Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#400 Leren onszelf niet te veroordelen omdat we oordelen

Ik heb er moeite mee om het ‘kijken zonder oordelen’ te begrijpen. In een van je antwoorden zei je: ‘. . . de schommelingen zonder oordeel waarnemen, zonder er de kwaliteiten wenselijk en onwenselijk aan op te leggen . . .’ (V#216). Zou je nader willen ingaan op dit ‘zonder kwalificeren als wenselijk en onwenselijk’? Dank je wel!

Antwoord: Het probleem met al onze oordelen is niet dat ze op zichzelf slecht zijn, maar ons geloof erin maakt de afscheidingsvergissing telkens weer werkelijk in onze denkgeest. Wanneer we sommige ervaringen bestempelen als goed of wenselijk en andere als slecht of onwenselijk, dan vallen we in de egovalkuil van tegenstellingen of verzet, en dat moet uitnodigen tot conflict. Zolang we een gespleten denkgeest hebben, gaan we vrijwel zeker heen en weer tussen juist gericht denken/ervaren, en onjuist gericht denken/ervaren. In werkelijkheid – in de eenheid van de Hemel – is geen van beide echt of waar. Voor V#216 waarnaar je verwijst geldt dan ook dat als je de kwalificaties wenselijk of onwenselijk oplegt aan de schommelingen dan verleen je ze een werkelijkheid die ze niet bezitten. De Heilige Geest oordeelt alleen dat onjuist gericht denken onwaar is en dat juist gericht denken, hoewel het nog steeds een illusie is, een weerspiegeling is van wat waar is.

Nu is het zo dat – vanuit ons perspectief in de gespleten denkgeest – de Heilige Geest probeert ons te laten inzien dat de onjuiste manier van denken ons pijn brengt en de juiste manier van denken vreugde, want in onze verwarring geloven we precies het omgekeerde (T7.X). Als we onze verwarring eenmaal begrijpen, zou alleen een dwaas ontkennen dat een van deze toestanden wenselijker is dan de andere. Maar als we de egostaat gaan beoordelen als onwenselijk in die zin dat we ons ertegen willen verzetten, en onszelf erom veroordelen, dan hebben we het ego juist in de kaart gespeeld, want nu is er iets werkelijks waartegen we onze inspanningen moeten richten.

Daarom benadrukt Jezus in Een cursus in wonderen telkens weer dat het enige dat we hoeven te doen is met hem kijken naar wat ons ego gemaakt heeft, zonder te proberen dat te veranderen (bijvoorbeeld T4.III.7,8; T11.V.1,2), maar alleen onder ogen te zien wat het ons kost. Als we het proberen te veranderen, dan zeggen we daarmee dat het ego zelf het probleem is, terwijl ons geloof erin het enige probleem is. En vanuit onszelf kunnen we dat geloof niet ongedaan maken, want dat is het geloof juist: dat we op onszelf zijn aangewezen. Dus moeten we ons ego niet als onwenselijk beoordelen en proberen het te veranderen zodat het acceptabeler voor ons – voor ons ego! – is. We moeten er samen met Jezus of de Heilige Geest naar kijken en hun visie delen dat het onwerkelijk is.

Het doel is dus niet om zonder oordelen te zijn, want dat komt pas helemaal aan het eind van het vergevingsproces, maar om te leren onszelf niet te veroordelen omdat we ego-oordelen hebben. Een audiocassette waarop dit leerproces nader wordt uitgewerkt is 'De betekenis van het oordelen' van Ken Wapnick.