Een Cursus in Wonderen

Vraag- en antwoordservice

V#342 Waarom voel ik me afgewezen en eenzaam?

Het is me onlangs opgevallen dat ik in mijn leven dikwijls afgewezen word. Ik heb er moeite mee ergens bij te horen en weet hoe langer hoe minder hoe ik me moet bewegen in een wereld die zo oppervlakkig lijkt. Vooral tegenwoordig lijkt alles af te hangen van privileges, geld, uiterlijk, leeftijd, klasse, ras, invloed, hersenen of bekwaamheid. Ik voel veel liefde, maar geen enkele aansporing om dichter bij het ego van de mensen te komen. Ik voel me op deze manier veilig. Momenteel kan niets me ervan overtuigen anders te zijn. Toch is dit pijnlijk geworden. Ik heb een paar vrienden, maar ben toch eenzaam. Ik moet Een cursus in wonderen wel verkeerd interpreteren. Ik dacht ook dat het goed was om grenzen (muren) te hebben. Heb jij enig idee?

Antwoord: Je ziet in hoe pijnlijk, leeg en betekenisloos de wereld van ons ego is, en dit besef kan behulpzaam zijn, maar ook heel verwarrend. Maar je kunt dit inzicht niet loslaten zonder de volgende stap te nemen, omdat je nog niet helemaal van leraar bent veranderd. Want het is alleen het ego dat andere ego’s beoordeelt en er bang voor is. Zolang je nog bent waar jij je momenteel bevindt, lijken de verschillen nog altijd heel werkelijk en is het bijna onvermijdelijk dat je je op basis van die verschillen afgewezen voelt. En dus lijkt het of jij je alleen veilig kunt voelen als jij je van de wereld terugtrekt. Maar als jij jezelf afzondert, versterkt dat in je denkgeest alleen maar het geloof in verschillen en afscheiding, en dat kan niet anders dan als bijzonder pijnlijk ervaren worden. Het maakt de dwaling tot werkelijkheid – zeer ernstig en bedreigend – en dat is het enige doel van het ego.

En dus wil je hulp om de wereld van verschillen op een andere manier te zien, en vooral om de werkelijke bron van de betekenis die je eigen denkgeest aan die verschillen geeft te gaan herkennen, zodat je open kunt staan voor een andere, meer zachtaardige manier om naar de wereld en naar jezelf te kijken. In tegenstelling tot de overtuigingen die we bewust over onszelf hebben, is de waarheid dat we allemaal onbewust afgewezen willen worden, zodat de verantwoordelijkheid voor de afwijzing buiten onszelf ligt (T7.VII.8) en we niet hoeven te kijken naar de keuze voor afwijzing die we in de eerste plaats zelf hebben gemaakt en vervolgens in onze eigen denkgeest begraven.

De aanvankelijke afwijzing was onze afwijzing van God door ons verlangen afgescheiden en apart van Hem en Zijn Alomvattende Liefde te zijn. Als gevolg van deze keuze lijken we onszelf van liefde beroofd te hebben, een uiterst pijnlijke toestand. We hebben niet alleen God afgewezen, maar ook ons ware Zelf, de Christus, die voor eeuwig één is met de Vader. Zonder afscheiding zou afwijzing onmogelijk zijn, want er zou buiten ons niets zijn om af te wijzen. In feite is het zo: “De afscheiding is het idee van afwijzing. …Elke splitsing in de denkgeest moet gepaard gaan met de afwijzing van een deel ervan, en dit is het geloof in de afscheiding” (T6.I.18:4; T6.II.1:1).

In werkelijkheid kunnen we noch God, noch onszelf afwijzen, maar we kunnen geloven dat we dat hebben gedaan en onszelf ervan overtuigen dat we omwille van die keuze heel zondig en schuldig zijn, en daarom vatbaar voor een tegenaanval als straf voor onze keuze. En dus verzinnen we een wereld waarop we de aanval en de schuld projecteren, evenals een zelf dat door die wereld afgewezen kan worden, en herinneren we ons nooit waar die gedachte van afwijzing vandaan kwam. En nu kunnen we plechtig onze onschuld verklaren, want het is duidelijk dat anderen die afwijzing uitvoeren (T7.VII.9). Het doel van de Cursus is ons in contact te brengen met deze dynamiek van zelfbedrog, zodat we herkennen dat we de verantwoordelijkheid voor de afwijzing op anderen projecteren.

En dus zijn het niet onze uiterlijke relaties waarmee we naar verandering willen zoeken, maar veeleer onze innerlijke relaties. We willen leren hoe we het ego en zijn foutieve interpretaties van wat ons lijkt te overkomen, kunnen verwerpen en ons in plaats daarvan tot Jezus of de Heilige Geest wenden, die ons zullen helpen begrijpen wat ons ego heeft gedaan. Deze uiterlijke relaties die de oorzaak lijken van gevoelens van afwijzing, zijn niets meer dan het gevolg van een innerlijke beslissing om vast te blijven houden aan het geloof in afscheiding en afwijzing. En zo zijn ze de behulpzame aanzet om ons naar ons innerlijk te leiden waar de werkelijke genezing dient plaats te vinden. Relaties in de wereld vermijden is dus de gelegenheid vermijden om de schuld van binnen aan het licht te brengen en te genezen – en dat is precies wat het ego wil!

Nu betekent dit niet dat je jezelf in een situatie moet dwingen waarin jij je niet op je gemak voelt of die pijnlijk is en waarin je zeker door anderen zult worden afgewezen. Voordat we ons herinneren dat we in werkelijkheid deel uitmaken van de grenzeloze Liefde die ons als Christus heeft geschapen, kunnen grenzen in onze uiterlijke relaties heel nuttig zijn, terwijl we onze innerlijke Leraar leren vertrouwen en er minder moeite mee krijgen naar onze oordelen over onszelf en over anderen te kijken. Maar naarmate de bereidheid groter wordt om naar binnen te kijken en de duisternis daar te genezen, zal de angst voor afwijzingen van buitenaf, net als de behoefte aan grenzen, alleen maar kleiner worden. Want “alleen wie elk verlangen om af te wijzen opgeeft, kan weten dat het onmogelijk is dat hij zelf wordt afgewezen” (T3.VI.9:1).