Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#209 De ’aanwezigheid’ van anderen voelen.

Sinds een jaar ben ik student van Een cursus in wonderen. Kort geleden had ik een storende ervaring tijdens mijn ochtend oefening en –meditatie met mijn werkboekles. Soms voel ik de aanwezigheid van Jezus, zowel tijdens de meditatie als in andere dagelijkse situaties. Nu voelde ik in plaats daarvan de aanwezigheid van de Dalai Lama. De dag ervoor had ik een boek van hem gelezen, dus dat ik aan hem moest denken had geen verrassing hoeven te zijn. Maar het beangstigde mij – ik durfde het niet verder te onderzoeken. Daarna besloot ik het rustig aan te doen met oefenen – niet de lessen doen, alleen ’s morgens en ’s avonds mediteren. Maar een paar dagen geleden, toen ik een film bekeek, schoot mij Marianne Williamson te binnen, en ik voelde háár aanwezigheid. Ook dit wilde ik niet onderzoeken. Van beide incidenten denk ik dat ze niet waar zijn, in die zin dat noch de Dalai Lama noch Marianne Williamson werkelijk hier waren.

(i). Is dit soort ervaring iets waar jij mee te maken hebt gehad? Wat kan het mogelijk betekenen? Hoe moet ik hiermee omgaan?

(ii). Als ik de behoefte voel, en dat doe ik, deze ’aanwezigheden’ als fantasieën te verwerpen, waarom zou ik dan niet even gemakkelijk de aanwezigheid van Jezus verwerpen? Ik bedoel: dat doe ik niet, niet in waarheid. Maar toch denk ik dat het verwerpen van de ene ervaring de andere weerspiegelt; daarom weet ik niet hoe hiermee om te gaan.

Antwoord: Jouw ervaringen zijn niet het probleem, maar je interpretatie dat ze op de een of andere manier onnatuurlijk en onwenselijk zijn. Dát veroorzaakt jouw probleem. Je sluwe ego doet slechts wat ieder zichzelf dienend ego zal willen doen: alle ervaringen ondermijnen die mogelijk een andere werkelijkheid weerspiegelen. En uiteraard jou afleiden van het in praktijk brengen van de Cursus en de werkboeklessen.

Als we, zoals de Cursus onderwijst, allemaal gedachten of ideeën zijn (T15.VI.4:5), en denkgeesten verbonden zijn (T18.VI.3:1, T28.III.3:1, WdI.19.2:1), dan is iedereen altijd bij ons aanwezig. Wat kunstmatig en onnatuurlijk is, is het geloof dat we lichamen zijn, door ruimte en tijd van elkaar gescheiden. Maar die aanname in twijfel trekken is een begin maken met het betwijfelen van de basisaannames van het egodenksysteem die deze wereld op haar plaats en ons uiteindelijk onbewust van de denkgeest houden.

Dus of je nu de aanwezigheid van Jezus, de Dalai Lama, Marianne Williamson of iemand anders ervaart: als je de leiding van de Heilige Geest hebt aanvaard, zul je weten dat ze, als symbolen van liefde, allemaal hetzelfde zijn, want we zijn allen één. In de woorden van een van de werkboeklessen die je onlangs hebt vermeden: “Eén broeder is alle broeders. Elke denkgeest omvat alle denkgeesten, want elke denkgeest is één. Dat is de waarheid” (WdI.161.4:1-3).