Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#380 Ik voel me schuldig omdat ik in een speciale relatie lucht gegeven heb aan mijn woede

Ik dacht dat ik de laatste tijd een hele consistente student was bij het denken, het lezen, het toepassen en het blootleggen van al mijn negatieve gedachten. En tenslotte werd ik zo razend (precies zoals Ken het op één van de audiocassettes heeft omschreven) op de persoon met wie ik een speciale relatie heb. Ik bleef hem maar de schuld geven! Toen ik voelde dat er storm op komst was, was mijn eerste reactie iets uit het Tekstboek van Een cursus in wonderen lezen of een tekst van een workshop (meestal word ik daar kalm van). De laatste keer hielp het me niet, dus ‘gaf ik toe’ aan een woedeaanval! Maar vreemd genoeg voelde ik me heel erg opgelucht en helemaal niet schuldig! Ik weet dat het verkeerd was, maar het is niet nodig om mijn vergissing te ‘corrigeren’, me te verontschuldigen of zo. Ik weet dat er door deze wandaad een einde zou kunnen komen aan onze relatie, maar er schuilt nog een andere gedachte achter dit alles, namelijk dat ik dit moest doen om op te houden met pretenderen dat ik mijn gevoelens kan ‘opkroppen’, en voorbij kan gaan aan de vergissingen die ik in deze persoon zie! Ik weet niet waartoe dit me zal leiden. Is er enige hoop dat ik niet voor 100 procent met mijn ego bezig was?

Antwoord: Ten eerste: je wilt naar je bezorgdheid kijken of je niet 100 procent met je ego bezig bent geweest. Een belangrijk deel van het vergevingsproces is leren geen angst te hebben voor het ego of je niet te schamen omdat je toegegeven hebt aan een regelrechte aanval. We proberen te leren dat het ego in werkelijkheid niets anders is dan een “nietig dwaas idee” waarom we vergaten te lachen. Wanneer we onszelf veroordelen omdat we toegegeven hebben aan ons ego, bevestigen we onvoorwaardelijk dat het ego werkelijk is en niet slechts een “nietig dwaas idee”. Het zou meer genezend werken als je gewoon eerlijk bent over de aanval en zegt ‘ik heb iemand aangevallen en ik vond het heerlijk!’ Punt. Het is alleen ‘verkeerd’ in die zin dat een aanval nooit je innerlijke vrede zal herstellen en je nooit naar huis, naar God, zal leiden. Maar daarom is het nog niet zondig. Het wijst je alleen op de prijs van het toegeven aan je ego. Als je voelt dat het dit niet langer waard is, vraag je om hulp om anders met de dingen om te gaan. De mate waarin je vorderingen met de Cursus maakt is niet of je nog altijd ego-aanvallen hebt, maar eerder, na verloop van tijd, hoe snel je je herinnert om ze niet te rechtvaardigen. Telkens wanneer we ons met het ego vereenzelvigen, zullen we hatelijk, oordelend, angstig enzovoort zijn, omdat het ego nooit verandert. Wat wel verandert is de hoeveelheid tijd die je eraan spendeert.

Ten tweede: de Cursus dwingt je niet te kiezen tussen vergeving en het opkroppen van je gevoelens. In plaats daarvan helpt hij je te leren waarom je aanvalt – waar je gevoelens vandaan komen. Zo wordt ons in het begin van het Werkboek geleerd: “Ik voel nooit onvrede om de reden die ik denk” (WdI.5). Het beoefenen van de lessen houdt in dat we eerlijk naar onze negatieve gedachten en gevoelens kijken, en inzien dat hun bron ligt in onze beslissing om liefde af te wijzen en de verantwoordelijkheid daarvoor te projecteren. Als we daartoe geneigd zijn zullen we tenslotte om hulp vragen om die beslissing te veranderen. Onze gevoelens opkroppen en doen alsof we vergeven helpt dus niet. Onze woede, haat, jaloezie, angst, verontrusting of welk gevoel ook is ons leerplan. Deze gevoelens duiden aan welke leraar we hebben gekozen en ze zijn gewoonlijk het enige middel waaruit we kunnen afleiden wat onze denkgeest beslist heeft. Daarom moeten we in contact zijn met wat we ervaren. Anders heeft Jezus als onze leraar niets om mee te werken. Hij oordeelt nooit over ons als ons ego een woede-uitbarsting krijgt. Hij vraagt alleen maar dat we leren herkennen wat de ego dynamiek is die erachter schuilgaat, zodat hij ons kan helpen die te corrigeren.

Wanneer je ego niet meer in de weg staat, zul je je zonder verdediging tot je speciale partner verhouden. Je zult ervaren dat jullie beiden dezelfde onjuist-gerichte denkgeest delen, dezelfde juist-gerichte denkgeest en dezelfde macht om te kiezen. Woede is in die staat onmogelijk omdat je heel duidelijk de bron ziet van de pijn van die persoon en ook hoe die genezen kan worden, en je weet dat dit een weerspiegeling is van die van jou. Dat is de staat van denken die Jezus ons wil helpen bereiken. Het is niet het opkroppen van onze gevoelens; het is het bereiken van een ego-vrije staat waarin zulke gevoelens zich nooit ontwikkelen. Wij delen de waarneming van de Heilige Geest, die ofwel een roep om liefde of een uiting van liefde ziet (T12.I).

Tenslotte nog dit: woede is niet slecht. Jezus zegt ons nooit dat we niet kwaad mogen worden. Hij leert ons die kwaadheid niet te rechtvaardigen en dat is een belangrijk onderscheid.