Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#200 Vraag over de Cursus, relaties en kindermisbruik.

Dit is mijn eerste jaar met Een cursus in wonderen. Als kind ben ik seksueel misbruikt. De ernstige schaamte die ik hierover voel heeft het aangaan van relaties moeilijk gemaakt. Met iedere nieuwe mislukking om een relatie in stand te houden, lijken ze progressief moeilijker te worden. Ik vind het niet erg om voortdurend bezig te zijn met het vergeven van de daders. Maar de strijd in mijn leven lijkt het telkens weer vergeven van mijzelf te zijn. Is er een manier om dit specifiek aan te pakken in mijn hernieuwde relatie met God?

Antwoord: Je ego heeft je overtuigd dat de schaamte die je nu voelt het resultaat is van die traumatische en schandelijke misbruikervaringen uit je kindertijd. Op die manier blijft het probleem in het verleden, en kan het nooit ongedaan worden gemaakt. Maar je bent niet de enige die zo denkt. Dit is het doel van de wereld: onze aandacht afhouden van het werkelijke probleem in de denkgeest, de oorspronkelijke en enige bron van schuld en schaamte, en deze richten op gebeurtenissen in ons leven die ons overkomen zijn en niet herroepen kunnen worden.

Dit wil niet zeggen dat die ervaringen uit de kindertijd niet afschuwelijk waren, of dat je niet langer achtervolgd wordt door gedachten die in verband staan met die ervaringen. Maar wat de Cursus je nu biedt is een andere manier om in het heden naar dat alles te kijken, zodat het niet langer grip op je leven en je denkgeest hoeft te houden, zoals tot nu toe.

De schuld, diep in onze denkgeest begraven, over de gedachte dat we ons zouden willen en kunnen afscheiden van liefde, is de werkelijke bron van al onze schaamte. En het is een schaamte zo diep dat we geloven het niet te verdienen geliefd te worden, dat een leven dat begint met misbruik door degenen die verantwoordelijk voor ons zijn een passende straf is voor onze ‘misdaad’ liefde te hebben aangevallen. We dragen het geloof met ons mee dat we op de een of andere manier rampzalig bedorven zijn. Dat is de werkelijke oorzaak van onze schaamte.

Maar we gaan nooit terug om naar die bron van schaamte in onze denkgeest te kijken. Daar zouden we, met de zachtaardige ondersteuning van Jezus – Gods symbool van liefde in onze denkgeest – kunnen beginnen de geldigheid van die oorspronkelijke zelfbeschuldiging te betwijfelen. Maar in plaats daarvan verplaatsen we onze aandacht naar de wereld van lichamen, en naar de schaamte die verband houdt met hulpeloos zijn en misbruikt door anderen over wie we geen macht of controle hebben. En dan lijkt dít de schaamte te zijn die ons hele leven vergiftigt, en ook alle relaties waar we ons in begeven, op zoek naar de ontbrekende liefde waar we naar smachten. Maar het goede nieuws van de Cursus is dat het probleem niet is waar we het zoeken: in de wereld van lichamen, maar integendeel in onze eigen denkgeest, waar ook de oplossing – vergeving – zich bevindt.

Hier is het dat je hernieuwde relatie met God en Zijn vertegenwoordiger, Jezus, en zijn Cursus, hoop biedt. Want als je bereid bent de diepere ontologische schuld en schaamte, waar je leven van persoonlijke schaamte op wijst, aan het licht te brengen, en ernaar kijkt met de liefde van Jezus naast je, dan zul je jezelf geleidelijk toestaan te erkennen dat er niets is om je over te schamen. Want daar, met zijn liefde aan jouw zijde, zul je beginnen te herkennen dat je de liefde niet verlaten of verraden hebt, en de liefde jou niet verlaten of verraden heeft.

Voor een bespreking van het vergeven van daders, zie ook V#174.