Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#234 Hoe zit het met de spirituele groei van niet-menselijke entiteiten, als de gefragmenteerde Zoon van God de eenheid weer wil bereiken?

Aangezien alles in deze wereld van vorm de gefragmenteerde Zoon van God is, en het doel van de Zoon vergeving en het aanvaarden van de Verzoening voor zichzelf is, hoe zou iets niet-menselijks (Een cursus in wonderen is speciaal voor mensen geschreven) daaraan werken? Hoe leert een berg, een stoel, een boek, een machine, een boom, een amoebe, een zandkorrel, een orkaan enzovoort spiritueel gericht te zijn? Betekent mijn keuze als mens te verschijnen met de mogelijkheid om te leren, dat ik kies voor de mogelijkheid nu te ontwaken, in plaats van later? Omdat iedere Zoon van God in het Zoonschap moet ontwaken voordat eenheid is bereikt: moeten we dan niet een oneindigheid wachten totdat de onbezielde dingen en de lagere scheppingen op de ‘evolutieladder’ dit allemaal waarnemen, is dit überhaupt mogelijk?

Antwoord: Het is heel moeilijk voor ons, zo niet onmogelijk, om te begrijpen hoe niet-menselijke entiteiten kunnen leren spiritueel gericht te zijn. Maar er moet een manier zijn, want het Zoonschap zal naar zijn natuurlijke staat als geest terugkeren, als één Zoon. Maar we hebben een onmiskenbaar nadeel, want ons referentiepunt is altijd onze eigen ‘menselijke’ ervaring, waarin we onszelf aan de top, of er heel dichtbij, van de ‘evolutionaire ladder’ zien. Dit referentiepunt is doelbewust neergezet – door het ego – zodat de ‘werkelijkheid’ als hiërarchisch kan worden gezien – ‘de grote keten van het bestaan’ zoals het doorgaans bestempeld wordt. Op die manier proberen we alles te begrijpen vanuit dit egoperspectief, dat ontworpen is om de ware aard van de werkelijkheid te verbergen. Met andere woorden: we lopen rechtstreeks in de valstrik van het ego, wanneer we het onderricht van de Cursus binnen een menselijk kader plaatsen. Zeker: er is geen ander kader of andere context waarin we kunnen werken, maar het is essentieel om te beseffen dat de opzet van het ego is ons ervan af te houden om ooit terug te gaan naar onze denkgeest, buiten onze ervaring van ruimte en tijd. Jezus helpt ons juist dat te doen, zodat we zijn visie van alles kunnen delen. Ons verliezen in vragen als deze – wat goede vragen zijn – bevordert het doel van het ego om ons bestaan te bekrachtigen. Als we dag in dag uit vergeving beoefenen zullen we onze beperkte zienswijze afwerpen en dichter komen bij waar Jezus zich bevindt. Onze belangen zullen dan ook veranderen, en meer dan waarschijnlijk zullen we niet meer in beslag genomen worden door zulke kwesties, hoe intrigerend ze ook zijn.