Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#263 Kunnen we in contact komen met de oorspronkelijke gedachte van afscheiding?

Ik weet dat het niet nodig is, maar is het mogelijk om in contact te komen met de oorspronkelijke gedachte van afscheiding? Zijn er studenten van Een cursus in wonderen die zich bewust zijn van die gedachte in hun denkgeest?

Antwoord: De eerste belangrijke overweging in antwoord op je vraag is het feit dat de afscheiding nooit werkelijk is gebeurd: “Het volle besef van de Verzoening is dan ook het inzicht dat de afscheiding nooit heeft plaatsgevonden” (T6.II.10:7). Niemand kan in contact komen met een lang vervlogen moment van daadwerkelijke afscheiding van God, omdat er geen daadwerkelijke afscheiding van God is. De enige verklaring voor ons ogenschijnlijke bestaan in de wereld is dat we een droom van afscheiding dromen. Zelfs hier in de droom is de aloude herinnering niet toegankelijk: “Tijd gaat in wezen dan ook terug naar een ogenblik zo lang vervlogen dat het voorbij alle herinnering, en zelfs buiten de mogelijkheid tot herinneren ligt” (H2.4:1). Het is een droom waarin de keuze om de gedachte van afscheiding werkelijk te maken voortdurend wordt herbeleefd. In die zin is er maar één gedachte van afscheiding. Telkens als we ervoor kiezen ons met de gedachte van afscheiding te vereenzelvigen, wordt diezelfde originele gedachte uitgespeeld: “Elke dag, en iedere minuut van elke dag, en elk ogenblik dat iedere minuut bevat, herbeleef je slechts het ene ogenblik waarop de tijd van verschrikking de plaats van de liefde innam [de keuze om te geloven dat de afscheiding werkelijk is]” (T26.V.13:1). Een van de pijnlijkste manieren om de afscheidingsgedachte in actie te herkennen, is als we merken dat we absoluut gelijk willen hebben. De specifieke vormen variëren en doen er niet toe; als je met vasthoudendheid een overtuiging verdedigt, komt dat doordat je de gedachte van afscheiding serieus hebt genomen. Het is de woedeuitbarsting van het ego die op dat moment de afscheiding verklaart. Het is deze in het heden uitgespeelde gedachte waarmee we in contact moeten komen, zodat ze kan worden genezen. De Cursus vraagt ons dit te oefenen door “iedere waarde die [wij] eropna [houden] in twijfel te trekken” (T24.In.2:1). Elke gedachte of overtuiging die we hebben, heeft zijn wortels in de gedachte van afscheiding. De afscheiding wordt ongedaan gemaakt naarmate we leren zien dat die weerspiegeld wordt in de 'juistheid' van onze oordelen, en we bereid zijn er de verantwoordelijkheid voor te nemen en de geldigheid ervan in twijfel te trekken. Hierdoor wordt de weg voor ons vrijgemaakt om de correcte interpretatie van de Heilige Geest van de afscheidingsgedachte te zoeken en te aanvaarden, namelijk dat deze niet werkelijk is en geen gevolg heeft gehad: “Het nietig ogenblik dat jij zou willen behouden en eeuwig maken, ging in de Hemel zo snel voorbij dat niets had opgemerkt dat het gekomen was. … niet één noot in het lied van de Hemel werd gemist” (T26.V.5:1,4).