Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#412 Nadat ik de hele Cursus heb gedaan, word ik nog steeds boos en depressief

Ik verkeer in een staat van verwarring die denk ik soms grenst aan depressie. Ik heb Een cursus in wonderen twee maanden geleden afgerond. Ik vraag me nu af, gelet op mijn reacties op zaken, of ik hem wel op een juiste manier voltooid heb – of ik wel genoeg aandacht heb besteed aan de lessen. Ik schaam me voor deze gedachten, want ik weet dat dit ingaat tegen het doel van de Cursus. Ik word nog steeds boos en als ik niet boos word dan onderdruk ik mijn boosheid. Het lijkt wel of ik de hele kern van de zaak gemist heb omdat mijn reacties en gedrag totaal anders zijn. Hoe moet ik met de totale ongehoorzaamheid van mijn kinderen omgaan en toch de Cursus volgen? Het schijnt dat van mij wordt verlangd dat ze maar met alles kunnen wegkomen omdat toch niets werkelijk is. Maar voor mij voelt het heel werkelijk. Ik weet niet of ik bekrompen ben of zij juist meer discipline en leiding nodig hebben. Ik word ook heel bang als ik bedenk hoe ik mijn leven moet leiden zoals de Cursus dat leert. Ik zou niet weten welke keuze ik moet maken; ik zou niet weten wat nog belangrijk is. Moet ik me nog zorgen maken over geld, mijn huis, mezelf, mijn man, enz. Wat is nou werkelijk?

Antwoord: “Deze cursus is een begin, niet een einde”; hiermee sluit Jezus het Werkboek af (WdII.Nw.1:1) Het Werkboek is een eenjarig trainingsprogramma dat ons een basisoriëntatie geeft. Het geeft ons wat we nodig hebben om de rest van ons leven verder te gaan met leren en oefenen. Dus aan het eind van één jaar zijn we eigenlijk pas met ons echte werk begonnen, hoe ontmoedigend dat ook mag klinken. Er wordt van ons niet verwacht dat we binnen één jaar ons ego ontstegen zijn en de Cursus compleet onder de knie hebben, hoewel Jezus dingen zegt waardoor we dit gaan denken. Jezus staat geheel buiten tijd en ruimte en ziet ons vanuit een totaal ander perspectief dan wij doen. Hij weet dat we op een bepaald niveau ‘er al zijn’, en dus spreekt hij soms vanuit die visie. Maar in grote lijnen is zijn boodschap aan ons om ons leven nu te zien als een klaslokaal waarin we al onze dagen doorbrengen met leren naar ons ego in actie te kijken zonder er over te oordelen – hoe ons ego steeds minder serieus te nemen. Het is waar dat niets van dit alles werkelijk is, maar we geloven dat niet. Zeker niet na pas één jaar werken met de Cursus. En dus leert Jezus ons hoe we ons leven op zo’n manier kunnen leiden dat we uiteindelijk, na vele, vele jaren van oefenen, dat ultieme punt van realisatie bereiken.

Dit is geen Cursus in het ontkennen van onze waarnemingen en gevoelens. Jezus wil graag dat wij onze waarnemingen en onze ervaringen zien als het lesprogramma waarmee hij kan werken om ons te helpen. Alleen via onze dagelijkse ervaringen – die wij als werkelijk ervaren – kan hij ons er geleidelijk en zachtaardig aan voorbij doen gaan. Het zou dus nadelig zijn voor je spirituele groei om net te doen alsof je gelooft dat de wereld niet echt is omdat de Cursus zegt dat ze dat niet is, wanneer je dat eigenlijk helemaal niet gelooft. Veel studenten halen deze niveaus in de Cursus door elkaar en komen dan terecht in dezelfde angstige vertwijfeling en verwarring die jij nu ervaart. Onthoud alsjeblieft dat het doel van de Cursus niet is om zonder ego te zijn. [Bedoeld wordt dat de vergevingslessen juist plaatsvinden terwijl er nog een ego is, met als essentie de schuld los te laten –vert.] Het doel is te ontsnappen aan de schuldenlast die we op ons hebben geladen vanwege onze moorddadige, kwaadaardige en haatdragende egokeuzes (H26.4:1,2). Dit is de voornaamste manier waarop we tenslotte zullen leren dat ons oorspronkelijke besluit God te verlaten niet meer was dan een “nietig dwaas idee”.

Ontkenning van onze ervaringen en hoe we ons echt voelen ontneemt Jezus of de Heilige Geest de middelen om ons te helpen. We moeten ons eerst bewust zijn van wat correctie behoeft, voor we Hun zachtaardige, liefdevolle correctie van onze misplaatste gedachten kunnen aanvaarden. Al helemaal in het begin van het Tekstboek spreekt Jezus hierover met ons: “Het lichaam maakt eenvoudig deel uit van jouw ervaring in de fysieke wereld […] Toch is het haast onmogelijk zijn bestaan in deze wereld te ontkennen. Wie dit doet, begaat een bijzonder onwaardige vorm van ontkenning. De term ‘onwaardig’ betekent hier alleen dat de denkgeest niet hoeft te worden beschermd door de ontkenning van wat onnadenkend is (T2.IV.3:8,10-12).

Concreet betekent dit het volgende. Wanneer – niet als – je boos of ontdaan bent over je kinderen, moet je weten dat het minst behulpzame dat je kunt doen is jezelf veroordelen en het gevoel krijgen dat je er niet in slaagt de Cursus toe te passen. Boos worden is niet het probleem. Je schuldig voelen omdat je boos werd is het probleem. Dat is de vergissing die je maakt, omdat je het ego een realiteit geeft die het niet echt heeft. Jezus vraagt ons nooit om niet boos te worden. Hij vraagt ons alleen het niet te rechtvaardigen door te beweren: ‘Ik kon het niet helpen; kijk nou eens wat er gebeurt!’ of iets in die geest. Wanneer we onszelf veroordelen voor egoaanvallen, spelen we het ego in de kaart en houden we onszelf af van de enige stap die ons voor altijd van het ego zou kunnen bevrijden. Te weten, ons realiseren dat onze woede een projectie is van onze zelfhaat, die op zich een verdediging is tegen de liefde die de enige echte werkelijkheid is in onze denkgeest. Dus nogmaals, je oefenen zou moeten inhouden zo goed als je kunt een stap terug te doen en je ego te observeren zonder het te veroordelen. Op die manier begin je het herenigingsproces met de liefde in je denkgeest. Want je kiest tegen het ego door je er niet voor te schamen dat je nog een ego hebt. Dan word je een goede student van Een cursus in wonderen. Je kunt op geen enkele manier voor deze Cursus zakken – behalve op één manier: je zakt voor deze Cursus als je denkt dat zakken voor deze Cursus mogelijk is! Om de gedachte dat je in de ogen van Jezus een mislukking kunt zijn kan alleen gelachen worden.

Je zou ook kunnen kijken bij V#179, die gaat over normaal ouderschap in verband met de principes van de Cursus.