Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#256 Is het op de een of andere manier ‘verkeerd’ om mijn baas om meer geld te vragen?

In mijn relatie met mijn baas heb ik moeite om onderscheid te maken tussen de juist- en de onjuist-gerichte denkgeest. Ik probeer de principes van vrijgevigheid, verdraagzaamheid en geduld toe te passen zoals die beschreven staan in het Handboek voor Leraren, maar we hebben communicatieproblemen wat mijn salaris betreft. Mijn inkomen verandert volgens zijn grillen, waardoor ik me machteloos en onderbetaald voel. Ik ben bang dat ik mijn baan zal verliezen als ik vraag om wat ik denk dat mij rechtmatig toekomt. Hoewel geld niet alles voor mij is, lees ik in de brochure Psychotherapie dat een ongenezen genezer geld zou mogen vragen ook al zou de Heilige Geest andere instructies kunnen geven.

Ik schijn voor alles bang te zijn en voel me altijd wel ergens schuldig over. Is dit de pijn van een speciale relatie? Kun je me vertellen of ik te goed probeer te zijn? Probeer ik de principes van Een Cursus in Wonderen toe te passen mét het ego, uit angst voor de ware leiding van de Heilige Geest? Heb ik last van een omgekeerde vorm van armoede, die zich uit in verkeerde vrijgevigheid?

Antwoord: Bij het bestuderen van de Cursus is het belangrijk in gedachten te houden dat hij op verschillende niveaus tot ons spreekt. We leren het ego-denksysteem waarmee we ons vereenzelvigen ongedaan te maken, terwijl we een geheel nieuwe manier van waarnemen aanleren. We lijken in twee werelden te leven en dat kan heel verwarrend zijn. De onjuist-gerichte denkgeest ziet het probleem als buiten de denkgeest, veroorzaakt door een externe factor, in dit geval je baas. De juist-gerichte denkgeest erkent dat de oorzaak in de denkgeest is gelegen en dat de wereld van vorm er het gevolg van is. Hij wijt geen enkele situatie aan iets buiten de denkgeest. Een gemakkelijke manier om te onderscheiden welk deel van de denkgeest is gekozen, is om je af te vragen of je de oorzaak van je onvrede toeschrijft aan iets buiten jezelf. Dit is een eenvoudige manier om de onjuist-gerichte denkgeest van de juist-gerichte denkgeest te onderscheiden. Erkennen dat de oorzaak van elke onvrede een keuze in de denkgeest is, is het begin van een juiste gerichtheid van denken. Het is niet het hele verhaal, maar het is een begin.

Omdat we nog steeds geloven dat we een afgescheiden, individueel lichaam in de wereld zijn, moeten we dienovereenkomstig met de wereld en met onze relaties omgaan. We blijven doen wat we moeten doen om aan de vermeende behoeften van ons lichaam te voldoen. Er is niets mis mee als je met je baas een overeenkomst over je salaris uitwerkt. Je kunt eerlijk zeggen wat je een rechtvaardig loon vindt, en misschien kun je vragen wanneer er wijzigingen voorzien zijn, als dat mogelijk is, zodat je salaris niet onvoorspelbaar schommelt. Dit verschilt niet van de andere dingen die we doen om voor het lichaam te zorgen. De Cursus geeft geen richtlijnen voor gedrag op het niveau van de vorm. In plaats daarvan leert hij ons de gedachten en oordelen bloot te leggen die we er in onze denkgeest over onszelf en anderen op na houden, zodat de denkgeest kan worden genezen. Alleen dan zullen de eigenschappen van een leraar van God, beschreven in het Handboek, op natuurlijke wijze voortvloeien uit de genezen denkgeest. Ze zijn niet bedoeld om te worden ‘uitgeoefend’ of ‘beoefend’ zolang er nog onderliggende overtuigingen zijn die daaraan tegengesteld zijn. De beoefening van de Cursus berust op het vinden van alle verborgen overtuigingen die werkzaam zijn in je relatie met je baas en met iedereen. Dat zijn het geloof in afscheiding, schaarste en slachtofferschap, die al onze relaties in feite speciaal maken. De manier om de speciaalheid ongedaan te maken, is de overtuigingen bloot te leggen door ze te herkennen en ze naar de Heilige Geest te brengen om te worden getransformeerd. Er wordt ons niet gevraagd heilige kwaliteiten in praktijk te brengen die we in feite niet bezitten, zoals het loslaten van materiële rijkdom of andere ‘deugdzame’ gewoontes. Er wordt ons helemaal niet gevraagd om ‘goed’ te zijn (er wordt trouwens ook niet van ons verwacht dat we ons best doen om ‘slecht’ te zijn). Er wordt ons alleen gevraagd om naar onze overtuigingen te kijken met de bereidwilligheid ze te laten transformeren. Dat is niet altijd zo eenvoudig als het lijkt, want ons verlangen is groot om eraan vast te houden. Er wordt ons gevraagd ons bewust te worden van onze gehechtheid aan deze overtuigingen en hoezeer we willen dat ze niet veranderd worden. We klampen ons eraan vast, ondanks de schuld en pijn die ze veroorzaken. Eigenlijk is het vanwege de schuld en de pijn dat we ons eraan vastklampen. Dit wordt door de Cursus aangeduid als de aantrekkingskracht van schuld: “De ziekelijke aantrekkingskracht van schuld dient gezien te worden als wat ze is. Want omdat ze voor jou werkelijk geworden is, is het van wezenlijk belang er helder naar te kijken en ze te leren loslaten door je investering erin terug te trekken” (T15.VII.3:1-2).

Dit is de leiding van de Heilige Geest. Hij legt Zijn denksysteem niet op en ook niet welk gedrag in de wereld wordt gevraagd. Achter alle zorgen over geld, armoede en onrecht schuilt het gevoel van gebrek en misdeeldheid dat voortkomt uit het geloof dat onze afscheiding van God werkelijk tot stand is gebracht. De Heilige Geest nodigt ons uit deze fundamentele overtuiging te onderzoeken. Het is de overtuiging die ten grondslag ligt aan het hele conflict met je baas. Terwijl je samen met je baas werkt aan een overeenkomst over je salaris, kun je de leringen van de Cursus toepassen door heel eerlijk naar jezelf te zijn over wat je voelt en over de oordelende gedachten die in je opkomen. Deze gedachten en gevoelens vertegenwoordigen de keuze om je in de denkgeest met het denksysteem van het ego te vereenzelvigen, en dáár is genezing nodig. Wanneer ze naar het licht van de Heilige Geest worden gebracht, worden ze geleidelijk getransformeerd en vervangen door Zijn vrede. Alleen dan zal de kwestie van meer of minder geld niet meer van belang zijn, en vrijgevigheid, verdraagzaamheid en geduld zullen alle angst vervangen. Tot dat moment is bereikt, is eerlijkheid tegenover jezelf over je vermeende behoeften en eerlijkheid tegenover je baas bij het zoeken naar een overeenkomst het meest geschikt om de Cursus te beoefenen. Geloven dat een overeenkomst mogelijk is, is al een erkenning dat jij en je baas tot op zekere hoogte geen afzonderlijke belangen hebben. En dat is het begin van genezing.