelf, zal veranderen naarmate we ons minder gaan identificeren met het lichaam, en de verschillen tussen elkaar die we waarnemen minder serieus gaan nemen. De liefde van Jezus wordt dan minder in verband gebracht met een antwoord op een gebed om specifieke dingen en meer met het ‘lied’: “Daarom is het niet de vorm van de vraag die van belang is, noch hoe die wordt gesteld. De vorm van het antwoord, mits door God gegeven, zal aan jouw behoefte voldoen zoals jij die ziet. Dit is slechts een echo van het antwoord van Zijn Stem [de Heilige Geest]. De werkelijke klank is altijd een lied van dankzegging en Liefde... Bij het ware gebed hoor je alleen het lied. Al het overige is er slechts aan toegevoegd. Jij hebt eerst het Koninkrijk der Hemelen gezocht, en al het andere is jou inderdaad gegeven (L1.I.2:6-9; 3:4-6).

Tot slot: het helpt soms om zijn geruststellende woorden in gedachten te houden en er eenvoudig op te vertrouwen dat je, wat een zeer zwaar bestaan in deze wereld lijkt, doorstaan zult: “Je gaat niet alleen. Gods engelen zweven dichtbij en overal om je heen. Zijn liefde omringt jou, en wees hiervan overtuigd: ik zal jou nooit zonder troost achterlaten” (WdII.Nw.6:6-8).