Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#251 Wat betekent ‘een hemelse versnelling’?

Door de huidige toestand in de wereld word ik herinnerd aan een alinea in het boek van Robert Skutch, Journey Without distance (p.60-61), waar Helen aan Jezus vraagt waartoe Een Cursus in Wonderen dient. Het antwoord dat ze ontving was: “De situatie in de wereld verslechtert in een alarmerende mate. Over heel de wereld worden mensen opgeroepen om te helpen en leveren ze hun individuele bijdrage als onderdeel van een globaal op voorhand vastgesteld plan. … Vanwege de acute crisissituatie wordt het meestal langzame, evolutionaire proces omzeild door wat je het best zou kunnen omschrijven als een ‘hemelse versnelling’. Helen voelde de urgentie die achter deze ‘verklaring’ schuilging, … en voelde sterk dat wat haar werd overgebracht betekende dat de tijd begon te dringen.”

Wat betekent dit precies? Wat is het allerergste dat kan gebeuren? Zelfs als we elk levend wezen op de planeet zouden vernietigen, zouden we dan in de geest niet nog in leven zijn? Is er in werkelijkheid iets om ons zorgen over te maken?

Antwoord: Eerst een verduidelijking van de ‘hemelse versnelling’. Dat was Helens persoonlijke ervaring; het was een manier voor haar om de verontrustende ervaringen te begrijpen die zich in die tijd (1965) in haar leven voordeden, zonder de angst te vergroten die al aanwezig was. Ze was de theorie nog niet tegengekomen dat de tijd totaal illusoir is, wat Jezus pas veel later zou uitleggen; dat zou haar in die eerste maanden te veel verontrust hebben. En dus werd de inhoud van Jezus' boodschap uitgedrukt in een vorm die voor Helen betekenisvol was en waarbij ze zich redelijk op haar gemak kon voelen. Hoogstwaarschijnlijk zou Helen jaren later de betekenis niet in die vorm hebben uitgedrukt, nadat ze het complete plaatje had gezien. Door dit onderscheid tussen vorm en inhoud te vergeten, hebben veel studenten Helens verklaring van ‘hemelse versnelling’ letterlijk genomen. Wanneer de onwerkelijkheid van tijd ter discussie wordt gebracht, wordt het duidelijk dat er niet letterlijk een behoefte is om de dingen te versnellen. De situatie in de wereld kan alleen maar erger worden en zorgen baren als de wereld werkelijk is en de tijd ook zowel werkelijk als lineair is. (Zie Een leven geen geluk, p.505)

Ten tweede: elke vorm van vernietiging kan alleen maar voortkomen uit het denksysteem van het ego. Het is niet omdat Planeet Aarde misschien niet langer zou bestaan, dat wij tot onze ware Identiteit als geest zouden zijn teruggekeerd. De pijn in onze denkgeest die gekweld wordt door zelfhaat, verdwijnt niet simpelweg omdat de planeet is opgeblazen. Als wij ("Wie is de 'jij' die in deze wereld leeft?" [T4.II.11:8]) de planeet hebben vernietigd, dan kunnen we heel erg ‘levend’ zijn, maar dan in de schuld van onze onjuist gerichte denkgeest, niet in de onschuld en zuiverheid van geest, als Christus. We zouden nog steeds gevangen zitten in de droom van zonde, schuld en angst, en de projectie daarvan. Met andere woorden, als denkgeest zouden we een vernietigde planeet waarnemen, en onze schuld, die we niet hebben losgelaten, zou zich dan in een andere vorm manifesteren.

Begrijpen dat de wereld niet werkelijk is en dat wij niet een lichaam zijn, is een stap in de goede richting – een belangrijke stap; maar we zijn nog niet volledig genezen. Het is een hele geruststelling ervan verzekerd te worden dat de wereld en lichamen niet werkelijk zijn, omdat we niet langer bang zijn dat het einde van de planeet ‘ons’ einde betekent. Onze doodsangst neemt gelukkig in omvang af en daardoor zijn we vrij om verder te gaan naar de volgende stap: we ervaren onszelf als een denkgeest die beslissingen neemt en die voortdurend kiest om zich met het denksysteem van het ego of dat van de Heilige Geest te vereenzelvigen.

We moeten inzien hoeveel we investeren om het doel in stand te houden dat wordt gediend door ons geloof in zonde, schuld en angst. Uiteindelijk moeten we het niveau van bereidheid bereiken om elk gevoel van individualiteit, het bewuste en speciaalheid los te laten voordat we terugkeren naar ons bestaan als geest. De tussenfase is echter het juiste gerichte bewustzijn dat wij de dromers van de droom zijn. Dit is de fase waarin we er consequent voor kiezen om alles waar te nemen van ‘boven het slagveld’, in de volle zekerheid dat alle vernietiging en lijden, alle plezier en opwinding, slechts het resultaat zijn van een denkgeest die droomt dat hij gescheiden is van de Eenheid van de Hemel.