Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#417 Mag ik verwachten dat mijn partner mij trouw is?

Is het verlangen naar seksuele trouw in een relatie een teken dat het om de speciale relatie van het ego gaat? Betekent het dat ik de ander wil bezitten en de uitdrukking van universele liefde wil beperken? Ik heb ontrouw altijd vermeden. Niet alleen om gezondheidsredenen, maar ook omdat het pijnlijke emoties lijkt op te roepen en ontwrichtend is. Mijn partner komt uit een spirituele omgeving waarin seks hebben met anderen, naast je vaste partner, beschouwd wordt als een manier om eenheid te bereiken met anderen.

Is het mogelijk om iemand waarlijk te vergeven, en te geloven in de oprechtheid van zijn gelofte om op een bepaalde manier te handelen, terwijl je er tegelijkertijd onoverkomelijke twijfels over voelt of deze persoon geschikt is als je levenspartner? Of komt mijn gevoel voort uit angst en zit ik vast in het verleden? Mijn innerlijke stem zegt me dat hij niet de juiste persoon voor me is en dat ook nooit zal worden, en dat ik weerstand bied tegen het feit dat ik de relatie moet beëindigen. Hoe kan ik weten of dit de Stem van de Heilige Geest is?

Antwoord: Het verlangen naar seksuele trouw kan de speciale liefde van het ego uitdrukken, die gekenmerkt wordt door bezitterigheid en uitsluiting. Maar trouw kan ook het doel uitdrukken die de Heilige Geest voor de relatie heeft, in die zin dat je met deze persoon jouw vergevingslessen gaat leren. Seksuele trouw, dus met alleen deze persoon seks hebben, kan symbool staan voor je toewijding om de afscheiding te genezen met deze specifieke partner, degene met wie je je lessen leert. En omdat het de inhoud in jouw denkgeest is die de afscheiding geneest, wordt niemand uitgesloten van die genezing. Om verwarring te voorkomen en niet in zelfmisleiding terecht te komen, is het essentieel om onderscheid te maken tussen vorm en inhoud. De inhoud van onze onjuist gerichte denkgeest komt altijd voort uit het doel van het ego om de afscheiding in stand te houden. Dat doet het vooral door manieren te bedenken om het lichaam en zijn gedrag (vorm) in onze waarneming werkelijk te maken. Seks past mooi in deze strategie, vooral wanneer het gespiritualiseerd wordt. Want nu is een lichaamsfunctie geheiligd, en de triomf van het ego staat daarmee vast. Daarom herinnert Jezus ons eraan: “Denkgeesten zijn met elkaar verbonden, lichamen niet” (T18.VI.3:1). Wij hoeven geen eenheid met anderen te bereiken, we hoeven alleen maar te herkennen hoe we ons afsluiten voor het bewustzijn van die eenheid, die de eeuwige, onveranderlijke aard is van Gods Zoon die één is.

Op het niveau van de absolute waarheid is het lichaam en alles wat ermee te maken heeft een totale illusie. Maar omdat wij geloven dat we een lichaam zijn, helpt Jezus ons die verkeerde overtuiging te corrigeren door ons te leren het lichaam als neutraal te zien. Op die manier kunnen we ons zoveel mogelijk concentreren op het doel waarvoor we het lichaam gebruiken: namelijk ofwel om ons af te scheiden ofwel om de afscheiding te genezen. Dat betekent dat niets van het lichaam heilig of onheilig kan zijn. Seks hebben - de geslachtsdaad - is heilig noch onheilig, ook al hebben veel mensen de neiging om het te spiritualiseren. De inhoud van de denkgeest is het enige waar het om gaat, maar vaak is het moeilijk om de inhoud, ofwel het doel, goed te kunnen zien. Dat heeft te maken met de intense emotionele en psychologische aspecten van seksualiteit. Die zijn uiteindelijk geworteld in onze met schuld beladen afscheiding van God. Wij denken dat wij ons Zijn scheppende macht hebben toegeëigend, wat gemanifesteerd wordt in de ‘scheppende’ dimensie van seks dat immers een voortplantingsfunctie heeft. Al onze problemen en preoccupatie met seks houden op de een of andere manier verband met deze ontologische associaties.

Het proces kan echter vaak eenvoudiger worden door seks los te zien van zijn lichamelijke uitdrukkingsvormen. Vragen over ontrouw moeten aangepakt worden op het diepere niveau van de inhoud, en niet zozeer op het niveau van het gedrag. Een verhouding met een ander hebben is niet wat verkeerd is; de vraag van juist of onjuist moet in dit geval op een veel dieper niveau bekeken worden. Er moet totale helderheid zijn op het niveau van inhoud; dit kan niet worden uitgemaakt door simpelweg gedrag te beoordelen. De inhoud die de relatie bepaalt moet bekeken worden, volkomen eerlijk en objectief. (De inhoud van de onjuist gerichte denkgeest zou schuld zijn, of controle, of welk aspect van speciaalheid ook.)

Tenslotte, hoe kun je weten dat je waarlijk geleid wordt door de Heilige Geest, en niet door het ego vermomd als een goddelijke bron? De beste manier om dit te onderscheiden is om, zo goed als je kunt, alle stoorzenders opzij te schuiven: alle gevoelens van woede, angst, verraad, jaloezie, enz. Je hoeft niet voorgoed vrij van ze te zijn, maar probeer ze voor een ogenblik los te laten. Want vasthouden aan deze gevoelens is er de oorzaak van dat de communicatie tussen jou en de Heilige Geest verbroken wordt.

Het onderwerp seksualiteit wordt diepgaand besproken in onze audio- en video-opnames van Kenneth’s workshop: “Form and Content: Sex and Money”; en ook in Hoofdstuk 4 van zijn boek "Forgiveness and Jesus: The meeting Place of A Course in Miracles and Christianity".