Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#262 Kun je dit alsjeblieft uitleggen: "Zweer niet dat je zult sterven, jij heilige Zoon van God"?

Kun je dit alsjeblieft nader uitleggen: " Zweer niet dat je zult sterven, jij heilige Zoon van God!" (T29.VI.2:1). Iemand vertelde me dat dit betekent dat we letterlijk niet hoeven te sterven. We sterven wel, maar dat hoeft niet op de conventionele manier te zijn; we kunnen er eenvoudig voor kiezen om te dematerialiseren. Is dat waar? En nu ik het toch over de dood van het lichaam heb, waarom kiezen veel verlichte wezens zoals Jezus, Ghandi, Peace Pilgrim, om er maar enkelen te noemen die alleen vrede en liefde in hun gedachten hebben, ervoor om een gewelddadige dood te sterven? Ik dacht dat wat zich in de denkgeest bevindt zich in de wereld manifesteert. Zou hun dood dan niet een vredig heengaan moeten zijn? Ik veronderstel dat je kunt beweren dat ze fysiek geen pijn hebben gevoeld, maar waarom is hun laatste ademtocht niet doordrongen geweest van vrede als voorbeeld voor anderen die naar hun leven kijken, om te leren dat wat in hen is, zich buiten hen manifesteert, en ook om de angst voor de dood te verminderen voor hun broeders die willen leven zoals zij.

Antwoord: In ons antwoord op V#87 waarin we commentaar gaven op deze passage, verklaarden we dat we al trouw gezworen hebben aan het ego-denksysteem, waarin de dood – met inbegrip van de onze – de centrale werkelijkheid is. We hebben de eed al afgelegd dat we geloven dat Gods Zoon niet is zoals Hij hem heeft geschapen, onkwetsbaar en eeuwig aanwezig in het Wezen van Zijn Vader. Het maakt deel uit van het akkoord dat we met het ego gesloten hebben, om in ruil onze individuele afzonderlijke identiteit te kunnen bewaren. In deze passage vraagt Jezus ons dan ook om die ruilhandel ongedaan te maken. Hij spreekt niet over het fysieke stervensproces. Hij heeft het over onze beslissing om wat het ego zegt dat werkelijkheid is te ondersteunen, en niet wat de Heilige Geest zegt dat werkelijkheid is.

We verwijzen ook naar V#135, waarin we het onderwerp ’dood’ bespreken in de context van het allerbelangrijkste onderscheid tussen vorm en inhoud, of doel. We kiezen altijd en op elk moment of we ons vereenzelvigen met het denksysteem van het ego of met dat van de Heilige Geest. In die zin verschilt de dood dus niet van enige andere gedachte in onze denkgeest. Ze kan worden gestuurd door elk van die denksystemen. Wij beslissen hoe we zullen sterven: geleid door het ego of door de Heilige Geest. De belangrijkste nadruk in Een cursus in wonderen ligt op het beslissingsvermogen van de denkgeest om een leraar te kiezen. Het interesseert Jezus altijd en alleen maar of ons denken zijn liefde blokkeert of accepteert. De vorm van de ‘dood’ van het lichaam is niet van belang voor onze spirituele vooruitgang. De inhoud in onze gedachten is dat wel.

Je aandacht richten op doel en vorm en inhoud kan je ook helpen om de vraag over de dood van verlichte wezens te beantwoorden. Meestal weten we de redenen niet achter de keuzes van mensen, en we moeten erg voorzichtig zijn met alleen maar te oordelen op basis van vorm, of van wat we met onze ogen zien. "Niets zo verblindend als de waarneming van vorm" (T22.III.6:7), brengt Jezus ons in herinnering. Wat voor ons 'gewelddadig' lijkt, hoeft daarom nog niet op die manier door hun denkgeest worden ervaren. Wanneer je bijvoorbeeld jezelf als slachtoffer ziet, heb jij (als denkgeest die beslissingen neemt) een gebeurtenis in de wereld geïnterpreteerd; jij (als denkgeest die beslissingen neemt) hebt aan dat voorval of die gebeurtenis een betekenis gegeven. Jezus wist dat hij niet zijn lichaam was, als spijkers dus door zijn voeten werden gehamerd, voelde hij zichzelf niet het slachtoffer van andermans wreedheid. Hij had niet langer een ego, en dus kon hij zichzelf op geen enkele manier als kwetsbaar ervaren. Bovendien zag hij voorbij de woede van de mensen de roep om liefde. Dus zeggen dat hij een gewelddadige dood koos, lijkt eerder op onze interpretatie van die gebeurtenis, omdat wij er behoefte aan hebben die zo te bezien, maar het is niet hoe hij dat heeft ervaren. Hij leert ons hierover in “Verzoening zonder offer” (T3.I) en ook in “De boodschap van de kruisiging”, waarin hij zegt:

“Er is een positieve interpretatie van de kruisiging die volkomen vrij is van angst, en daarom volkomen heilzaam in wat ze leert, mits juist verstaan. De kruisiging is een extreem voorbeeld, meer niet. Haar waarde ligt, zoals de waarde van elk leermiddel, uitsluitend in het soort leerproces dat ze vergemakkelijkt. Ze kan verkeerd worden begrepen, en is dat ook. Dat komt alleen doordat wie angstig is, geneigd is angstig waar te nemen. [...] Het staat jou vrij, zo je wilt, jezelf waar te nemen alsof je wordt vervolgd. Maar wanneer jij ervoor kiest op die manier te reageren, wil je misschien bedenken dat ik naar het oordeel van de wereld werd vervolgd, en deze beoordeling zelf niet deelde”(T6.I.1:5; 2:1-4; 5:2-3).

Tenslotte helpt Jezus ons tot zijn niveau op te rijzen door ons te vragen: "Onderwijs niet dat ik tevergeefs gestorven ben. Onderwijs liever dat ik niet gestorven ben door te demonstreren dat ik leef in jou "(T11.VI.7:3-4). De Cursus helpt ons te leren dat onze waarnemingen interpretaties zijn, kenbaar gemaakt door de projectie van schuld in onze onjuist-gerichte denkgeest, of geïnspireerd door de liefde in onze juist-gerichte denkgeest.